*

 
dossier

Archief

Een drama

JAN GREVEN − 31/08/96, 00:00

Afgelopen donderdag nam Sytze van der Zee, hoofdredacteur van Het Parool, ontslag. In 1988 was hij met veel enthousiasme binnengehaald. Het ging toen ook al niet goed met Het Parool en vanaf het begin heeft hij gewerkt als een paard om zijn krant er bovenop te krijgen. Hij leefde voor zijn krant en slaagde erin van Het Parool opnieuw een krant te maken die enthousiasme en elan uitstraalde, en waar met respect over gesproken werd.

Maar hoezeer hij zijn krant ook verbeterde, hij slaagde er niet in het aanhoudend abonneeverlies te stoppen. Bovendien leed Het Parool ieder jaar fors verlies. Vroeg of laat moest er daarom iets gebeuren en begin 1995 ging een werkgroep aan het werk, die Het Parool in beter vaarwater moest brengen.

De rest van de geschiedenis is bij de regelmatige krantenlezer bekend. De werkgroep kwam met het plan Het Parool als tabloid, dat wil zeggen op half-formaat, voort te zetten. De zakelijke leiding van PCM, het concern dat Het Parool uitgeeft, vond dit een te groot risico. Er ontspon zich een taai gevecht met ten slotte de sterkste als winnaar en dat is bij kranten, net als bij andere ondernemingen in deze marktgeoriënteerde wereld, de economische eigenaar, c.q. de concerndirectie.

Ik heb dat alles van enige afstand, maar zeer betrokken meegemaakt. We (mijn collega van de Volkskrant, de derde krant van Perscombinatie, en ik) hebben geprobeerd te bemiddelen, goede diensten aan te bieden en wat niet al. Maar goede woorden helpen in zo'n situatie niet. De zaak is ten slotte ontploft met de noodwendigheid van een Grieks drama tot schade voor alle direct betrokkenen en niet te vergeten de krant zelf.

Dat zit me zeer dwars. Zeker, er kan een hele waslijst worden opgesteld van factoren die ertoe hebben bijgedragen dat het zo gelopen is, tot en met de persoonlijke eigenschappen van de meest direct betrokkenen aan toe. Maar ik weiger te geloven dat zo'n waslijst voert tot een onvermijdelijkheid à la het Griekse drama, terwijl ik me tegelijkertijd moet afvragen waarom ik dat eigenlijk nog weiger te geloven. Ik heb, doordat ik er met mijn neus aardig bovenop zat, vrij nauwkeurig kunnen vaststellen, hoe onmogelijk het kan zijn te stoppen op een eenmaal ingeslagen weg, als degenen, die zich op die weg bevinden van mening zijn, dat zij het met hun keus voor de richting bij het rechte eind hebben. Ook al gaat dat ten koste van het geluk, de waardigheid of de naakte eer van de meest betrokkenen.

Maar daar ging het precies ook om in het Griekse drama: om het individu dat onontkoombaar geëlimineerd wordt als het de voortgang van de geschiedenis blokkeert, die zich voltrekt met de noodzakelijkheid van het lot. Zo werd de dochter van Agamemnon geofferd om gunstige wind te verkrijgen, zodat de Grieken konden uitvaren naar Troje. Die wind kwam er ook, maar haar dood bracht op haar beurt weer een onafwendbare vloek over Agamemnons huis en kostte hem bij thuiskomst zelfs het leven.

Allemaal uit de oude doos? Na deze week ben ik daar minder zeker van. Op de tragiek van het lot reageerde de Griekse mens met berusting: aan het lot valt nu eenmaal niet te ontkomen. De wijze accepteert dat, zoals Socrates de gifbeker accepteerde. Maar de moderne mensen, producten van christendom, Verlichting en rationaliteit, hebben dat toch achter zich gelaten? Zij kennen toch vrijheid en eigen verantwoordelijkheid en weigeren zich door het lot te laten overheersen?

Dat mag voor ons gevoel allemaal waar zijn, maar hoe zelden gebeurt het in het zakelijk verkeer, de politiek, of het privébestaan, dat een zich als een noodlot voltrekkende ontwikkeling wordt gestopt met een dóórbrekend initiatief? Hoe vaak daarentegen zeurt zo'n ontwikkeling maar door tot de langverwachte, noodlottige klap ten slotte nog als een soort opluchting valt.

Ik constateer voor mezelf dat ik de ontwikkelingen in het drama, waar ik de laatste, pakweg acht maanden, getuige van was, niet heb kunnen doorbreken. Net zo min als iemand anders. Het gevolg is een afloop, die al in januari werd gevreesd. De mond vol van vrijheid, Verlichting en verantwoordelijkheid en intussen berusten in het onontkoombare lot. Van mijn moderniteit blijkt niet meer dan dat ik me er niet alleen machteloos maar ook schuldig over voel.

mailIcon print |