De nieuwe redactie van Maatstaf lijkt op haar zoektocht naar de zin van het literaire tijdschrift het spoor nu volkomen bijster te zijn. In het laatste nummer (¿ 22,50) worden wij vergast op zestig kiekjes van ouders van schrijvers met eronder een zeer korte tekst van hun zoon of dochter. “Dit nummer van Maatstaf zal nooit weggegooid worden” beweert redacteur Ronald Dietz al te zelfverzekerd in zijn 'Ten geleide'.
Op mij maakt het geheel daarentegen de indruk ogenblikkelijk weggegooid te kunnen worden. Ik heb nooit de geheime wens gekoesterd een kiekje onder ogen te mogen krijgen van de ouders van Aart Aarsbergen, Marion Bloem, Michel Boll, Ad ten Bosch, Lenze Bouwers, (. . .) Harmen Wind, Mirjam Windrich, Paul de Wispelaere, Henk van Woerden en Joost Zwagerman. Ook heb ik nooit tekst willen lezen in de trant van: “Een zomerse dag in 1963. Mijn vader en moeder weer heel even bij elkaar op een terras aan de Bergse Plas in Rotterdam. Het was op die andere zomerdag, in 1959, dat mijn moeder mij had gezegd: 'Je vader gaat bij ons weg, voor altijd'. Ik was vijf jaar.” Aart Aarsbergen is de auteur van deze particuliere mededeling. Wie? Aart Aarsbergen, de nieuwe redactiesecretaris van Maatstaf. Is een redactiesecretaris tegenwoordig ook al schrijver?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.