ANTWERPEN - Hij ziet er een beetje uit als een gedreven marxist. Toont zich militant in zijn geloof dat het allemaal goed komt met de wereld. Zijn analyse legt gruwelijk precies de vinger op de vele rotte plekken, terwijl zijn uitweg soms juist weer onthullend praktisch is.
Philippe van Parijs is met recht een 'wonderlijke combinatie van liberaal geïnspireerde bekommernis om vrijheid, socialistische zorg om gelijkheid, en methodologisch individualisme'. De omschrijving is van Toon van de Velde, hoogleraar Arbeidseconomie aan het Centrum voor ethiek in Antwerpen. Hij schreef een voorwoord in het deze week gepresenteerde boek getiteld Solidariteit voor de 21ste eeuw (Uitgeverij Garant te Leuven). Auteur: Philippe van Parijs.
Helder licht Van Parijs toe waarom de onstuimige groei van de wereldmarkt 'goed' is, maar er op ethisch gebied iets helemaal 'mis' gaat.
“Ik sta voor gelijkheid en rechtvaardigheid op wereldschaal. Globalisering is voor mij dan ook een van de beste zaken die de mensheid overkomen is.” Dat zegt hij niet omdat hij zelf tegenwoordig wereldburger is - net terug uit Montreal en onder meer docerend in Leuven en Oxford. De Belgische filosoof is blij met de wereldmarkt “omdat duidelijk is dat mondialisering van de economie als gevolg heeft dat de rijkdom wordt herverdeeld. Van rijke landen naar arme landen.”
“Hetzelfde geldt voor migratie. Een direct gevolg van het kapitalisme en het verlagen van de grenzen tussen landen. Mensen verhuizen omdat ze het een verbetering vinden. Anders zouden ze het niet doen. Daarom is wereldwijde migratie niet 'erg', nee het is juist een prachtige zaak.”
“Maar, en dat is cruciaal, verkleinen van de ongelijkheden tussen landen kan gepaard gaan met het vergroten van ongelijkheden tussen mensen.”
“Mensen die talenten, energie of kapitaal hebben, die kunnen veel winnen bij de mondialisering. Niet alleen direct omdat de markt hun meer mogelijkheden biedt. Maar ook indirect omdat ze grotere macht krijgen.”
En dat brengt Van Parijs op de kern van zijn betoog. “Neem gekwalificeerde arbeiders of kapitaalbezitters. Die kunnen nu veel geloofwaardiger dan vroeger dreigen naar elders te gaan. Dat vergroot hun machtspositie in eigen land. En dat vertaalt zich naar geringere bereidheid om een deel van het inkomen af te staan in de vorm van belasting. Om bij te dragen aan herverdeling.”
Burgers krijgen daardoor een vrijblijvender band met de staat waarin ze wonen, verwijst hij onder meer naar de toenemende stroom belasting-vluchtelingen. “De staat is lange tijd beschouwd als huishouding. Een gezin heeft een budget en verdeelt dat. Daarbij is ruimte voor zaken als cultuur en solidariteit. Een gezin kan ethisch handelen. Maar door het verdwijnen van de grens zie je dat overheden zich meer gaan gedragen - ze moeten ook wel - als ondernemingen. Die zijn onderworpen aan mededinging. Dat betekent dat er geen ruimte is voor ethisch handelen.”
“Een onderneming moet zijn werknemers verdienen. Kunnen mensen het elders beter krijgen, dan gaan ze weg. Op diezelfde manier moeten ze hun klandizie verdienen. Zijn de producten elders goedkoper of beter, dan is de klant weg. Daarmee is ethiek binnen een onderneming zelfvernielend.”
De tegenwerping dat bijvoorbeeld de Bodyshop het nog aardig lijkt te redden, pareert hij; “Natuurlijk zijn er ondernemers die hun personeel beter behandelen, of 'groen' inkopen. Maar feitelijk heb je daar geen ethiek bij nodig. Zij doen dat omdat ze op die manier winstkansen zien. Zodra er echt een conflict ontstaat tussen ethiek en rendement, moeten ondernemingen wel kiezen voor het laatste. Anders gaan ze failliet.”
Gezinshuishoudingen, met hun 'vaste' leden die niet hoeven concurreren om een plaats aan de eettafel, kunnen dus wél ethisch handelen, en ondernemingen niet, stelt Van Parijs. En dat is dus geen kwestie van onwil of 'slechtheid', maar het licht besloten in de organisatiestructuur.
In dat licht is zijn constatering belangrijk dat de overheid van een 'huishouding' is geworden tot een 'onderneming'. Een rechtstreeks gevolg van de concurrentie tussen landen die is ontstaan door het verdwijnen van grenzen. “Men kan het betreuren. Maar dat helpt niet. Het is een feit dat overheden steeds meer moeten gehoorzamen aan de regels van de markt. Dit negeren is zelfmoord”, zegt Van Parijs.
En dat is niet het enige probleem als gevolg van de vrijer wordende wereldmarkten. De 'armeren' in rijke landen betalen voor de wereldwijde herverdeling. Want de rijken in rijke landen zijn in staat om hun nadelen af te wentelen. Op zo'n zelfde manier werkt het in arme landen verkeerd uit: “Wie emigreren? Mensen die kracht, geld of talent hebben. De zwakste mensen in de arme landen blijven over, die dragen de last. Als ik persoonlijk moet kiezen tussen een beetje minder libertijnse gelijkheid in de wereld of wat warmere verhoudingen, dan kies ik het tweede. Gegeven het diepste doel in mijn leven kies ik eerder voor meer broederlijkheid dan rechtvaardigheid. Maar voor de analyse heb je daar niets aan. Dat moet je toch redeneren in termen van gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Vandaar dat ik geen boeken schrijf over warme broederschap, maar saaie over rechtvaardigheid.”
Wat rest is een somber beeld: de mondialisering moet, want dat leidt tot herverdeling op wereldschaal. Maar de gevolgen daarvan zijn verschrikkelijk: ethiek verdwijnt, armen worden armer, rijken rijker. Toch maar de grenzen dicht dan?
“In feite zitten we gevangen in het volgende dilemma: economische ontwikkelingen maken het onmogelijk om een sterke nationale solidariteit te realiseren. En politiek is het onhaalbaar om solidariteit op een bovennationaal niveau te organiseren. Toch moet je iets doen.
“Ik zie twee wegen, die gelijktijdig bewandeld kunnen worden. We moeten de solidariteit op een ander niveau gaan organiseren en via soldaristisch patriottisme de elite van de samenleving aanspreken. Noem het de vlucht naar voren. Ik zie geen andere oplossing, de winsten van vrije handel zijn te groot. We kunnen ons niet permitteren die niet te pakken.
“De markt heeft regels nodig. Nu de overheden zelf als ondernemingen gaan handelen, hebben we spelregels op een hoger niveau nodig. Democratische regels moeten de markt disciplineren, dat is heel dringend nodig.” Van Parijs erkent dat een werelddemocratie onhaalbaar is. Maar er zijn nog andere manieren, betoogt hij. Via bijvoorbeeld regionale blokken als de Europese Unie, maar ook de VN.
Van Parijs schetst de grote droom: dat de mensheid één volk is en dat er gelijkheid en rechtvaardigheid is. “Alleen globalisering zal ons in de richting van die droom leiden. Maar het kan een nachtmerrie worden als we niet snel herverdelende structuren invoeren die de sterk inegalitaire krachten indammen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.