*

 
dossier

Archief

Hoogleraar: Maatschappij schiet niets op met grote overnames

INEKE NOORDHOFF − 18/01/97, 00:00

Het bedrijfsleven is weer eens bevangen door een collectieve gekte, meent hoogleraar H. Schenk. Al die grote fusies: “verloren moeite”. Daarbij richten ze veel maatschappelijke schade aan. Dus: overheid zet een rem zetten op dit 'spel', aldus Schenk.

De hoogleraar industriepolitiek is noch een grijze geleerde, noch een onverzorgde verstrooide wetenschapper. Meer het type moderne geslaagde zakenman. Afgaande op zijn ruime, modern ingerichte woonkamer en kennelijke voorliefde voor klassieke auto's te plaatsen in een creatieve branche.

Schenk was verbonden aan universiteiten in China en Straatsburg, en is nu werkzaam in zowel Tilburg als Rotterdam (“Ik ben eerder loyaal aan mijn vak dan aan de universiteit.”) De hoogleraar dicht ondernemers geen slechte bedoelingen toe, maar hij vindt wel dat vele ondernemers de maatschappij schade berokkenen met hun fusies.

“Ik kijk naar de cijfers en die leveren een onthutsend beeld op over de effectiviteit van de fusies en overnames: de meeste hadden beter niet plaats kunnen vinden. Ze leveren geen hoger rendement, geen snellere groei en al helemaal geen vernieuwing op.”

“Dan kan je denken, 'jammer voor die bedrijven; ze doen maar'. Maar veel ondernemingen zijn zo groot, dat het wel degelijk een breder belang heeft. Als Philips omvalt, met die tienduizenden werknemers, is dat een maatschappelijk probleem. Dan komt onherroepelijk de vraag 'moet de overheid niet iets doen?'.” Schenk vindt dat de overheid niet aan de kant moet blijven staan nu managers verwikkeld zijn in hun eigen variant van 'Pac man' - eten of gegeten worden.

“De helft van de fusies vindt plaats tussen kleine en middelgrote ondernemingen. Meestal zijn daar schaalvoordelen te behalen. Daar heb ik dus niets op tegen”, wil hij eerst duidelijk stellen. Zijn kritiek geldt fusies en overnames door grote concerns.

Nederland is een van de 'toppers' op dit gebied. Concerns als Ahold, Aegon en ABN Amro zijn ieder op hun gebied via acquisities de grootste buitenlandse partij in de VS geworden. Unilever, Philips, KPN en KNP BT zijn allemaal als nijvere bijen bezig bedrijven te kopen en verkopen.

Schenk publiceert dit voorjaar in Empirica (“Een internationaal hoog aangeschreven tijdschrift”) een onderzoek dat suggereert hoe die overnamedrift Nederland, Europa en Amerika op achterstand zet. “Wij constateren in de jaren '80 een belangrijk verlies van de internationale marktpositie van de 100 grootste Europese en de 100 grootste Amerikaanse productie-ondernemingen, terwijl Japan zijn positie kon verstevigen.”

“In Nederland, maar ook de rest van Europa en de VS, werden in die periode veel acquisities gedaan. Japan deed daar niet aan mee. Het is geen bewijs, maar het is plausibel dat er een relatie ligt. We zagen al eerder dat die fusies van groten per saldo niets opleveren; geen grotere markt, geen hogere winst, niet meer innovatie.”

“Verder weten we dat concerns in het westen er druk mee bezig waren. Mijn stelling is dat die Japanse ondernemers meer tijd stoppen in taken waarvoor ze eigenlijk zijn aangesteld. Je ziet dat ze meer investeren in duurzame productiemiddelen. Ze hebben, mijn collega A. Maddison in Groningen toonde dat aan, veel modernere machines en uitrusting.”

“Ondernemers die een overname bekend maken, beweren natuurlijk 'Voor ons is dit een goede deal'. Maar als hun doel is maximaliseren van de winstgevendheid, zijn ook die cijfers ontnuchterend. Ze schieten er meestal niets mee op, en vaak wat bij in” zegt Schenk stellig. “Als een fusiegolf weer voorbij is, zie je dat zes van de tien acquisities weer ongedaan wordt gemaakt. Dat zegt toch genoeg.”

Niet alleen leveren de fusiegolven niets op, ze berokkenen schade. “Na fusies worden de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling kleiner en vragen bedrijven verhoudingsgewijs minder patenten aan.” Dat verlies aan vernieuwingskracht ziet de hoogleraar als een ernstige schadepost voor de maatschappij.

“Bedrijven zeggen: maar na de samenvoeging groeit mijn marktaandeel harder. Ook dat blijkt niet waar. Het marktaandeel van beide bedrijven samen blijkt niet sneller te groeien dan de afzonderlijke bedrijven voor de fusie. Dus heb je drie belangrijke ondernemerscriteria waaruit blijkt dat je er niet beter van wordt.”

