*

 
dossier

Archief

'Drugspreventie blijft nodig'

ADRI VERMAAT − 09/01/96, 00:00

Vele methoden zijn aangewend om drugverslaving te lijf te gaan, maar nog altijd is er geen consensus over de juiste aanpak. Het ene land beschouwt de gebruiker als een crimineel, het andere als een patiënt. De komende weken besteedt Trouw zowel door de week als in de bijlage ZENZ aandacht aan het 'afkicken': hoe wordt in landen als Singapore, Amerika, Zweden, Frankrijk èn Nederland omgegaan met een van de grootste problemen van deze tijd, de drugverslaving. De vorige afleveringen stonden in Trouw van 9, 13, 16, 21 december en 6 januari

Even later wijst de stok richting Jordanië. “Bijzonder land als het gaat om de aanpak van junks. Die gaan als ze voor de eerste keer worden opgepakt twee jaar de cel in en bij herhaling volgt executie. Met als resultaat dat dit land nauwelijks drugsproblemen heeft.” De onderzoeker weet nu van geen ophouden en verlegt zijn koers naar Singapore. “Gevreesd vanwege de volgens velen extreem harde aanpak van drugsdealers èn gebruikers. Maar ook heimelijk bewonderd vanwege de gedegen preventiemaatregelen voor de jeugd en de manier waarop ex-verslaafden in de maatschappij kunnen terugkeren.”

De werkkamer van Coelho is volgepropt met boeken en andere literatuur. Drugsnota's en rapporten van gezondheidsdiensten uit tientallen landen stapelen zich op tot aan het plafond. De vloer is bezaaid met losse, handgeschreven notities en voor hem staat een computer die desgewenst tienduizenden cijfers uitbraakt. Bezeten als hij is van zijn werk wil de onderzoeker meteen weten, wanneer in Nederland de proef met de vrije verstrekking van heroïne aan een geselecteerde groep zwaar verslaafden begint. Prompt maakt hij na het antwoord de krabbel 'Maart '96 bij Nederland informeren' en gooit die op de grote hoop.

Coelho lijkt op een wandelende drugsencyclopedie. Van ieder land is hij precies op de hoogte van de laatste maatregelen en ontwikkelingen rond met name de preventie. Alle gegevens die hij - via ministeries, hulpverleningsorganisaties, universiteiten en particulieren - op zijn bureau krijgt, verwerkt hij in vier afzonderlijke databanken. Hij maakt vervolgens analyses die zijn collega's gebruiken voor het aanpassen van de bestaande preventiemethoden.

“De nood is hoog en daarom loont het om de internationale ontwikkelingen op drugsgebied bij te houden”, zegt Coelho. “Hoewel de Verenigde Staten achttien jaar ervaring hebben met preventie, neemt juist de laatste vier jaar het gebruik van drugs onder vooral jongeren weer toe. Mijn werk is alle gegevens in kaart te brengen. Mijn doel is het Congres, ervan te overtuigen dat er geld nodig blijft om de anti-drugscampagnes voort te zetten. De Verenigde Staten zouden de voorloper moeten zijn, als het gaat om de opvang en begeleiding van verslaafden, maar zijn dat niet. De junk moet het voornamelijk maar zelf uitzoeken en daarom ook is preventie zo belangrijk. Je hoeft slechts de straat op te gaan en je weet wat er van verslaafden terecht komt. Niets behalve veel ellende.”

Cultuurverschillen

In de werkkamer van Coelho is het regelmatig een komen en gaan van buitenlandse gasten: politici, ambtenaren, artsen, politiechefs en wetenschappers. “We kijken goed naar andere landen. Tot in de kleinste details willen we weten hoe hun preventie er uitziet en wat de effecten zijn. Natuurlijk zijn er grote cultuurverschillen, een land als Maleisië kun je nu eenmaal niet vergelijken met Amerika. Vrouwelijke junks worden daarnaast in moslimlanden heel anders benaderd dan in het Westen. Weer andere landen hameren uitsluitend op de sancties die staan op de handel en het gebruik van drugs. Zelf zien we daar geen heil in, liever wijzen we op de problemen voor de gezondheid. Mijn werk is als een puzzle, alleen de stukjes ervan zijn wereldwijd verspreid.”

