DEN HAAG - “Natuurlijk is het niet zo dat als Pronk uit China terugkeert, hij onder aan de vliegtuigtrap is gedegradeerd tot staatssecretaris. Hij mag in deze kabinetsperiode minister blijven. Maar wij zullen er bij de volgende kabinetsformatie, als het de VVD gegeven is daaraan deel te nemen, zeker weer op aandringen van Ontwikkelingssamenwerking een staatssecretariaat te maken.”
VVD-Kamerlid Frans Weisglas zegt dit in een toelichting op zijn vermaning aan de minister van ontwikkelingssamenwerking zich 'terughoudend' op te stellen. Weisglas richtte deze boodschap aan Pronks adres in zijn reactie op de herijkingsnota over het buitenlands beleid. De liberaal meent dat de leidende rol van de minister van buitenlandse zaken moet worden versterkt, hetgeen betekent dat Pronk een toontje lager zal moeten zingen.
Daags na de publicatie van de nota licht het VVD-Kamerlid zijn pleidooi toe. “Een terughoudender opstelling van Pronk vloeit ook logisch uit de herijkingsnota voort. Een kernidee in de nota is dat de landenbureaus op Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden samengevoegd, onder de eenhoofdige leiding van een hoge ambtenaar. Dan is het toch logisch dat de politieke verantwoordelijkheid ook bij één minister komt? En wie anders dan de minister van buitenlandse zaken moet dat zijn? Mijn kritiek op de nota is dat de mogelijkheid van twee kapiteins op één schip blijft bestaan.”
“Ook om een andere reden is het logisch van Ontwikkelingssamenwerking een staatssecretariaat te maken. De nota constateert terecht dat de Europese Unie ongelooflijk belangrijk is. Dan vraag ik me af waarom we bij Europese zaken wel kunnen volstaan met een staatssecretaris en bij Ontwikkelingssamenwerking niet.”
Vindt u dat Pronk zich thans, in de bestaande constellatie, ook terughoudender moet opstellen?
“Niet op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, wel op het terrein van buitenlandse zaken. Hij doet politieke uitspraken over kwesties die tot het terrein van de minister van buitenlandse zaken behoren. Hij gaat daarin heel ver, bijvoorbeeld in zijn pleidooi om ter berechtiging van de Rwandese oorlogsmisdaden bij het Internationale hof van justitie een Rwanda-tribunaal in te stellen.
Zo'n aangelegenheid is toch overduidelijk de primaire verantwoordelijkheid van de minister van buitenlandse zaken! Pronk heeft toch al de neiging zich als de minister van buitenlandse zaken voor Afrika op te stellen.''
Zo'n pleidooi van Pronk komt toch voort uit zijn visie op Ontwikkelingssamenwerking? Armoedebestrijding, het hoofddoel van ontwikkelingssamenwerking, houdt naar zijn idee een veelomvattend beleid in, gericht op duurzame groei, gelijkberechtiging van vrouwen, eerlijke internationale concurrentie èn, in het Rwandese geval, vredespolitiek. Gaat achter uw onenigheid met de minister niet een verschil van visie op ontwikkelingssamenwerking schuil?
“Ja, dat is zo . . . Rwanda is misschien niet zo'n goed voorbeeld . . . Ik denk bijvoorbeeld terug aan zijn openlijk beleden weerstand tegen het westerse optreden in de Golfoorlog. Hij heeft de neiging zich op te stellen als de tweede minister van buitenlandse zaken. Dat heeft-ie ook wel eens gezegd, dat hij minister van buitenlandse zaken wil worden.
Natuurlijk, er zijn raakvlakken tussen buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking, maar dat houdt naar mijn idee niet in dat Pronk zo ver mag gaan als-ie gaat. Er is een hiërarchische verhouding tussen de ministers van buitenlandse zaken en van ontwikkelingssamenwerking. Nu is het zo dat Van Mierlo een minister naast zich heeft die zich op zijn terrein begeeft. Nogmaals, als ontwikkelingssamenwerking de verantwoordelijkheid van een staatssecretaris wordt, zullen de verhoudingen duidelijker zijn.''
Uw politiek leider, Bolkestein, heeft eerder bepleit om ontwikkelingssamenwerking te beperken tot noodhulp. Dat is een veel beperkter opvatting over ontwikkelingssamenwerking dan Pronk heeft.
“Nu, Bolkestein zei iets meer. Hij vindt dat in bepaalde landen kan worden volstaan met noodhulp en in iets verder ontwikkelde landen met steun aan de betalingsbalans. Inderdaad, projecthulp vindt hij als een klassiek idee van ontwikkelingssamenwerking achterhaald. Ik ben dat met hem eens.”
Gaat achter uw pleidooi ook niet schuil dat de VVD en Pronk met hun politieke ideeën mijlenver van elkaar staan?
“Hij is één van de exponenten van een ouderwetse PvdA-ideologie. Binnen de PvdA behoort hij tot de groepering die het verst van de VVD afstaat. Maar dat neemt niet weg dat ons idee een staatssecretaris op Ontwikkelingssamenwerking te zetten los staat van de persoon van Pronk. Als in de volgende formatie het balletje zo rolt dat de VVD Ontwikkelingssamenwerking krijgt toebedeeld, dan nog zullen wij een staatssecretaris op deze post bepleiten. Anders zou het niet correct zijn.”
U zegt in uw reactie dat u met de financiële afspraken in de herijkingsnota gedurende deze kabinetsperiode 'kunt leven'. Waar doelt u op?
“Op het voorstel om de gezamenlijke uitgaven voor het buitenlands beleid, met uitzondering van de defensiebegroting, te binden aan een vast percentage van het bruto nationaal produkt. Over dat idee sta ik niet te juichen. Het houdt in dat deze uitgaven automatisch stijgen met de groei van de economie. Waarom zou dat voorrecht niet gegeven mogen worden aan andere cruciale uitgaven, zoals die van Ritzen of Melkert?
Wij kunnen er voor de duur van deze kabinetsperiode mee leven, nu de handtekening van onze minister van financiën Zalm eronder staat. Het geeft vertrouwen dat hij, met zijn stringente opvattingen over de centjes, ermee akkoord gaat. Maar bij de volgende kabinetsformatie is dit voor ons een punt.''
U zegt hetzelfde over de afspraak de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking vast te leggen op 0,8 procent van het bruto nationaal produkt, met een marge van een half procent meer of minder?
“Ook daarmee kunnen wij voor de duur van deze kabinetsperiode leven. Wij vinden het op zich te veel. Er zijn maar vier landen in de wereld, waaronder Nederland, die op of boven de internationale norm van 0,7 procent BNP zitten. Wij geven al twintig jaar meer dan dat percentage uit. Al te goed is buurmans gek, zeg ik dan. Het is echt geen schande je te houden aan de internationale norm, niet minder maar ook niet meer.”
“Ik besef dat we in een coalitie moeten toegeven. Daarom gaan we voor het moment akkoord met het voorstel, zij het dat wij de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking graag op de ondergrens van 0,75 procent zien uitkomen. De PvdA wenst 0,85 procent en D66 zit daar tussenin. Zij zullen wel zeggen dat ze hebben gewonnen. Tja, zo gaat dat.”
“Wij zijn overigens blij dat Voorhoeve van een probleem is afgeholpen met de blijvende extra uitgave van 200 miljoen aan defensie, temeer daar deze uitgave linksom of rechtsom wordt gefinancierd met geld van ontwikkelingssamenwerking. Kijk maar, de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking vallen de komende jaren lager uit dan de meerjarenraming aangeeft. Dat biedt perspectief. Dat hebben wij altijd bepleit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.