*

 
dossier

Archief

Er verscheen geen licht na de dood van Rabin

INEZ POLAK − 25/10/96, 00:00

TEL AVIV - “Een jaar is voorbij en niets is veranderd.” Gisteren was het Jonatan, de kleinzoon van Jitschak Rabin, die met deze woorden aan het graf van zijn grootvader uiting gaf aan zijn verbittering, aan die van zijn familie en aan de verbittering van die ene helft van Israël die dit jaar zijn leider verloor, de verkiezingen verloor, de hoop op vrede verloor.

Precies een jaar geleden - volgens de joodse kalender op de elfde van de maand Chesjwan - had zijn zuster Noa voor het oog van de wereldleiders haar hartverscheurende woorden gesproken. Toen was er de hoop dat de moord op Rabin iets zou veranderen. In de woorden van Jonatan gisteren: “We stonden hier verstomd, zoekend naar het eerste sprankje licht na die verschrikkelijke nachtmerrie. Maar het licht verscheen niet, uit de droom ontwaakten we niet...”

De wegen rond Tel Aviv waren gisteren veranderd in één grote file. Auto's werden grondig gecontroleerd. Het leger en de politie verkeerden in de hoogste staat van paraatheid, omdat de Islamitische Djihad had aangekondigd de aanslag op haar leider, een jaar geleden, te zullen vergelden met een opzienbarende aanslag. Via de radio en televisie werden alle burgers opgeroepen waakzaam te zijn, bedacht op elk verdacht pakje, op elke verdachte persoon.

De waarschuwingen mengden zich op macabere wijze met de herdenkingsplechtigheden voor een geheel andere moord, die op Jitschak Rabin. Een jaar geleden had de 25-jarige student Jigal Amir met drie kogels een einde gemaakt aan het leven van de Israëlische premier, in de hoop daarmee ook een einde te maken aan het vredesproces.

'Zult gij moorden en ook erven?', stond gisteren gekerfd op de muur van het stadhuis in Tel Aviv, luttele meters van de plek waar Rabin werd vermoord. En even verderop: 'Er was een droom, er was vrede.'

Jongeren

De afgelopen tijd had de reinigingsdienst een groot deel van de graffiti weggepoetst. Gisteren keerden de jongeren terug en zaten ze in kringetjes op de plek des onheils, vlakbij het grote plein dat inmiddels officieel het Rabin-plein heet. Ze staken hun kaarsjes aan, schreven brieven en gedichten aan Rabin en beschreven opnieuw de muren van het stadhuis.

Het indertijd spontaan opgerichte gedenkteken onderaan de trap waar Rabin afdaalde na afloop van de massale vredesdemonstratie, was bedekt met bloemen en brieven. Over enkele dagen zal dit 'volksmonument' worden vervangen door een officieel uit staal opgetrokken gedenkteken. Gisteren diende het nog als schrijn voor de jongeren, de kinderen van de kaarsjes, zoals ze in de volksmond heten.

De Israëlische media staan al dagen geheel in het teken van de herdenking. Met documentaires, reconstructies van de moord, eindeloze herhalingen van de laatste minuten van de demonstratie met de zingende Rabin, en - natuurlijk - praatprogramma's, met de eeuwige vraag 'hoe het kon gebeuren'. En opnieuw blijken de Israëliërs even onverzoenlijk tegenover elkaar te staan. Het ene kamp (links) verwijt het andere kamp schuldig te zijn aan de algehele sfeer die de moord mogelijk maakte. Dat ander kamp verwijt links (en vooral Rabin zelf) geen oog te hebben gehad voor hun visie, voor hun gevoel dat dat diens beleid een ramp was.

De moord beschouwen ze als de daad van een eenling. Als woensdagavond in een van de programma's de (religieuze) minister van onderwijs de moordenaar aanduidt als iemand die faalde op zijn levenspad, houdt de doorgaans ingetogen schrijver Amos Oz het niet langer uit: “Wat gefaald! Een moordenaar zal je bedoelen”. Onder luid applaus van het publiek valt ook de kleinzoon van Rabin de minister aan: “Wat doen jullie nu eigenlijk om herhaling te voorkomen?”

