De zes passagiers die eerder deze week de dood vonden in een Grieks regeringsvliegtuig, hadden makkelijk kunnen overleven. De veiligheidsgordel was alles wat ze nodig hadden gehad. Maar de meeste passagiers vinden het plichtmatig klinkende advies de gordels om te houden overdreven, als het vliegtuig gladjes door de lucht glijdt. Ze staan er niet bij stil dat zelfs de nieuwste techniek kan worden verslagen door krachten zo oud als de wereld. De atmosfeer die het vliegtuig de lucht in zuigt, kan ook de grootste vijand zijn van de vliegende mens.
Het onderzoek naar de dodelijke ongelukken in de Dassault Falcon 900, een driemotorig straalvliegtuig voor privévervoer van rijken en machtigen, is nog maar net begonnen. Maar er wordt vermoed dat het toestel in zeer woelige lucht terecht is gekomen. Dat hoeft niet gevaarlijk te zijn. Het gebeurt aan de lopende band. Lichte turbulentie voelt aan alsof je over een hobbelige weg rijdt. Als de turbulentie matig tot zwaar wordt, voelt menig passagier zijn einde naderen. Wie zijn gordel om heeft, hoeft ook dan niet veel te vrezen. Ook al vallen vliegtuigen soms honderden meters naar beneden, de toestellen zijn daarop gebouwd. Maar de Falcon-jet dook met zo'n angstwekkend tempo omlaag - zes kilometer in vijf minuten; zeven keer sneller dan een normale daling - dat er meer aan de hand moet zijn geweest.
Turbulentie (ook wel luchtzakken genoemd) ontstaat als er in een klein gebied grote verschillen zijn in windrichting en -snelheid. Donderbuien zijn er berucht om. Ook die witte bloemkoolwolken danken hun pracht aan wilde woelingen. Verraderlijker is turbulentie in kraakheldere lucht. Er is nog geen apparaat die zulke woelingen kan voorspellen, al wordt daar hard aan gewerkt.
Het eerste wat een piloot in turbulentie doet, is gas terugnemen. Net zoals een automobilist op een hobbelige weg doet. Maar de vlieger moet er wel voor zorgen dat hij snelheid genoeg houdt om in de lucht te blijven. Anders raakt het toestel 'overtrokken' en dat is volgens de eerste verslagen gebeurd met de Falcon.
Het vliegtuig vliegt dankzij drukverschil tussen de bovenkant van de vleugels en de onderkant. Over de enigszins bolle bovenkant moeten luchtdeeltjes harder stromen dan hun collega's die langs de vlakke onderkant gaan. Die snellere stroming heeft een lagere druk, ontdekte de Zwitserse natuurgeleerde Daniel Bernoulli in de 18de eeuw. Bernoulli zat met zijn neus in een rioolpijp om daarin de stromingen te bestuderen, maar op zijn ontdekking berust ook de luchtvaart. De lagere luchtdruk aan de bovenkant van de vleugel zuigt het vliegtuig omhoog. Zoals een deur wordt dichtgezogen door de tocht: in de smaller wordende deuropening stroomt de lucht steeds sneller en krijgt daardoor een verrassende kracht.
Als de lucht niet hard genoeg meer stroomt, bijvoorbeeld doordat de piloot gas mindert of doordat de wind plotseling wegvalt in een turbulent gebied, dan begint het vliegtuig te vallen. Overtrekken heet dat in luchtvaartjargon, ook wordt veel het Engelse stalling gebruikt. Die val is makkelijk te breken. Snel meer gas geven en de neus van het vliegtuig naar beneden drukken om vaart te krijgen, dat is meestal afdoende. De Falcon is echter ook nog gaan tollen, doordat één vleugel meer overtrokken raakte dan de andere. Ook dat is te herstellen, maar dat kost wat meer tijd en zenuwen. Het is de vliegers van de Falcon uiteindelijk gelukt. Maar dat was te laat voor de passagiers die zich niet hadden ingesnoerd. De piloten en de passagiers die wel hun gordels om hadden, zijn met de schrik vrijgekomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.