“Het is natuurlijk een enorme klap, de afsluiting van een dynastie”, is de eerste reactie van Herman Hertzberger op de dood van Aldo van Eyck. “Van Eyck is de laatste architect die zijn hele leven gevochten heeft voor humaan bouwen, zijn invloed nationaal én internationaal was groot.”
Ook Rem Koolhaas erkent de invloed van Aldo Van Eyck. “Hij was groot om twee redenen: het is hem gelukt om in de jaren zestig het exclusief westerse karakter van de architectuur te doorbreken en hij is de eerste die is begonnen met de globalisering van de architectuur door het introduceren van antropologische inspiratiebronnen.”
“Aldo van Eyck heeft ook een enorme verdienste als polemist”, gaat Koolhaas verder. “Ondiplomatiek beleed hij zijn inzichten, meningen en allergieën. Hij had daarbij het vermogen zowel charmant als agressief te zijn. Ikzelf was ook wel eens het doelwit, maar ik heb mijzelf nooit als slachtoffer gezien. Ik zag het altijd als een vorm van oplettendheid van zijn kant. En zoals altijd zit in het karikaturale beeld dat door overdrijving wordt geschetst vaak een element van waarheid. Belangrijk is ook dat Van Eyck liet zien dat taal een wezenlijk instrument is in de architectuur. Persoonlijk ben ik daardoor geïnspireerd.”
Herman Hertzberger heeft de uitvallen en aanvallen van Aldo van Eyck heel direct meegemaakt. Ook hij roemt de taalvaardigheid van Van Eyck. “Voor het tijdschrift Forum waar ik samen met hem aan werkte, hebben we verschillende stukken van buitenlandse architecten vertaald. Ik heb toen geleerd hoe hij de betekenis en zwaarte van woorden afwoog. Daarin was hij net zo'n meester als in het maken van architectuur.”
Hertzberger geldt als een belangrijke navolger van Aldo van Eyck. “Ik zag hem in 1956 binnenkomen en dacht: daar moet ik meer van weten. Hij heeft mijn gevoel voor de zaken in de architectuur waar het echt om gaat wakker gemaakt. Hij is eigenlijk niet eens een leermeester in de letterlijke zin van het woord geweest. Het waren vooral zijn overtuigingskracht en charisma die mij boeiden. Wat hij zei, daar was geen speld tussen te krijgen.”
“Het Burgerweeshuis herkenden we meteen als iets bijzonders. Het was niet ultra-modern, maar ook niet ouderwets. Het was van alle tijden. In het weeshuis zitten elementen uit de oudheid, maar het is toch in een modern vocabulair gemaakt. Het gebouw heeft straten in plaats van gangen, voor die tijd heel bijzonder. Al dat soort dingen hebben mij beïnvloed bij het werken aan het gebouw van Centraal Beheer in Apeldoorn.”
Felix Claus is van een veel jongere generatie architecten, maar ook hij is nog net door Van Eyck beïnvloed. “Ik heb een staartje van hem meegemaakt in Delft. Voor mij is architectuur iets heel fysieks en Van Eyck is de aanstichter van dat gevoel. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat hij nu sterft. Het leek erop dat hij net als Frank Lloyd Wright op zijn tachtigste aan nog weer een nieuwe fase was begonnen. Zijn oeuvre had weer een nieuwe intensiteit, het is jammer dat dat niet verder tot ontwikkeling komt. Ik vind hem trouwens wel in meer opzichten op Wright lijken, niet stilistisch, maar als persoon: beiden waren ze querulant, ongrijpbaar en steeds een stap vooruit als denker.”
Bjarne Mastenbroek is als architect niet beïnvloed door Van Eyck, al vond hij diens colleges interessant. Hij heeft vooral bewondering voor de manier waarop Van Eyck consequent aan zijn gedachtengoed vasthield. “Het was een moeilijk benaderbare man. Het was daardoor lastig om echt goed grip op zijn ideeën te krijgen. Door de werken die hij heeft gebouwd is hij ook een beetje elitair gebleven, terwijl de gewone mens juist het thema was. Wat ik goed vond is dat hij samen met Hertzberger een duidelijke visie op het lesgeven in Delft had. Tegenwoordig is het een modderpoel van tegenstrijdige ideeën en conflicten.”
De Belg Francis Strauven schreef een standaardwerk over Van Eyck, dat hijzelf een 'intellectuele biografie' noemt. “De grote verdienste van Aldo van Eyck”, stelt Strauven, “is dat hij na de Tweede Wereldoorlog de avantgarde van de twintigste eeuw heeft geactualiseerd. In de jaren vijftig en zestig was het maken van architectuur routine geworden, met vlakke monotone bouwsels. Van Eyck heeft daar sterk tegen geageerd. Hij wilde weer teruggrijpen op de wortels van de avantgarde: het kubisme, De Stijl, het surrealisme. Hij was daarmee internationaal de eerste en daarom heeft hij ook zoveel invloed gehad. Ook in de jaren negentig bleef hij vasthouden aan die stelling. Met lede ogen zag hij de ontwikkelingen in de hedendaagse architectuur aan, waarin het modernisme met het badwater wordt weggegooid. Wat mij betreft was die stellingname heel valide.”
Strauven is onder de indruk van het late werk, zoals de Algemene Rekenkamer. “De Rekenkamer is een heel oorspronkelijke verrijking van het stadsbeeld. Critici vreesden het ergste toen ze de plannen zagen, maar moesten later toegeven dat het een aanwinst is. Zo gaat het wel vaker bij Aldo van Eyck. Hij zet dingen op papier, die je pas ten volle begrijpt en ervaart wanneer ze echt gebouwd zijn. Dan pas snap je wat hij bedoelt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.