Op de radio verontschuldigt de presentatrice van een talkshow zich dat de herdenkingsuitzendingen worden onderbroken door de reclame. “Dat komt doordat de regering deze dag niet tot een dag van nationale rouw heeft uitgeroepen”, legt ze de luisteraars uit. “Maar gelooft u me, we kunnen er niks aan doen, en ons klinkt het even schrijnend in de oren als u.”

Complot

Op het plein in Tel Aviv vragen jongeren de voorbijgangers een petitie te ondertekenen om de regering te dwingen de dag tot een dag van nationale rouw te maken. Even verderop eisen andere jongeren 'een dag voor de democratie'. Ook een groep religieuze meisjes is neergestreken, ze vormen hun eigen kring en zetten het Hooglied in. Ze zitten, al dan niet bewust, op exact dezelfde plek waar een jaar geleden Jigal Amir zat, op een bloembak wachtend op Rabin, en - als het 'meezat' - Peres.

Gisteren werd onthuld dat de veiligheidsdienst vlak na de moord zelfs dacht dat Jigal Amir niet de enige dader was, maar dat er een complot was om de hele regering te vermoorden.

Op de meeste scholen werden gisteren de lessen gewijd aan de moord op Rabin. Op de religieuze staatsscholen werden speciale gebeden gezegd. Alleen op de ultra-orthodoxe scholen bleef het lesrooster ongewijzigd. De Gross-school in Kirjat Gat had zich extra ingespannen. De school kwam onlangs in het nieuws omdat drie scholieren hun bewondering voor Jigal Amir hadden geuit en plakboeken met zijn foto's hadden gemaakt. De drie meisjes werken nu aan een speciaal project: een werkstuk over Rabin.

Netanjahoe

Terwijl in de namiddag het plein zich vult, vindt in het parlement in Jeruzalem een speciale herdenking plaats, waar ook premier Netanjahoe het woord voert. De aparte bijeenkomst in de Knesset, meteen na de herdenking bij het graf, was een compromis, omdat de familie Rabin niet wilde dat Netanjahoe aan het graf zou spreken.

Zij beschuldigt de Israëlische premier er nog steeds van mede-verantwoordelijk te zijn voor de algehele sfeer van opruiïng die de moord mogelijk maakte. Vandaar dat alleen de familie (Jonatan) aan het graf zou spreken en de officiële sprekers aan de beurt komen in de Knesset. Als Netanjahoe begint te spreken, verlaten enkele parlementsleden en vrienden van de Rabins de zaal.

Nog diezelfde ochtend had de zoon van Rabin, Joeval, fel uitgehaald naar Netanjahoe zonder hem met name te noemen. Maar er is geen twijfel mogelijk als hij het heeft over 'degenen die voor de moord deelnamen aan protestdemonstraties waarin een lijkkist werd meegedragen met Rabins naam erop'. De televisie had net nog de beelden uit het archief opgevist: oppositieleider Netanjahoe die voor de kist loopt.

Joeval Rabin verwijst ook naar de kop hete thee die een rechtse extremist maandag over het parlementslid Jael Dajan goot. “De koppen hete thee zullen weer veranderen in het het dodelijke lood van kogels en de volgende politieke moord zal ons met bloed overspoelen”, waarschuwt de 41-jarige Rabin. “De tekenen aan de wand zijn er al.”

's Avonds herhaalt de Israëlische televisie nog tal van keren de woorden van Jonatan aan het graf, die zijn opa vergiffenis vraagt dat hij en zijn familie de tekenen aan de wand niet eerder hebben gezien: “Vergeef ons dat we je niet hebben beschermd, vergeef ons dat we ze jou hebben laten wegnemen.”

mailIcon print |