*

 
dossier

Archief

Van Dik Hout brengt clichés verrassend fris ondanks conventionele mix

SASKIA BOSCH − 02/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Oorspronkelijk komt Van Dik Hout uit Den Helder. Maar dinsdag werd de band van zanger Martin Buitenhuis in het Amsterdamse Paradiso door het publiek ontvangen alsof het een thuiswedstrijd betrof.

De stemming zat er in de afgeladen poptempel vanaf het begin goed in en het publiek werd het maar niet moe de songs mee te zingen. Het verhaal van Van Dik Hout is dan ook een heuse successtory en de formatie wordt niet voor niets wel de Doe Maar van de jaren '90 genoemd.

Toch is het vijftal, bij het Amsterdamse optreden aangevuld met een zesde man achter het Hammond-orgel, compositorisch geen hoogvlieger. Hun conventionele mix van pop en rock, met een enkel vleugje sixties-nostalgie, hapte in Paradiso weer bijzonder makkelijk weg, hoewel de pop-clichés zich tegelijkertijd weer in rap tempo aaneenregen.

De enorme aanhang die van Dik Hout zich in de afgelopen jaren heeft verworven is dan ook vooral te danken aan de manier waarop deze doorsnee-popsongs worden vertolkt. De van verlangen doortrokken nummers ademden in Amsterdam door de wat wollige live-versies een heerlijk romantische sfeer. Bovendien slaagden de bandleden erin aloude popclichés verrassend fris te laten klinken. Door hun enthousiasme kreeg het songmateriaal een aanstekelijke naïviteit die zeer charmant was.

Het geheime wapen van Van Dik Hout was echter ook in Paradiso weer zanger Martin Buitenhuis. Waar veel Nederlandse popzangers nog aan het 'doe-maar-gewoon'-virus lijden, ontpopte Buitenhuis zich opnieuw als een voorman met bijna on-Nederlands charisma. Hij voelde zich op de planken overduidelijk als een vis in het water, legde spelenderwijs contact met het publiek en zong met hart en ziel.

mailIcon print |