Premier Kok noemde zijn regeringsploeg bij het aantreden nadrukkelijk een gewoon kabinet en dat is het in menig opzicht ook geworden. Het heeft een goed beheer gevoerd. Het heeft in het algemeen gedaan wat je van een verstandig kabinet mag verwachten. Vraag is wel of zo'n kwalificatie voldoende is om in het verkiezingsjaar 1998 met een gerust hart te mikken op continuïteit.
Kijken we naar de verkiezingsprogramma's van de grote politieke partijen dan is dat inderdaad het perspectief. Die programma's hebben wel ieder hun eigen accenten, maar of er straks een tweede paars kabinet, dan wel één van een andere kleur aantreedt, zal vermoedelijk voor het beleid niet zo gek veel uitmaken. Ook zo'n kabinet zal een goed beheer hoog in het vaandel voeren en op zichzelf mogen we daar best tevreden mee zijn: een goed beheer is belangrijk.
Tegelijkertijd is het te hopen dat we niet een al te tevreden natie worden. Zo'n natie is immers weinig genegen zich zorgen te maken over de arme kant van Nederland, zal geneigd zijn de ogen te sluiten voor de bedreigingen van de leefomgeving en berust - op een enkele Gümüs na die we toevallig goed kennen - al gauw in een straf vreemdelingenbeleid.
En niet te vergeten, 1998 belooft ook het jaar te worden van vele tientallen processen tegen nette burgerheren die zich op de beurs ernstig hebben misdragen. Zelfs als de bewijsvoering problemen oproept, is dat nog geen geruststelling. Het zou alleen maar betekenen dat er tegen hun hebberigheid en verrijking geen kruid gewassen is.
Kortom, een goed beheer verdient lof. Maar het zou een lief ding waard zijn als politici wat gretiger naar een toekomst zouden reiken waarin zelfgenoegzaamheid, egocentrisme, en zelfverrijking een minder vanzelfsprekende plaats hebben in de samenleving.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.