Van onze redactie economie AMSTERDAM - Voor het zesde jaar in successie was beleggen op de Amsterdamse beurs het afgelopen jaar winstgevender dan gemiddeld in de rest van de wereld. Wie zijn geld op 30 december 1996 in alle aandelenfondsen genoteerd op het Damrak zou hebben gestoken, zou nu 45 procent rijker zijn. Wereldwijd zijn beleggers 'slechts' 36 procent wijzer geworden van hun aandelen.
Dat blijkt uit berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De herbeleggingsindex houdt niet alleen rekening met koersstijgingen, maar gaat er ook vanuit dat uitgekeerde dividenden en renten worden herbelegd.
Met die maatlat gemeten was beleggen in 1997 niet alleen winstgevender dan gemiddeld in het buitenland, maar ook stukken rendabeler dan gemiddeld in Amsterdam over de afgelopen veertien jaar. Wie eind december 1983 zijn geld over alle Amsterdamse fondsen verdeelde (in november 1997 waren dat er overigens 168), zag zijn vermogen tot en met 1997 per jaar gemiddeld met 19 procent groeien. Vorig jaar steekt daar met zijn 45 procent dus met kop en schouders bovenuit. Wereldwijd kon het gemiddeld rendement ook over die langere periode van veertien jaar duidelijk niet tippen aan dat in Amsterdam. Met haar 19 procent deed de Amsterdamse beurs het ruim de helft beter dan het wereldgemiddelde van 12 procent.
Al met al is het vermogen van de belegger in de veertien jaar sinds 1983 ruim vertienvoudigd; de CBS-herbeleggingsindex staat nu op 1079,5. Helemaal correct is deze stelling overigens niet, want het CBS heeft in zijn berekeningen geen transactiekosten, bewaarloon en andere beleggerskosten meegenomen. Wat de fiscus jaarlijks opeist uit privé-vermogens is er evenmin in verwerkt. Desondanks blijkt beleggen in Amsterdam sinds 1983 dus, zelfs met een paar forse correcties en een heuse beurskrach, zeer lucratief geweest te zijn.
Beleggers met een voorkeur voor informatietechnologie zouden het in 1997 overigens nog een stuk beter kunnen doen dan het algemene CBS-gemiddelde. De CBS-herbeleggingsindex voor de IT-sector schoot met 81 procent omhoog. En dat is niet te danken aan de koersexplosie van Philips, want deze zwaargewicht onder de high-techfondsen telt niet mee in de IT-index.
Beleggingsfondsen die zich richten op Nederlandse aandelen, hebben het afgelopen jaar al met al weinig moeite hoeven doen om hun klanten een tevreden lach te ontlokken. Kritische beleggers hebben echter toch nog wel wat te klagen. Terwijl de beleggingsfondsen ernaar zeggen te streven 'het beter te doen dan het beursgemiddelde', zijn ze daar vorig jaar opnieuw niet in geslaagd. Gemiddeld kwam hun rendement uit op 43 procent, ofte wel 2 procent onder de CBS-index.
Beleggingsfondsen die wereldwijd beleggen zaten met 29 procent rendement zelfs fors onder de 36 procent stijging van de wereldwijde herbeleggingsindex. Fondsen gericht op Noord-Amerikaanse aandelen kwamen met 46 procent het beste uit de bus; 'Aziatische' fondsen sluiten de rij met een negatief rendement van 21 procent.
Veel minder indrukwekkend zijn opnieuw de cijfers bij obligaties. Wie na de waarschuwingen van onder meer de Robeco Groep over dreigende koerscorrecties zijn geld in 1997 in obligaties stak, kwam thuis met een rendement van een schamele 6 procent. Dat is nog 2 procent minder dan het veertienjaars-gemiddelde van 8 procent. Het relatief lage renteniveau over de afgelopen twee jaar, zo meldt het CBS, is hier de grote boosdoener.
De beurshausse wordt door deskundigen toegeschreven aan een aantal oorzaken. Naast een gezonde economie en mooie bedrijfswinsten is dat het feit dat er nu steeds meer geld (onder andere uit erfenissen) bij een generatie terecht komt die minder dan hun ouders angst heeft voor beleggen. Door de lage rente komen zij bijna vanzelf bij beleggen in aandelen uit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.