De VVD heeft kandidaat-Kamerleden te verstaan gegeven dat openlijke kritiek op standpunten van de VVD-fractie niet wordt gewaardeerd. De kandidaten mogen er wel eigen meningen op nahouden, maar als die afwijken van de fractielijn doen zij er verstandig aan hun mond te houden en niet, zoals het aanstormend Kamerlid Remak afgelopen dinsdag in Trouw, vrijuit en kritisch over het toelatings- en minderhedenbeleid van de fractie te spreken.
Prompt daarop zegde de VVD-kandidate ürgü woensdag plotseling een beloofd vraaggesprek met deze krant af omdat ze liever wacht tot de kandidatenlijst is vastgesteld.
De VVD toont zich in dit opzicht geen haar beter dan het CDA, dat eerder nieuwkomers als Gerda Verburg en De Milliano de mond snoerde. Het is een verwerpelijke tendens, die aantoont dat fractiediscipline voorop wordt gesteld.
Op deze manier kweken partijen bange politici. Daarbij gedragen ze zich dubbelhartig. Aan de ene kant maken ze goede sier met opvallende maatschappelijke figuren op hun kandidatenlijst, tegelijk dwingen ze hen hun eigen, oorspronkelijke visies achter de kaken te houden en alleen beschikbaar te zijn voor de etalage, als pop.
Deze krant wilde met enkele Kamerkandidaten van buitenlandse afkomst praten, omdat het met allochtone Kamerleden niet echt goed gaat. Twee van hen zijn voortijdig opgestapt, vijf anderen zijn er niet in geslaagd door te breken en keren vermoedelijk niet terug. Omdat zij een voorbeeldfunctie vervullen is dat in hun geval erger dan als een autochtoon Kamerlid mislukt. Een publieke discussie hierover is dus gewenst. Maar uitgerekend de VVD, waarvan de politieke leider vaak wilde uitspraken doet om debat uit te lokken, belet haar allochtone kandidaten daarover mee te spreken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.