*

 
dossier

Archief

De oudste tulpen van nederland

NICOLIEN VAN DOORN − 16/04/94, 00:00

De Hortus Bulborum, Zuidkerkenlaan 23a in Limmen, is geopend van maandag t/m zaterdag van 10-5, zondag van 12-5. Tot 15 mei, daarna zijn de tulpen uitgebloeid.

Niet doen! Loop door dat hek, werp een blik op de perken en ontdek hoe de verre voorvaderen van de bloembol eruit hebben gezien. Hier in Limmen staan tulpen zoals ze eeuwen geleden op schilderijen werden afgebeeld. Hier doet de Duc van Tol 'Red and Yellow' net alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat hij na bijna vierhonderd jaar nog steeds niet van ophouden weet. Behalve tulpen is er een kleine collectie narcissen, hyacinten, krokussen en fritillaria, die eveneens laten zien hoe de natuur hen oorspronkelijk heeft bedacht.

In de Hortus Bulborum valt een mens van de ene verbazing in de andere. Wie wordt er niet stil van eerbied, wanneer hij tot zich door laat dringen dat sommige tulpen de Slag bij Nieuwpoort nog hebben meegemaakt? En dat hier de oorsprong ligt van de vier miljard tulpen, die jaarlijks wereldwijd worden verhandeld?

Naambordjes geven aan hoe een bepaald rijtje varieteiten heet en in welk jaartal ze voor het eerst beschreven zijn. “Het is best mogelijk dat zo'n tulp al veel eerder bestond”, legt Jan Veldhuyzen van Zanten uit. “Maar wij gaan uit van de eerste keer dat zo'n bol in oude geschriften is genoemd.” De voorzitter van de Stichting Hortus Bulborum wijst op een fors uitgevallen paardebloem. Het blijkt een van de oudste narcissen ter wereld te zijn. Volgens zijn naamplaatje heet hij 'Rip van Winkle', een jaartal ontbreekt echter. Dat betekent dat deze soort in oude documenten (nog) niet is opgespoord.

Het is niet toevallig dat de oudste tulp in de Hortus Bulborum niet verder teruggaat dan het jaar 1595. Tot 1593 was er in heel Nederland geen tulp te bekennen. In dat jaar benoemde de universiteit van Leiden Carolus Clusius tot chef van de Leidse Hortus. Clusius, die jaren eerder een aantal tulpebollen cadeau had gekregen van de Oostenrijkse ambassadeur in Constantinopel, nam de bollen mee naar Leiden. Aangezien hij zijn bevindingen in plantenboeken noteerde, dateert de vroegste informatie over Hollandse tulpen uit die tijd.

De meest brandende vraag is natuurlijk, hoe het mogelijk is dat veel tulpen zo lang bewaard zijn gebleven. Eeuwenlang werden bloembollen elk jaar gerooid en in de herfst opnieuw uitgezet. Pas aan het begin van deze eeuw, toen de veredelingstechnieken een enorme vlucht namen, raakten de beproefde huis-, tuin- en keukensoorten in de verdrukking. Door hun lage produktie waren ze niet langer lonend en dus werden ze weggegooid. De Limmense schoolmeester Piet Bosman maakte zich bezorgd over het verdwijnen van de aloude tulpenvarieteiten. Omdat het sparen van sigarebandjes en postzegels hem niet aansprak, besloot hij afgedankte bollen te verzamelen. Op de fiets struinde hij West-Friesland af en beplantte zijn tuin met - toen al zeldzame - tulpebollen. Zodra zijn tuin vol was, annexeerde hij het grondgebied van zijn naaste buren. “Hij besefte niet hoe belangrijk het was wat hij deed”, zegt Van Zanten. “Voor hem was het niet meer dan een hobby. Maar als Bosman er niet was geweest, hadden we geen Duc van Tol meer gehad. Die tulp zou hetzelfde lot hebben ondergaan als de Semper Augustus en de Admiraal van Enkhuizen. Die kennen we alleen maar van afbeeldingen in boeken.”

In 1928 werd Bosmans indrukwekkende verzameling ondergebracht in de stichting Hortus Bulborum. Anno 1994 groeien er 1200 varieteiten en ieder jaar komen er meer bij. Liefhebbers nemen botanische tulpen mee uit Turkije, en vorig jaar ontving de hortus een collectie uit Engeland. De blijdschap was groot, toen bleek dat er een variant bij zat die in Nederland niet meer voorkomt. Dit jaar wordt een unieke collectie krokussen verwacht.

Het Limmense bollenveldje is niet alleen interessant voor de verwachte drieduizend bezoekers, die tussen 10 april en 15 mei uit bussen en auto's rollen. Van Zanten kan wel drie punten noemen die het belang van zijn hortus ('de kleurrijkste schatkamer van Nederland') onderstrepen. “Om te beginnen is het een levend museum. Waar ter wereld zie je een tulp die al 399 keer is gerooid? Waarmee ik meteen het tweede aspect heb genoemd. Een tulp die na vierhonderd jaar nog steeds gezond is, moet wel resistent zijn. Als je die kruist met een moderne tulp, ontstaat er een soort die niet meer bespoten hoeft te worden.” De stichting doet onderzoek naar het genetisch materiaal van de tulpen. De wetenswaardigheden die dat oplevert, worden doorgegeven aan verdelingsinstituten, universiteiten en botanische tuinen in binnen- en buitenland. Tenslotte dient de hortus als een 'speeltuin' voor toekomstige tuinbouwers, die met eigen ogen kunnen zien hoe de verschillende rassen tot stand zijn gekomen. “Van alle rassen die van nu af aan de wereld ingaan, komt een aantal bij ons terecht”, vertelt Van Zanten. Een van de nieuwste aanwinsten is een gele tulp met wit kartelrandje, die luistert naar de naam 'Alfred Heineken'.

De hortus wordt in stand gehouden met 'weinig geld en veel liefde'. Het geld is afkomstig van bezoekers, donateurs en sponsors, de liefde van vrijwilligers. Tussen de tulpen zit Marinus Dwarswaard op zijn knieen. In zijn vrije tijd inspecteert hij de planten op virussen. Misprijzend bekijkt hij het korte steeltje en het rafelige koppie van de Duc van Tol 'Violet' uit 1700. “Dit is toch geen tulp!”, moppert hij. Niet veel later krijgt hij onbedoeld bijval van een Engelse toeriste. “Oh dear, these are tulips!”, constateert ze enigszins geschrokken. “Laat ik nou gedacht hebben dat het krokussen waren . . .” Ze vraagt zich af of de bollen te koop zijn. Nee dus. Maar als ze over een jaar of zes terugkomt, kan ze wellicht een pakketje mee naar huis nemen. Dan hoopt de Stichting Hortus Bulborum zich te kunnen bedruipen met de verkoop van antieke bollen. “Als dat zou lukken”, zegt Van Zanten hoopvol, “dan worden wij de eerste hortus die zijn eigen broek kan ophalen.”

mailIcon print |