Een bestaande grindvloer moet je niet 'dichtzetten'. Dat wordt nooit mooi. Maar G. Noordman had het wel laten doen. Door het bedrijf van Piet Tegel. Het resultaat was bedroevend. Tegel had nog zwart op wit laten zetten dat het eindresultaat niet feilloos zou zijn. Maar Noordman was niettemin zwaar teleurgesteld en wilde genoegdoening.
Daarom zaten beiden tegenover de Geschillencommissie Wonen. Het ging om een flinke grindvloer, die na plaatsing moest worden opgevuld met acrylaat. Dat geeft strepen, had Tegel gewaarschuwd. En die zaten er uiteindelijk dus ook in. Maar er was meer. Er zaten vlekken in de vloer, het acrylaat was tegen de plinten gesmeerd, lamellen die door de werklieden op een hete radiator waren gelegd, waren kromgetrokken en een zwikje kamerplanten had het loodje gelegd. Kortom, kommer en kwel.
Het eindresultaat was niet om aan te zien, concludeerde Noordman bij de geschillencommissie. Het viel op zichzelf nog best mee, vond Tegel. Er was een deskundige van het bedrijfschap stukadoors naar de vloer wezen kijken en die had ook geconcludeerd dat het eindresultaat 'binnen de normen' viel.
De sterfte onder de kamerplanten kon volgens Tegel nooit het gevolg zijn van het dichtzetten van de grindvloer. “Volgens het bedrijfschap kan er alleen schade ontstaan als er ammoniakverbindingen zitten in de gebruikte stoffen en ik heb bij de leveranciers product-specificaties opgevraagd waaruit blijkt dat er geen ammoniak in zat. Die planten zijn dus niet door ons product kapotgegaan. Dat kan ik hiermee aantonen”, zei Tegel, wapperend met de papieren. “Alleen als we een matte coating gebruiken, moeten alle levende organismen uit de ruimte worden verwijderd. Dit was een glanzend acrylaat.”
Noordman was niet overtuigd. “In de week dat er aan de vloer werd gewerkt, zijn we het huis uit geweest. In het weekeinde zijn we teruggekomen. We hebben tot vier, vijf dagen erna schele koppijn gehad.”
Het geknoei met acrylaat op plinten en kasten had voorkomen kunnen worden, vond de deskundige. De vloerleggers hadden de plinten moeten afplakken. Tegel gaf toe dat dat niet was gebeurd. “Als wij bij nieuwbouw een vloer volzetten, zijn de plinten doorgaans nog niet aangebracht. Maar hier ging het om een bestaande vloer en dan moet je bij de plinten dat acrylaat wat dikker aanbrengen, om te voorkomen dat bij nat reinigen vocht onder de plinten komt en in de muren wordt gezogen. Dan krijg je kringen.” Vertel hem wat. “Maar die acrylaat is zo met een Stanley-mesje weg te halen, hoor. Het is geen epoxy, een twee-componentenproduct, dat is met geen mogelijkheid meer te verwijderen.”
Noordman bleef erbij: “Ik vind dat er slordig is gewerkt.” En Tegel moest toegeven dat het eindresultaat mooier had kunnen zijn. “Sinds dit akkefietje hebben we ook besloten om nooit meer bestaande vloeren vol te zetten. Tevreden klanten zijn voor ons belangrijk.”
Toen Noordman vervolgens meedeelde dat herstel van de vloer wat hem betreft niet meer hoefde, omdat hij zijn huis mét grindvloer intussen had verkocht, zag voorzitter mr. L. A. M. van Dijke, in het dagelijks leven kantonrechter, zijn kans schoon en stuurde aan op een schikking. “Hoe zullen we dit oplossen”, vroeg hij Noordman. Die stelde voor de zaak op te lossen met een genoegdoening van 500 gulden.
Tegel voelde daar ook wel voor. Maar zijn beroepseer vergde nog een kleine professionele aarzeling. “Ik heb natuurlijk liever een tevreden klant, die me 700 gulden kost. Maar anderzijds, voor 500 gulden kunnen wij die vloer niet herstellen. Dus oké, laten we het zo maar doen.”
De schikking betekende voor Noordman wel dat hij zijn eigen bijdrage van 250 gulden (het klachtengeld voor de commissie Wonen), niet terug kreeg. Per saldo hield Noordman dus 250 gulden aan schadevergoeding over.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.