SITTARD - In 1988, in de eerste editie van de Limburgse Handbaldagen, onderscheidde Wil Jacobs zich als topscorer van het evenement. Zeven jaar later werd de aanvoerder van V en L uitgeroepen tot de beste verdediger.
Onder aanvoering van Jacobs wist V en L verrassend beslag te leggen op de derde plaats tijdens de achtste aflevering van de Limburgse Handbaldagen. In de ogen van de 35-jarige routinier had er nog meer in gezeten. Hij vond het een fout van de organisatie dat V en L na de zwaarbevochten zege op het Noorse Stavanger bijna onmiddellijk in de kruisfinales moest aantreden tegen het Zweedse Süvehof. “Ze hadden ons de tweede kruisfinales moeten laten spelen”, aldus Jacobs. “Nu waren we na veertig minuten helemaal leeg, omdat wij minder mogelijkheden om te wisselen hebben dan die Zweden. We waren zeker niet minder. Op een gegeven moment stonden we zelfs met vijf goals voor.”
Maar ondanks die kritiek op de organisatie, die al voor het duel V en L - Stavanger de volgorde van de kruisfinales had bepaald, keek Jacobs met voldoening terug op het toernooi. Natuurlijk op zijn onderscheiding (“Het is altijd leuk om erkenning te krijgen”), maar vooral op het spel van V en L, dat ten koste van US Dunkerque de derde plaats pakte: 24-21. Met die zege op de Fransen sloot V en L het toernooi af met een nederlaag, een gelijk spel en drie overwinningen, waaronder een op de latere toernooi-winnaar Stavanger. In een geheel Scandinavische finale waren de Noren met 25-20 te sterk voor het Zweedse Süvehof.
Jacobs ziet het als een compliment dat hij met zijn 35 jaar nog altijd een van de grote steunpilaren van de ploeg is. Maar zijn onmisbare inbreng kan ook op een andere, minder postitieve manier worden verklaard. “De aanwas van nieuwe handballers is niet groot”, zo legt Jacobs uit. “In mijn tijd kwam je als 17- of 18-jarige in het eerste team en kon je je meteen meten aan het niveau. Nu zijn ze 24 of 25 jaar en hikken ze nog tegen het niveau aan. Die ontwikkeling vind ik zorgelijk, maar zie je bij meer teamsporten. Als lid van een team heb je vier, vijf verplichtingen per week en daar kiest de jeugd niet meer voor.”
Jacobs neemt aan het einde van dit seizoen de beslissing of hij er nog een jaar aan vastplakt. In ieder geval is hij dit seizoen vast van plan met V en L een serieuze gooi te doen naar de finale van de play-offs. “De mensen zeggen dat je moet stoppen als het goed gaat”, weet Jacobs. “Het het wordt voor mij moeilijk om deze jonge groep in de steek te laten als we Europa Cup 1 of Europa Cup 2 spelen.” Want het wordt in Geleen weer tijd voor een groot feest, tien jaar na de laatste landstitel. “De selectie is nu breder dan de voorgaande jaren en er is een hechte groep. Ik weet niet of we al dit jaar op het hoogste plan eindigen, maar als deze ploeg bij elkaar blijft, moet iedereen weer serieus rekening gaan houden met V en L.”
Met de derde plaats in Sittard redde V en L het 'nationale' gezicht van de Limburgse Handbaldagen. Sittardia, met E en O lijstaanvoerder in de vaderlandse competitie, eindigde teleurstellend als zesde en Blauw Wit groeide opnieuw uit tot lelijk eendje van het evenement. De ploeg uit Neerbeek deed het nooit goed in de Limburgse Handbaldagen. Nimmer reikte Blauw Wit hoger dan de zesde plaats (in 1988 en '89), met daarbij de aantekening dat het team de afgelopen twee jaar ontbrak vanwege financiële problemen. Het zal voor ex-bondscoach Guus Cantelberg nog een hele klus worden dit jonge Blauw Wit te behoeden voor degradatie uit de eredivisie.
Evenwichtig
Het brons voor V en L was voor de 'ploegenmakelaar' Wil Knols een bewijs dat het evenement in sportief opzicht evenwichtig in elkaar stak. Knols stelt al sinds 1988 het deelnemersveld samen en een van zijn doelstellingen is dat een van de Limburgse clubs een kans moet hebben op het bereiken van de kruisfinales. “Je kunt de kampioenen van Zweden, Spanje en Frankrijk uitnodigen, maar dan worden de Limburgse clubs zesde, zevende en achtste”, zegt Knols. “Als Sittardia, V en L en Blauw Wit in iedere wedstrijd worden afgeschoten komt er geen mens meer kijken en is het toernooi binnen twee jaar ter ziele.”
Nu is het niet alleen uit een soort van piëteit voor de drie thuisclubs dat Knols de absolute toppers uit Europa niet naar Zuid-Limburg haalt. Natuurlijk spelen daarin ook de financiën een rol. Zo vraagt Olympique Marseille naast een complete reiskosten-vergoeding een bedrag van 20 000 gulden. Voor Knols een onmogelijk eis. “Daarmee is bijna mijn hele budget op”, weet de Limburger, die zo'n 25 000 gulden mag uitgeven voor het inviteren van vijf clubs uit het buitenland. In de subtop van Europa heeft het evenement in Limburg zo'n bekendheid gekregen dat Knols steeds minder vaak zijn neus stoot.
Toen het Italiaanse Fortst Brixen zich ruim een week voor het toernooi afmeldde, vond Knols het Franse US Dunkerque onmiddellijk bereid de opengevallen plaats in te nemen. De winnaar van dit jaar, Stavanger, vroeg hem al op de eerste dag of er voor 1996 weer een reis naar Limburg inzat. “Ik heb ze moeten teleurstellen, want in principe nodig ik niet dezelfde ploegen uit”, aldus Knols, die op die 'regel' een keer een uitzondering maakte; voor het Zweedse Redbregslid. “Ik probeer zoveel mogelijk speelstijlen naar Limburg te halen, uit alle delen van Europa.” Maar steeds minder uit het oosten. Het Tsjechische Gumarny Zurbi was dit jaar de enige club uit het voormalig Oost-Europa.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.