De PvdA vertoont tekenen van herstel. Dat is de voornaamste, zij het nog wat voorzichtige conclusie na het tweedaagse congres in Den Haag. Dat congres ademde een sfeer van terugkerend zelfvertrouwen en zelfbewustzijn. De vraag is, of dat op meer is gebaseerd dan alleen een verbeterende stand in de opiniepeilingen en de hoop dat partijleider Kok dankzij het brede vertrouwen onder de bevolking volgend jaar de verkiezingen zal winnen.
Niet ten onrechte legde vertrekkend voorzitter Rottenberg een verband tussen goede peilingen en de gunstige economie. Maar het is onmiskenbaar dat de partij doende is zich uit haar identiteitscrisis te bevrijden. Die crisis, die in 1991 met de ingrepen in de WAO een dieptepunt bereikte, bestond vooral uit het onvermogen een antwoord te geven op veranderende economische en culturele ontwikkelingen. Daarin tekent zich nu een keerpunt af. Op het voor haar politiek gevoelige terrein van de sociale zekerheid en de oudedagsvoorziening heeft de partij haar defensieve rol gewisseld voor een offensieve.
De opgave waarvoor de PvdA nu staat is het vertrouwen van de weggelopen kiezers, vooral de ouderen, te herwinnen. Dat is van belang om de gevaarlijke extreem-rechtse partijen de wind uit de zeilen te nemen en schertspartijen als het AOV en de Unie 55+ volgend jaar weg te vagen. Van minstens zo groot belang is dat een vitale sociaal-democratie tegenwicht kan bieden aan het ongebreidelde marktdenken dat de VVD uitdraagt en het benepen nationalisme dat in die partij soms de kop op steekt. De PvdA en het CDA, twee partijen die in deze eeuw een duidelijk stempel hebben gedrukt op de inrichting van onze samenleving, zijn voor het saneringsbeleid in de periode 1982-1994 electoraal en politiek het hardst gestraft. Het stemt hoopvol dat de sociaal-democratie aan het opkrabbelen is. Het CDA, dat zijn crisis nog niet te boven is, al stijgen hier en daar zwaluwen op, kan zich daaraan optrekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.