Coelho koestert zijn informatie als een kostbare schat, maar waakt ervoor zich een oordeel aan te meten. “Waar het mijn werk betreft, tellen waarden en normen niet. Het zou heel eenvoudig voor me zijn, om te zeggen 'dat land deugt en dat niet'. Ik begin er niet aan, want over een maand heb ik zo'n 'slecht' land misschien wel keihard nodig. Voor mij telt alleen het beleid, de aanpak en de resultaten. Niet de morele kant, al is die zeker zo boeiend. Wèl ben ik ervan overtuigd dat niet het individu, maar de totale samenleving naar de oplossing moet leiden.”

Eén uniform beleid, Coelho droomt er jaren van. Maar als geen ander is hij er ook van overtuigd dat het nooit zover zal komen. “In de Verenigde Staten geniet de preventie al jaren prioriteit. Maar er zijn landen, waar preventie niet eens kan. Die landen kunnen niet eens campagnes voeren, omdat het gros van de mensen niet kan lezen en de telefoon en de fax er bij wijze van spreken nog moet worden uitgevonden. Los daarvan, de belangen zijn te groot om tot een eenduidig drugsbeleid te komen.”

Het in Washington gevestigde precentiecentrum, onderdeel van het ministerie van volksgezondheid, richt zijn activiteiten op zowel jongeren als hun ouders. De eersten worden op scholen en universiteiten geconfronteerd met de gevaren die het gebruik van heroïne, marihuana, LSD, coke en peppillen meebrengen, het isolement ook waarin junks verzeild raken. De ouders krijgen vooral adviezen op het vlak van sociale vaardigheden, al schroomt de overheid niet hun te manen om de kamers van hun kinderen regelmatig op de mogelijke aanwezigheid van drugs te onderzoeken.

De Amerikaanse overheid pompt miljarden in de strijd tegen de drugs, maar de kentering blijft uit. Onderzoek geeft aan dat vooral marihuana snel aan populariteit wint. Het aantal jongeren dat deze drugs gebruikt, nam sinds 1991 met vijf procent toe tot negentien procent. Ook nam het gebruik van LSD in dezelfde periode met één procent toe tot 2,6 procent en vinden de peppillen eveneens steeds meer aftrek. Coelho: “De oorzaak van de toename is onduidelijk. De drugs komen van alle kanten Amerika binnen. Uit Pakistan, India, Turkije, noem maar op. Dat maakt het tot een redelijke chaos.”

Directeur Kent Augustson van het Centrum voor drugspreventie kan eveneens slechts gissen naar de hernieuwde opmars van de drugs. “Onderzoek wijst uit, dat het risico om aan drugs verslingerd te raken, afneemt, maar het gebruik daarentegen gek genoeg stijgt. We hebben er geen verklaring voor, maar het versterkt onze opvatting, dat de preventie nog beter moet. Wij kennen de geluiden uit de politiek, dat al onze activiteiten niet helpen, hooguit een druppel op een gloeiende plaat zijn. Die kritiek is al te eenvoudig. Het aantal jongeren dat naar drugs grijpt, neemt inderdaad toe, maar hoeveel zouden het er zijn zonder preventie?”

Augustson wijst op de samenhang tussen misdaad, geweld en drugs. “Meer dan de helft van de 100 000 gedetineerden in de Amerikaanse gevangenissen, zit vast wegens drugsdelicten. Jaarlijks worden meer dan één miljoen mensen opgepakt op verdenking van zo'n delict. De hele Amerikaanse samenleving is het drugsprobleem beu. Een psychologisch voordeel kun je dat niet noemen, want de burgers zijn het gezeur over drugs beu. Het enige dat dan nog rest is de mensen voortdurend voorhouden: 'Wat richten drugs aan?' Maar ik ben somber, het zal zeker nog twee, drie generaties duren, alvorens Amerika kan zeggen: 'We zijn drugsvrij'.

mailIcon print |