*

 
dossier

Archief

'Duisenberg moet na vier jaar opstappen'

Door: redactie − 08/01/98, 00:00

Van onze correspondent BRUSSEL - De vervanging van de nationale munten door de euro, in 2002, is een mooi moment voor het vroegtijdig aftreden van de eerste president van de Europese centrale bank.

Die suggestie deed Europees commissaris Yves-Thibault de Silguy gisteren. Men is blijkbaar al druk met het verzinnen van een passend verhaal bij de oplossing voor de kwestie Duisenberg.

Duisenberg, die nu het Europees monetair instituut (EMI) leidt, de voorloper van de centrale bank, was lang de enige kandidaat voor het presidentschap van die centrale bank. Tot Frankrijk met Jean-Claude Trichet op de proppen kwam. Over de aanstelling moeten de Europese regeringsleiders begin mei beslissen. Vooral Duitsland lijkt erop gebrand de kool (Nederland) en de geit (Frankrijk) te sparen.

In overleg tussen de Europese regeringsleiders kwam de afgelopen weken vooral de optie boven drijven de aanstelling voor de bankpresident in tweeën te knippen en Duisenberg en Trichet beiden de helft te geven. Officieel kan dat wat moeilijk; het verdrag zegt dat de bankpresident wordt benoemd voor een periode van acht jaar. Maar de betrokkene kan natuurlijk altijd voortijdig opstappen. EU-commissaris De Silguy wees gisteren op Alexandre Lamfalussy die vorig jaar voortijdig het EMI verliet om plaats te maken voor Duisenberg.

De Nederlander aanvaardde die functie in de veronderstelling dat hij midden dit jaar dan ook de eerste president van de Europese centrale bank zou worden. Dat zit er nog steeds in. Maar de volle periode van acht jaar lijkt Duisenberg in geen geval te krijgen. Er zal iets verzonnen worden om hem na vier jaar zijn stoel te doen verlaten.

De meest betrokken landen willen de kwestie de komende weken tot een oplossing brengen en niet wachten tot begin mei, omdat onenigheid over de benoeming van Europa's monetaire baas het vertrouwen in de muntunie geen goed doet.

Met een oplossing voor de kwestie Duisenberg is men er echter nog niet. De directie van de Europese centrale bank telt volgens het verdrag zes leden. Dat zijn er waarschijnlijk al vijf minder dan het aantal deelnemende landen. En hoewel nationaliteit officieel geen rol speelt, zal geen land het leuk vinden om van die directie te worden uitgesloten, ook al is iedereen vertegenwoordigd in de Raad van Bestuur. Bovendien ligt er nog altijd de suggestie van de Duitse bondskanselier Kohl om alvast een stoeltje vrij te houden voor Groot-Brittannië, dat misschien ooit eens tot de muntunie zal toetreden.

mailIcon print |