*

 
dossier

Archief

Van der Ende heeft mooi record binnen handbereik

MATTY VERKAMMAN − 07/02/98, 00:00

Eén wedstrijd fluiten op het naderende WK-voetbal en Mario van der Ende is in zeker opzicht de succesvolste Nederlandse scheidsrechter aller tijden. De Hagenaar heeft al drie WK-duels op zijn naam staan. Die drie mocht hij leiden op de vorige eindronde in Amerika; een voor de wereldvoetbalfederatie FIFA ongewoon hoog aantal.

Met die drie WK-wedstrijden (Roemenië-Verenigde Staten, Italië-Ierland en Spanje-Zwitserland) kwam Van der Ende op gelijke hoogte met Leo Horn en Charles Corver. Horn was maar op één WK-eindronde actief, in 1962 in Chili. De Amsterdamse zakenman van Limburgse komaf, kreeg toen de wedstrijden West-Duitsland-Zwitserland, Hongarije-Engeland en Chili-Sovjet-Unie. Bovendien was Horn grensrechter bij de finale tussen Brazilië en Tsjechoslowakije. Corver floot in Argentinië '78 Oostenrijk-Zweden en in Spanje '82 Engeland-Tsjechoslowakije en West-Duitsland-Frankrijk.

Nederlandse topscheidsrechters hebben in de loop der decennia een redelijk goede naam opgebouwd. Voor de tweede wereldoorlog moeten Jaap van Moorsel en Karel van der Meer uitblinkers zijn geweest. In de jaren '40, '50 en '60 was Leo Horn in velerlei opzicht een groot man. Horn had een grote mond, een grote arbitrale loopbaan en in de oorlog had hij als (joods) verzetsman ook nog grote moed. Zijn grote mond vormde in het arbitrale wereldje wel regelmatig een probleem. In dat subcultuurtje zijn de scheidsrechters niet alleen maar afhankelijk van hun prestaties op het veld. Nationaal, maar vooral internationaal, is het vaak een kwestie van vriendjespolitiek. De scheidsrechterscommissie van de FIFA is doorgaans een machtsbolwerk van Britse, Italiaanse, Zwitserse en Oostenrijke officials geweest. Dat is op de aanstellingslijst aller tijden goed terug te zien. Zwitserland is nooit een groot voetballand geweest en Oostenrijk telt eigenlijk sinds de jaren vijftig ook niet echt meer mee. Maar Zwitserse en Oostenrijkse voetbalofficials hebben in het machtscentrum op de Zwitserse burelen wel vaak een belangrijke rol gespeeld. Dat is zichtbaar op de arbitrale top-10 van de 516 tot dusverre gespeelde interlands op de vijftien WK-eindtoernooien. Italië is met 35 aangewezen scheidsrechters de koploper, maar het kleine Zwitserland is met 26 man vierde en Oostenrijk met negentien stuks gedeeld achtste. Die top-10: Italië 35, Engeland en Frankrijk 33, Zwitserland 26, Brazilië 24, (West)Duitsland 21, België 20, Oostenrijk, Spanje en Uruguay 19.

Met achttien gefloten WK-wedstrijden is Nederland elfde. Dat is zo slecht nog niet, want op die lijst staan scheidsrechters uit welgeteld zestig landen. Opvallend is echter wel dat Nederland na het glorieuze optreden van Leo Horn in 1962, twee keer geen arbiter mocht afvaardigen. Voor 1966 gooide Horn zijn eigen glazen in. Op het hoogtepunt van zijn arbitrale loopbaan - met al twee Europa Cup-finales achter de rug - besloot hij de knuppel in het hoenderhok te gooien. In het openbaar, om niet te zeggen luidkeels, brandmerkte hij de voetbalhotemetoten van FIFA en de scheidsrechterscommissie als een stelletje domoren; met de Britten Sir Stanley Rous (FIFA-president en voor de oorlog zelf een vooraanstaand scheidsrechter) en scheidsrechtersvoorman Ken Aston als de grootste dwazen. De consequentie van Horns aanval was dat hij het WK in Engeland op zijn buik kon schrijven.

Nadien hebben de Nederlandse scheidsrechters op WK-niveau niet zo veel indruk meer gemaakt. Lau van Ravens deed het in Mexico '70 nog aardig bij West-Duitsland-Marokko en Uruguay-Sovjet-Unie, maar vier jaar later kreeg Arie van Gemert in Duitsland veel kritiek op zijn leiding bij Brazilië-Schotland. Voor Charles Corver was het gedaan toen hij in 1982 bij de halve finale tussen West-Duitsland en Frankrijk een gruwelijke overtreding van de Duitse doelman Schumacher op Battiston verkeerd beoordeelde. In 1986 wilde Jan Keizer in Mexico alleen maar arbitraal 'overleven' door Argentinië-Italië en Spanje-Denemarken 'dood' te fluiten. Ook al omdat eerder Leo van der Kroft heel Duitsland tegen zich in het harnas had gejaagd door te blunderen bij het Cup-duel Real Madrid-Borussia Mönchengladbach, werden de Nederlandse arbiters in die tijd nogal eens gemeden. Dat was onder meer het geval in Italië '90. In Amerika was er vervolgens eerherstel in de persoon van Mario van der Ende. Hij deed het niet slecht, al wezen acht gele kaarten bij Spanje-Zwitserland er op dat hij die dag de voetbalvrede niet echt kon handhaven. Maar een record heeft hij dus nu wel binnen handbereik.

mailIcon print |