Iets beloven en het niet doen. Vergeten. Mijn oprechte excuses. Hier komt één van de vullingen voor de Elzasserkippensoep die ik u een paar weken geleden beloofde: soepsoesjes. U hebt nodig:
4 eetlepels boter 1,25 dl water snufje zout 75 gr. bloem 2 eieren
Breng de boter met het water en het zout aan de kook. Zet het vuur laag en voeg in één keer alle bloem toe. Blijf roeren tot het mengsel als een bal loslaat van de pan. Haal de pan van het vuur. Klop een ei door de massa tot het helemaal is opgenomen, klop vervolgens het tweede ei door het deeg, dat glad en glanzend moet worden.
Nu zijn er drie mogelijkheden: u kunt met twee eetlepeltjes kleine soesjes vormen die u in kokend water met wat zout in ongeveer 4 minuten gaar kookt. Als de soesjes boven komen drijven zijn ze gaar. Haal ze met een schuimspaan uit het water en houd ze tot het serveren warm in een zeef of vergiet. Maak ze kort voor u de soep opdient.
De tweede mogelijkheid: frituur de deegballetjes in olie van 190'. Frituur er niet te veel tegelijk, anders koelt de olie te sterk af. Ook in dit geval geldt dat ze gaar zijn als ze boven komen drijven. Laat de gefrituurde soesjes uitlekken op keukenpapier en houd ze warm tot u ze als knapperige vulling in de soep opdient.
De derde mogelijkheid is dat u de soesjes in ongeveer tien minuten in een op 190' voorverwarmde oven gaarbakt. Prik dan met een naald een gaatje in elk soesje, draai de oven uit en laat ze nog 10 minuten in de nog hete oven staan, zodat ze hun vorm behouden en niet in elkaar zakken. De soesjes kunt u wel van tevoren maken: de afgekoelde soesjes blijven in een goed afgesloten trommel een week of twee goed.
Voor de kippensoep zijn deze 'neutrale' soesjes heel geschikt, maar het is ook erg lekker het soezendeeg pikanter te maken. Meng er wat peper door en/of oude, geraspte kaas. De volgende week (echt!) de Elzasser mergnoedels.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.