“Waarom doen ze het dan? Je moet wel concluderen dat al die ondernemers bezig zijn met strategische positiebepaling. De eerste ondernemer denkt: 'Als ik hem niet koop, loop ik het risico dat mijn concurrent dat doet, en misschien wordt die wel zo groot dat hij mij kan kopen'. Er hoeft maar ergens in een branche een overname te zijn die opvalt, en de anderen springen erbovenop om hetzelfde te doen.”

“Dat spel is natuurlijk machtig interessant en spannend om te spelen. Het is ook niet stom of zo. Als ik ondernemer was, zou ik er ook aan mee doen. Je moet wel. Waar het mij omgaat is dat uiteindelijk de maatschappij er niets mee opschiet. Dus moet je ze tegenhouden. De enige manier waarop dat kan is als een buitenstaander regels stelt. De overheid dus.”

“Het voordeel van schaalgrootte gaat voor die grote concerns allang niet meer op. Die zitten al ver voorbij de ideale omvang. Dat geldt wel voor kleine en middelgrote ondernemingen die elkaar overnemen. Daar is dan ook niets op tegen.”

“Begrijp me goed ik heb niets tegen overnames. Maar ze moeten wel iets opleveren. Meer producten, betere producten, goedkoper, noem maar op. Als dat niet zo is, moet je ze niet toestaan.”

“Het Europese concentratietoezicht stelt maar weinig voor”, verwijst Schenk naar het ijsjesmonopolie van Unilever en de koffiedominantie van Douwe Egberts. De nieuwe Nederlandse mededingingswet, nu in behandeling bij het parlement, is niet veel beter, meent hij. Die toetst uitsluitend of een overname een bedreiging vormt voor de concurrentie. Zodra een combinatie meer dan een derde van de markt in handen krijgt, volgt een verbod.

“Ik zou het om willen draaien. Nu moet de fusieautoriteit aantonen dat een overname bedreigend is voor de mededinging. Ik zeg: 'Laat ondernemers aantonen dat een overname leidt tot een efficiency-verbetering'. Bijvoorbeeld: je koopt een bedrijf voor 3 miljard, maar schat de baten in op zeg 1 miljard in tien jaar.” Hij schiet in de lach: “Nou ja, dat is een wel erg denkbeeldig voorbeeld”, verwijst hij naar het grote fusievoordeel. “Hoe groot het bedrijf ook wordt op de markt doet er niet toe. Als er voordeel is, kun je het goedkeuren.”

“Tien jaar geleden waren we hier huiverig voor omdat je al die cijfers niet had. Inmiddels hebben we zoveel kennis over effecten van overnames en over de mogelijkheid van opsplitsing, dat het weer ongedaan maken van een fusie een heel realistische mogelijkheid is geworden.” Tegenover al te optimistische ramingen van ondernemers kunnen derhalve harde sancties gezet worden:

“Blijken de fusievoordelen na vijf jaar te klein, kun je alsnog verplichten tot ontvlechting”.

Ook de Raad van State is voor zo'n efficiency-toets. En ondernemersorganisatie VNO-NCW. Maar beide denken via die weg meer overnames goedgekeurd te krijgen. Schenk schat, gewapend met de onthutsende feiten, juist in dat de door hem gewenste efficiency-toets zal leiden tot veel minder overnames. “Je kunt het met boerenverstand al beredeneren. Een groot bedrijf koopt een kleiner op. De eigenaren/directeuren strijken het geld op, en houden het voor gezien, de dochter kwijnt weg.”

Misschien moet het ministerie van Economische Zaken meer bedrijfskundigen in dienst nemen, suggereert Schenk. Ter 'ontnuchtering'. Want economen zitten erg vast in modellen, waar bedrijfskundigen meer naar de platte cijfers kijken. “De economie gaat er vanuit dat ondernemers geen irrationele dingen kunnen doen. Maar het blijkt dat managers structureel beslissingen nemen die niet leiden tot winstverhoging”, formuleert hij de denkfout bij het ministerie.

De overheid kan in aandeelhouders bondgenoten zoeken door betere informatie af te dwingen. “Als je per acquisitie afrekent, vallen de aandeelhouders misschien de schellen van de ogen. In Nederland wordt helemaal niets uitgerekend. De dochters worden geconsolideerd. Je ziet niet wat het kost en niet wat het oplevert.”

“Je moet enorm op je quivive zijn voor pr van het bedrijfsleven. Ze zijn daar zeer bedreven in. Nu is het mode om aandeelhouderswaarde te vermeerderen. Ik ben misschien wat cynisch. Maar dat is grotendeels window-dressing. Inkoop van eigen aandelen wordt vaak gebruikt om de daaraan voorafgaande problemen te maskeren. Echt, ze kunnen je alles wijsmaken.”

mailIcon print |