*

 
dossier

Archief

Tsjetsjeense lerares: Alleen de atoombom bleef ons bespaard

FRANS DIJKSTRA − 27/01/97, 00:00

ITOEM KALE - Aan het eind van de weg door de zuidelijke bergen van Tsjetsjenië, waar alleen een pad verdergaat over richels van ravijnen waar zelfs een paard zich niet waagt, ook daar in Itoem Kale huiveren de mensen nog na van de oorlog.

In de valleien van het district Itoem Kale verschenen dagelijks Russische vliegtuigen boven de gehuchten. Zelfs kinderen werden beschoten. Zes kinderen van één gezin kwamen om het leven. “Natuurlijk zag de piloot dat het kinderen waren die brandhout aan het hakken waren en geen strijders. De vliegtuigen vlogen zo laag dat we de nummers konden lezen”, zegt onderwijzeres Esiat Soelemanov. “De kinderen hebben er nog nachtmerries van. Ze hebben alle soorten bommen die ze hadden op ons uitgeprobeerd. Ook verboden dingen, zoals bommen die scherpe naalden in 't rond schieten. Alleen de atoombom is ons bespaard gebleven.”

De onderwijzeres is nu voorzitter van de plaatselijke kiescommissie, die moet regelen dat de presidentsverkiezingen vandaag goed verlopen. Drieduizend kiezers wonen hier in dit afgelegen stukje Tsjetsjenië, op twee uur rijden van de hoofdstad, over bochtige en glibberige bergwegen.

Alles is klaar voor de verkiezingen, verzekert de onderwijzeres, de stemhokjes, de biljetten en de potloden. Maar wie garandeert dat de zaken eerlijk gaan verlopen? “Het is in het belang van ons allemaal dat we eerlijke verkiezingen hebben”, zegt ze. “We hebben nu rust in het land nodig.”

Toch zou het vandaag makkelijk mis kunnen gaan. Het wemelt overal van de gewapende mannen, van wie onduidelijk is namens wie ze hun geweer of pistool-mitrailleur dragen. De gewone jongens die tijdens de oorlog bij een verzetsgroep gingen, dragen hun wapen nog steeds met trots. In de stad of in een dorp, overal zie je ze wandelen met een geweer losjes langs hun been bungelend.

Ook van wegblokkades is lang niet altijd duidelijk wie ze daar heeft neergezet. Neem de afzetting halverwege de tocht van de hoofdstad Grozni naar het afgelegen Itoem-Kale. Een bord langs de weg waarschuwt dat je een gebied binnengaat waar de islamitische wet streng wordt nageleefd. Bij de keet naast de slagboom zijn planken getimmerd voor een uitstalling van dozijnen flessen wodka en dozen met blikjes bier. Allemaal in beslag genomen door de jongens en mannen die heen en weer drentelen bij de slagboom. Als iemand hun post nadert rochelen ze diep in hun keel om een ferme fluim twee meter ver te spugen. De naderende persoon lanceert ook een fluim, alsof het een Tsjetsjeens ritueel is om te zeggen: goed volk.

Ondanks de gemoedelijke sfeer besluiten de wachtposten op eigen houtje dat de streek te gevaarlijk is voor een buitenlandse journalist. Er zijn al genoeg journalisten kwijtgeraakt of gedood. Er moet een gewapende escorte mee. De commandant zal daarover moeten beslissen. De commandant komt een klein uur later opdagen en hij besluit na een paar minuten nadenken dat het district wel veilig is. Hij heeft namelijk geen escorte beschikbaar. Na een vriendschappelijke uitwisseling van fluimen wordt de slagboom geopend.

Ondanks alle onduidelijkheid over de gewapende machten in Tsjetsjenië is onderwijzeres Esiat Soelemanov niet bang dat haar verkiezingscommissie het moeilijk krijgt. “De president heeft bevolen dat iedereen zijn wapen thuis moet laten”, zegt ze. “Ik denk dat de mannen dat bevel zullen gehoorzamen.” Iets anders dan vertrouwen heeft ze niet. Telefoon- of radioverbindingen ontbreken hier.

Verscheidene keren vluchtte de bevolking van Itoem Kale weg voor het oorlogsgeweld. Maar vluchten was soms gevaarlijker dan blijven. Lerares scheikunde en biologie Jacha Rachmajeva vertelt dat er in deze streek vooral 'huurlingen' waren gelegerd, beroepssoldaten dus. “Zij waren de ergsten. Vaak waren ze stomdronken. Zelfs de dienstplichtigen waren geschokt over wat die huurlingen deden.” Toen zijzelf langs een blokkade kwam pakte een soldaat haar 3-jarig kind af. “Ik zei dat mijn kind ziek was, dat het naar een ziekenhuis moest. Maar hij zei dat hij mijn kind van alles zou genezen. Ik ben bang dat ik wel weet wat hij bedoelde.” Ze kreeg haar kind terug, maar nog altijd trilt haar stem als ze erover vertelt.

Inmiddels zijn zo goed als alle vluchtelingen teruggekeerd in Itoem Kale. Maar er is nog tien, misschien vijftien jaar nodig voordat alles weer normaal zal zijn. “Zelfs bij de kinderen zit de haat tegen de Russen diep”, zegt lerares Rachmajeva. “Ze dromen van Russen die komen moorden.”

De verkiezingen zijn nu hard nodig om een nieuw begin te maken, vindt ze. “We hebben een gekozen president nodig. We hebben een macht nodig die onze onafhankelijkheid verdedigt. En we moeten een nieuwe economie opbouwen. Nu hebben we niets. De meeste mensen hebben geen werk en wie wel werk heeft, zoals ik, krijgt geen geld. Hier op school hebben we ook niets. Geen schoolboeken, geen kaarten, alles is kapot of gestolen. In Moskou zeggen ze dat ze miljarden roebels naar Tsjetsjenië hebben gestuurd. Maar daarvan hebben we hier niets gezien.”

Overal is het gebrek aan geld nijpend. Eén van de zwaarst getroffen plaatsen, het dorp Samasjki in de westelijke vlakten van Tsjetsjenië, heeft twee keer een Russische bestorming over zich heen gehad, in april 1995 en in maart '96. Veel woningen zijn helemaal weggevaagd, andere zijn half in elkaar gezakt. Geen huis is onbeschadigd. De Russische soldaten die door de straten raasden, schoten in 't wilde weg. De metalen poorten van de huizen lijken wel vergieten, zoveel kogelgaten zitten erin.

“Wie de eerste keer nog geld had om zijn huis te herstellen, had niets meer toen de Russen terugkwamen”, zegt Larisa Zijeva, lerares aardrijkskunde. De negende klas met twintig 15- en 16-jarigen zit met jassen aan haar les te volgen. Twee maanden geleden was de school voldoende hersteld om de lessen te hervatten. Achter in het lokaal suist een gasbrander in een ton, maar warm wordt het niet.

De leerlingen praten maar moeilijk over wat er is gebeurd. “We zijn allemaal moe van de oorlog”, legt de lerares uit. “We willen nu rust.”

Maar vergeten is ook moeilijk. Een meisje met een paardestaart zegt: “Er is haat. Ze hebben onze mensen gemarteld en vermoord. Ik zou wel wraak willen nemen. Maar hoe doe je dat? Ik weet het niet.”

mailIcon print |