*

 
dossier

Archief

'Moet je 25 km reizen, dan denk je tweemaal na voor je havo of VWO kiest.'

ESTHER HAGEMAN − 13/05/95, 00:00

De antwoorden: 1 D, 2 C, 3 A, 4 C, 5 B, 6 A, 7 D, 8 A, 9 C, 10 B.

1. Mavo is in Drente veruit het populairst. Van alle examenkandidaten van dit jaar doet in Drente 61,4 procent een gooi naar het mavo-diploma. Dat is dus bijna 30 procent méér dan het landelijk gemiddelde (34 procent). De animo voor de mavo is op z'n kleinst in Noord-Brabant (20,7 procent). In Friesland en Zeeland - de twee andere opties uit de vraag - is een mavo-opleiding ietsje populairder dan gemiddeld.

In Noord-Holland en Utrecht is de belangstelling voor mavo een beetje lager dan gemiddeld. Maar in Zuid-Holland steekt hij bijna 7 procent boven het gemiddelde uit: 40,9 procent.

2. Zeeland en Flevoland zijn de enige twee provincies waar èn VBO en Mavo meer dan gemiddeld in trek zijn, èn havo en VWO juist minder jongeren trekken dan gemiddeld.

Want in Drenthe trekt de mavo weliswaar enorm veel jongeren, maar daar is het VBO weer minder populair dan gemiddeld (-8,1 procent). Dat geldt ook voor Overijssel, maar dan een beetje minder sterk (-4,5 procent).

De belangstelling voor de mavo is op z'n dieptepunt in Noord-Brabant. Daar doet maar 20,7 procent van alle examenkandidaten een gooi naar een mavo-diploma. In Utrecht en Gelderland, de twee andere mogelijkheden in de opgave, is mavo zo ongeveer gemiddeld in trek: 30,9 resp. 33,7 procent van alle examenkandidaten.

3. In Utrecht en Noord-Brabant trekken jongeren meer dan gemiddeld naar de 'hogere' schoolsoorten, en gaan ze dus niet naar VBO of Mavo. In Noord-Brabant is het aantal VWO'ers zelfs 15,1 procent hoger dan gemiddeld (20,2 procent). In Utrecht steekt het Havo het verst uit: 4,2 procent meer dan het gemiddelde. Dat ligt op 27 procent.

“Regionale verschillen bestáán. Al heel lang. Er wordt alleen nooit onderzoek naar gedaan”, zegt de Amsterdamse onderwijssocioloog prof. dr. J. Dronkers desgevraagd. “Er is hooguit interesse, dus geld, voor onderzoek naar het verschil tussen Amsterdam enerzijds en de rest van Nederland anderzijds. Of tussen Noord- en Zuid-Holland versus de rest.”

De populariteit van het mavo in Drente verklaart Dronkers uit de geschiedenis. “De vroegere ulo of mulo, de huidige mavo, ontstond als kop bovenop een lagere school, en was dus in het dorp beschikbaar. Voor een HBS of een gymnasium moest je naar een stad. Die heb je in Drenthe niet zo veel.”

“Als een kind 25 kilometer moet reizen denk je wel twee keer na voor je het naar een havo of een VWO stuurt. Een kind met een mavo/havo-advies zal in Amsterdam dus naar een havo gaan, en in Drente naar een mavo.”

Dat Brabantse en Limburgse jongeren naar de 'hogere' schoolsoorten trekken is, denkt Dronkers, eveneens een stukje erfenis uit het verleden. “Je kon er kiezen tussen het seminarie, dus het gymnasium, of niets. Dat zijn ze in het zuiden blijven doen.”

4/5. Het appèl om 'exact te kiezen' is kennelijk het meest succesvol geweest in het zuiden des lands: Noord-Brabant en Limburg.

In die twee provincies worden alle exacte vakken vaker dan gemiddeld gekozen. Niet dat de zuidnederlandse cijfers nou zo dramatisch ver boven het gemiddelde uitsteken: nooit meer dan 2,8 procent boven het maaiveld. Maar toch: kom er eens om in Friesland en Noord-Holland. Want daar worden alle vijf exacte vakken juist minder dan gemiddeld gekozen.

6. In Utrecht en Noord-Holland is de trek naar alfa-vakken het sterkst. Vijf van de zes alfa-vakken scoren er hoger dan gemiddeld. Niet véél hoger - nooit meer dan 5,1 procent - maar toch. Noord-Brabant en Limburg, de twee provincies waar tamelijk vaak 'exact' wordt gekozen, zijn nog altijd middenmoters als het om de alfa-vakken gaat. Dat duidt erop dat jongeren daar niet gauw een examenvak kiezen dat bekend staat als 'daar heb je zo weinig aan': tekenen, handvaardigheid, filosofie of muziek.

“Géén idee, maar wel opmerkelijk”, zegt Dronkers op de vraag waar het verschil in 'exact kiezen' vandaan komt, tussen Brabant en Limburg aan de ene kant, en Friesland en Noord-Holland aan de andere. Bij een steekproef in eigen kring blijkt ook dat nogal eens wordt gedacht dat het juist andersom is. “Ik moet er eens over nadenken. Mooi vraagstuk”, zegt Dronkers.

7/8. Natuurkunde staat op het VBO nummer vier op de toptien. Economie staat er op tien - na aardrijkskunde, en voor Frans. Biologie en Duits staan op vijf en zes.

Hoe 'lager' de schoolsoort, des te hoger biologie in de pikorde staat. Op de mavo staat het nummer zes. Op de havo nummer acht, en nummer tien op het VWO.

Aardrijkskunde is ook zo'n vak dat héél verschillend wordt gewaardeerd. Nummer zeven op het Mavo, nummer negen op het Havo, nummer dertien op het VWO. Het omgekeerde verschijnsel zien we bij geschiedenis. VWO'ers zetten dat op nummer vijf, havisten op zeven, op de mavo scoort het de tiende plaats, en op het VBO staat het nummer twaalf.

Frans wordt op alle schooltypen kennelijk een rotvak gevonden, want het scoort meestal de elfde plaats (VBO, Mavo en VWO) en soms zelfs de twaalfde (Havo).

9. Een op de duizend examenkandidaten fraudeert. In 1994 deden ruim 182 000 scholieren examen (VBO, mavo, havo of VWO). Onder hen kwamen 104 gevallen van fraude aan het licht. In veruit de meeste gevallen (84 procent) kreeg de leerling voor straf een 1 voor dat examenonderdeel. In een paar gevallen (10 procent) moest de leerling het overdoen. In zes procent van de gevallen mocht de leerling niet verder aan de examens deelnemen. Volgens de Onderwijsinspectie zijn leerlingen, maar ook hun ouders, er vaak laconiek over: “Het is een sport, jammer, niet gelukt”. De Inspectie vindt dat verontrustend.

10. Het goede antwoord is b: een leerling heeft 85 procent slaagkans op een dagschool, 77 procent in het volwassenen-onderwijs en slechts 46 procent kans om te slagen via een staatsexamen. De cijfers bij a en c zijn de kansen dat je slaagt voor een mavo- en VWO-diploma.

Slagen voor een schooldiploma is dus makkelijker dan slagen voor je rij-examen. Want die slaagpercentages staan onder d. Achtereenvolgens: het theorie-examen, het praktijkexamen voor een auto, en rijden op een motorfiets.

mailIcon print |