*

 
dossier

Archief

Bevroren 'spookstad'

ROMANA ABELS − 13/01/96, 00:00

Het was een onverwacht groot succes, de digitale stad van Amsterdam. Toen twee jaar geleden de eerste elektronische stad haar poorten opende, ontdekten de Nederlanders een Internet-in-het-klein. Ze discussieerden er, vroegen informatie op en praatten urenlang met elkaar in digitale café's. In de Digitale Stad deden zich de eerste Internetproblemen voor, in het klein. Een gebruiker die racistische taal uitsloeg werd aangegeven bij justitie. Scientology klaagde de stadsbestuurders aan wegens het verspreiden van de Fishman-getuigenis. De bewoners klaagden over het bestuur. Maar intussen groeit de Digitale Stad nog steeds; het grootste probleem is er de 'woningnood'. Nieuwe bewoners kunnen maar mondjesmaat eigen 'huizen' bouwen. Vandaag viert de stad zijn tweede verjaardag. Met een 'bewonersbijeenkomst' in De Balie in Amsterdam.

Veel stadsbewoners zullen elkaar voor het eerst in levenden lijve ontmoeten. Sommigen kennen elkaar al van eerdere bijeenkomsten. Zoals Auk en Draak, een berucht stadsstel. Die hebben elkaar ontmoet in de Digitale Stad. Babbelden veel op de digitale babbelboxen. Stuurden elkaar e-mail. Onmoetten elkaar. Nu wonen ze samen en verwachten een baby. De echo hebben ze op het net gezet, op Auk en Draak's baby page. Auk en Draak zijn twee van de ruim 18.000 'bewoners'. Ze zijn aan de stad verslingerd geraakt door een van de virtuele café's, plaatsen waar verschillende computergebruikers elkaar ontmoeten. Via hun toetsenbord kunnen ze er met elkaar praten. Auk en Draak waren er al vóór de woningnood. Ze bouwden in de Digitale Stad zelfs een 'huis' voor hun baby. Want officieel krijgt iedere geregistreerde gebruiker gratis een aantal megabytes om zelf informatie - zolang die niet commercieel is - in de stad neer te zetten.

Naar het schijnt lopen er in Nederland nog zes andere netstellen rond. Allemaal kwamen ze elkaar tegen in diezelfde Digitale Stad, de eerste, de grootste, hèt voorbeeld voor Roosendaal, Groningen en Den Haag, voor Leiden en Oegstgeest, voor Enschede en Utrecht, die in de afgelopen twee jaar allemaal een digitale stad openden.

Het tweejarig bestaan is reden voor een groot feest. De bijeenkomst in 'De Balie' is daar maar een onderdeel van. De hele stad maakt zich op voor wat genoemd wordt 'De Freeze'. Al sinds een week ziet iedere bezoeker van de Digitale Stad, zodra hij bij de openingspagina aankomt, hoeveel dagen, uren en minuten er nog verstrijken voor het grote moment daar is.

“Drie versies van de Digitale Stad zijn er nu al geweest in twee jaar”, legt het stadsbestuur uit. “Mensen komen en gaan. Trends komen op en verdwijnen weer. Huizen worden opgetuigd en verfraaid. Maar waar blijven alle digitale data? Wie weet over vijf jaar nog hoe de Digitale Stad er nu uitziet?” Daarom wordt de Digitale Stad maandag om precies 18.00 uur 'bevroren'. Tot negen uur de volgende ochtend wordt alles opgeslagen op schijf en hermetisch verpakt. De schijven met de data zullen worden gedeponeerd in een archief ter bestudering door archeologen in een verre toekomst. Die krijgen alles te zien: niet alleen de officiële, openbare gedeelten van de stad, zoals de door gebruikers gemaakte homepages of de informatie van de belastingdienst en het nieuws van het ANP, maar ook bijvoorbeeld de post die de 'bewoners' krijgen. Want de Digitale Stad biedt weliswaar geen toegang tot Internet, maar geregistreerde gebruikers kunnen er wel e-mail ontvangen. En daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Want voor de Digitale Stad hoeft niemand abonnementskosten te betalen. De stad leeft van het geld dat bijvoorbeeld de belastingdienst betaalt om aanwezig te mogen zijn. Hoeveel persoonlijke post de archeologen vinden is onduidelijk. Critici beweren dat de stad sinds dit voorjaar, toen de derde versie werd gepresenteerd, is verworden tot een 'spookstad'.

Twee jaar geleden veroorzaakte de komst van de Digitale Stad weliswaar de Internethype in Nederland, maar inmiddels wil iedere computeraar meer dan alleen Amsterdamse informatie. Hij wil het echte net op.

Half november schreef Het Parool in een paginagroot artikel dat er van de stad bijna niets meer over was. De gemeente Amsterdam, die in den beginne het project hartelijk ondersteunde en er ook subsidie aan gaf, vergat al maanden om haar eigen communiqués elektronisch beschikbaar te stellen. Aan discussies deed maar een handvol mensen mee, en dat waren steeds dezelfde. Nieuwelingen zouden van gesprekken worden uitgesloten, omdat zich een dorpsgemeenschap had gevormd die geen nieuwelingen duldde. Dat was ooit anders. Toen werd er levendig gesproken over een autovrije binnenstad, over de stadsprovincie en over de uitbreiding van Schiphol. Nu gaan de discussies over de typische Internetonderwerpen van de afgelopen weken: CompuServe en Scientology. Het Parool kreeg een stroom van ingezonden brieven. Niet waar, riep de stadsgemeenschap, maar daarna durfden er wel steeds meer te zeggen dat de belangstelling voor de stad danig afnam. “De stad wordt stiller en loopt langzaam leeg”, schrijft bewoner Jan Segers bij de verjaardag. Hij wijt de teruggelopen belangstelling vooral aan de traagheid van het stadsbestuur: net als in iedere echte stad is er woningnood en zijn er files voor de poorten. Maar zolang dat zo is, zal de jarige wel geen echte spookstad zijn. Feit is dat ook Draak en Auk zich steeds minder in de stad vertonen. “Het is niet zo leuk meer als vroeger”, vinden zij. “De oude groep is er niet meer.”

mailIcon print |