INZELL - Alsof er werkelijk niets anders meer gebeurt in de wereld, heeft de Elfstedenkoorts nu ook Inzell aangetast. Morgen, zaterdag en zondag wordt daar de eerste gecombineerde WK allround voor mannen en vrouwen verreden, maar wat is ruim 1100 kilometer onder Leeuwarden het gesprek van de dag? De 'Tocht der tochten', waarvoor bij lange na nog geen datum is geprikt.
Behalve de rayonhoofden in Friesland, kwamen gisteren ook die van de Nederlandse schaats-enclave in Zuid-Duitsland bijeen. De bondscoaches Henk Gemser (mannen) en Ab Krook (vrouwen) meldden al een tijd fanatiek in training te zijn. De WK-gangers krijgen de vrijheid om hun startbewijs te verzilveren, maar de interesse van de kant van de schaatsers is niet al te groot. Wereld- en Europees kampioen Rintje Ritsma zegt zich alleen aan het avontuur te wagen, wanneer de ijscondities goed zijn en de temperatuur niet al te ver onder het nulpunt zakt. De kernploegschaatsers Ids Postma en Martin Hersman zullen het evenement als toeschouwer volgen. Van de vrouwen zou Tonny de Jong de tocht voor geen goud willen missen. Carla Zijlstra verleent prioriteit aan de nationale en mondiale afstandskampioenschappen, en ook Annamarie Thomas vindt de supermarathon niet in haar programma passen. Voor de nummer twee van Europa staat een week na de NK afstanden (10 en 11 februari in Groningen) ook nog de WK sprint (Heerenveen) op de rol.
Daarmee zijn de coaches in feite van een mogelijk delicaat probleem verlost. Gemser wil niet keihard een rijverbod opleggen - daarvoor is hij zelf een te groot liefhebber van het schaatsen op natuurijs - maar hij huldigt wel het standpunt dat beide disciplines moeilijk met elkaar te combineren zijn. “Het heeft allebei met schaatsen te maken, maar daarmee is dan ook alles gezegd. We leven in een vrij land, maar ik ben geneigd om te roepen: laten de marathonschaatsers bij hun vak blijven en wij bij het onze.”
Dat de kernploegschaatsers enigszins in dubio staan, is niet verwonderlijk. Gevoelsmatig loopt het wedstrijdseizoen na dit weekeinde af. Wat rest is een vrij lange aanloop naar de WK afstanden, medio maart in Hamar. De vaderlandse toppers, Ritsma voorop, wekken niet de indruk dat ze daar echt reikhalzend naar uitkijken. Wat hen motiveert, is de dubbele mogelijkheid om het seizoen met enkele persoonlijke en wellicht Nederlandse records af te sluiten. Twee weken voor de WK in Vikingskipet wordt op de Olympic Oval van Calgary een wereldbekersessie afgewerkt. Omdat de schaatsers al anderhalf jaar hun talenten op slecht of matig ijs hebben moeten etaleren, worden de officieuze recordwedstrijden als een exquise toetje van een stevige, maar niet uit de haute cuisine stammende hoofdmaaltijd gezien.
Wat moet je er verder mee, met die te pas en vooral te onpas opduikende Elfstedenkoorts? De collega van de Friese regionale omroep begrijpt niet dat de ijstransplantatie in een half nationaal volksfeest ontaardde. Het gebeurde vroeger ook al, maar dan onder een andere naam en zonder ophef. Want toen was de tv-impact geringer en voelden brandweerkorpsen en duikploegen kennelijk niet de behoefte zichzelf in de picture te plaatsen. Zeven cameraploegen waren er maandag in Balk, alsof de Titanic gelicht werd. De koorts der koortsen lijkt ook de WK allround, normaal toch een evenement dat een groot deel van het maatschappelijke leven in Nederland ontregelt, te overschaduwen. En dat is jammer, vindt Gemser. “De Elfstedentocht en het allroundtoernooi, het zijn twee schaatsactiviteiten met een enorme culturele betekenis. Maar eigenlijk verdienen deze jongens het niet in de schaduw van de tocht te moeten staan.” Krook: “Voor de WK is het jammer. Stel dat een Nederlander wereldkampioen wordt en dinsdag staat de Elfstedentocht op het programma, dan kun je het schudden met de publiciteit. Er wordt te intensief naar uitgekeken. Allerlei wakkologen worden ingeschakeld om de baan maar goed te maken. Aan de andere kant: laat het maar lekker leven. Het is goed voor het marathonschaatsen.”
Gemser kan zich daar wel in vinden: “Voor de sport is het goed. Over vier jaar levert het heel wat talenten op.”
Ids Postma, vice-kampioen van Europa en in 1994 nummer twee van de wereld, woont praktisch op de route; in het tussen Leeuwarden en Sneek gelegen gehucht Deersum. “Ze komen door het dorp. Wordt de tocht gehouden, dan zie ik de start op tv en rijd dan met de auto naar het parcours. Als het laatste familielid gepasseerd is, ga ik weer terug. Ik was elf toen de laatste Elfstedentocht werd verreden. Ik stond op de brug, zag al die schaatsers voorbijgaan en voelde het van binnen koken. Ik vind het fantastisch, het mooiste dat er is. Als jongetje van tien, elf reed ik ook allerlei tochten. Ik bewaar daar prachtige herinneringen aan.”
Wat Postma uit overlevering en de zwart-wit Polygoonbeelden het meest bijbleef, is de door Reinier Paping gewonnen editie van 1963. “Dat moet een heroïsche tocht zijn geweest. Wil je een overgetelijke tocht rijden, dan zou je de omstandigheden van toen moeten hebben. Is het een beetje goed weer, dan rijd je hem zo uit. Dan stelt de wedstrijd niet veel voor.” Maar zelfs onder die voor Ritsma aanvaardbare condities (“bij min zeven en straffe wind denk ik er niet aan, bij min één en rustig weer misschien wel”), meldt Postma zich niet in de Frieslandhal. “Als je bijna een heel jaar bezig bent met en op kunstijs, dan kun je niet zomaar midden in het seizoen een paar weken wedstrijden op natuurijs gaan schaatsen.” Postma is overigens praktisch koortsvrij. “Misschien dat de Elfstedentocht buiten Friesland meer leeft dan in Friesland zelf. De Friezen zijn wat nuchterder in die dingen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.