*

 
dossier

Archief

LASTIGE VRAGEN (Anne Vegter)

Door: redactie − 20/01/96, 00:00

Zet u graag omheiningen?

Aan de andere kant van mijn Janbinneslaan in Surhuisterveen stond een Zwitsers chalet. Het huis werd grotendeels aan het gezicht onttrokken door hoge coniferen. Ik zag een raam dat gevat was in lood, maar wat speelde zich af achter dat raam? Op onvoorspelbare momenten ging aan de achterkant van het huis een deur open en maakten zich twee hoog blaffende Russische hazewinden los uit de duisternis van binnen. In hun galop bereikten ze snel de hoge haag die om het huis geplant was. Strak gespannen prikkeldraad boven die haag hield de dure honden bij huis. De omheining kietelde mijn fantasie. Waar was de eigenares van wie men zei dat ze nooit meer kon lopen? Die magere man met de zeemanspet op, die zo scherp floot naar de honden dat ik onmiddellijk naar ons raam vloog om een glimp van die mythische dieren op te vangen: wie was dat? Vanaf mijn veertiende veranderde ik het perspektief. Niet de honden, de man en de vrouw leefden achter de omheining in afgeslotenheid, maar ik. Zij vormden de bewaking aan de andere kant, en ik was opgesloten. De dieren werden naar mijn bloed dorstende jakhalzen en het echtpaar martelde mij langzaam dood in zijn grimmig lachen om mijn uitbraakpogingen. Geen hek, wal, muur, gracht of prikkeldraadomheining of ik ben de ronddravende gevangene. Het sinistere spel geeft hels genot.

Hebt u al eens gedacht dat u ging sterven, en wat ging er toen door u heen:

a. wat u achterlaat? b. de toestand in de wereld? c. een landschap?

Ik heb me een paar keer lelijk vergist. Mijn omstandigheden brachten me op het idee dat mijn situatie onhoudbaar was en tegelijkertijd van een nooit eindigende onhoudbaarheid. “Ik sterf nog liever” verwarde ik met “Gegroet, dit was het.” Ik dacht, kortom, dat m'n laatste uur geslagen was en dat was dan weer niet zo. Mijn levenszin is sterk en me verlaten voelen of ten prooi vallen aan fysieke pijn heeft me ten slotte eerder kracht dan onwil om te leven geschonken. In het misantrope of aanstellerige schijnafscheid nemen keek ik nooit achterom naar wat daar onaf zou blijven. Ik dacht eigenlijk voornamelijk dat ik bijvoorbeeld dorst had. Vroeg me af welke dag het was. Omdat ik op dat drietal momenten van stervensbereidheid helemaal niet dacht aan wat ik liet, wist ik, weer later, dat ik steeds geweten had, dat ik een spelletje met de levenszin en mijn eigen gevoel van verantwoordelijkheid daarvoor speelde. Er was overigens een keer iemand bij op zo'n moment en die heb ik de stuipen bezorgd. Mijn vader. In de peristaltische beweging van mijn volwassen worden heb ik zijn vaderliefde ijverig geprovoceerd. Je ziet dat wel eens vaker bij meisjes.

Gesteld dat u nooit iemand om het leven bracht: hoe verklaart u dat het nooit zover is gekomen?

Om te moorden moet men een grote dosis haat in de ziel hebben verzameld. In dat geval is het zaak de prooi niet goed te leren kennen. Van de mensen die ik echt leerde kennen ben ik altijd in meerdere of mindere mate gaan houden. Om te haten dient men veel van het persoonlijke van de ander buiten beschouwing te laten. Een diepzinnige vraag, meneer Frisch. Het kost me nog wat extra levenservaring om er een evenzo diepzinnig antwoord op te vinden. Ik kan u toch niet verkopen dat mijn enige redenen tot niet-moorden de onaangename practische gevolgen zijn?

Heeft u al eens een dode gekust?

Ja, mijn vriendin E. voor wie ik een moord kon doen.

Wat staat uw geluk in de weg?

Mijn neiging te hechten aan mijn schuldgevoelens.

In hoeverre voelt u zich door een ongeboren kind levenslang verbonden met de betreffende vrouw?

Op dit moment groeit er een kind in mijn buik. Dit maak ik voor de tweede keer mee. De eerste zwangerschap ervaarde ik als een definitief afscheid van mijn meisjesschap. Ik voelde mij ongelukkig onbekend met wat er van me gevraagd zou worden door dat kloppende wezen, waarvan ik de naderende behoeften begon te vermoeden. Ik ergerde me aan de gedachte dat ik levenslang veroordeeld werd tot de betreffende vrouw die ik moest worden. Ik wilde niet, maar had eenmaal gekozen en kon die ontwikkeling niet meer remmen. Dus ik hield krampachtig dat jonge meisje in me in leven en nu ben ik daar blij om. Nieuwsgierig verwacht ik het nieuwe kindje. Ik heb na vijf jaar moederschap geleerd dat een kind je toestaat zelf tegelijkertijd vrouw, meisje en kind te zijn. Het meisje dat verliefd is op dat mooie jongetje dat toevallig in haar kind huist, de vrouw die graag het laatste woord heeft en het kind dat evenzo lekker op een vloerkleed het Duplotreintje in elkander zet, onder kritisch oog van de vijfjarige.

Hoelang leeft u gemiddeld met een partner samen eer de oprechtheid tegenover uzelf verdwijnt, dat wil zeggen dat u ook bij uzelf niet meer durft te denken waar uw partner van zou kunnen schrikken?

Een ernstige schok. Iemand die mij met brutale provocaties uit mijn existentiële winterslaap wekt: dit alles zou wel nodig zijn om mij ervan te doordringen dat ik verlangens koester die reiken tot ver buiten de oevers van mijn in staat van verrotting zijnde verhouding. Een buitenechtelijke buitennissigheid zou een sneeuwbal aan het rollen brengen en beneden aan de besneeuwde helling zouden de resultaten van mijn ontwaken in brokken bijeen te sprokkelen zijn. Ik zou er tussen in zitten, niets begrijpend, alles ontkennend. Want hoe had ik kunnen weten dat ik mijn echte wilsprojecties al zoveel jaren, toch ten minste steeds drie in getal, tot in de krochten van mijn verlangen had gedreven? Laat ik eerlijk zijn. Na drie jaar relatiehelftschap zwenkten me in het verleden de ogen wel eens te pas en te onpas uit de kop. Zonder de oorzaak daarvan in de bestaande verhouding te zoeken vestigde ik mijn hoop op een andere man. Ik behield me het recht op dromen voor, nam er wel eens de consequenties van, met alle verscheurende gevolgen van dien. Maar nu suggereert u het bestaan van een veel ergere toestand. Die van de onzichtbare gedrevenheid, de wilde kracht in zichzelve waar ook het Ik voor terugdeinst. Voor het openbreken van de deuren die die kracht tot nu toe hebben tegen gehouden is een ijzer nodig dat veel sterker is dan het schietijzer der overspeligheid. De echte liefde, die vele maten ruimer zit dan de krappe jas van de voorzichtige relatie.

mailIcon print |