*

 
dossier

Archief

Kansje voor het leger in angstig Katlehong

FRED DE VRIES − 16/02/94, 00:00

PRETORIA - Sommige Zuid-Afrikaanse townships lijken tot rust te komen. “Het gaat hier stukken beter”, zegt Dumishni, onderwijzer in Katlehong, een van de meest gewelddadige townships van Zuid-Afrika.

Zondag werden de ongeveer 400 leden van de beruchte ISU-oproertroepen in de East Rand-townships Katlehong, Tokoza en Vosloorus vervangen door zo'n 2 500 soldaten van het leger. Dat gebeurde na besprekingen tussen president F. W. de Klerk en ANC-president Nelson Mandela, die een vredesplan overeenkwamen voor de East Rand. In dit gebied, ten oosten van Johannesburg, vielen het afgelopen jaar ruim 1 600 doden bij politiek geweld. De afgelopen twee weken werd hier voor het eerst in maanden nauwelijks meer gemoord.

“We hebben al drie of vier dagen geen schoten meer gehoord”, zegt Dumishni. “Dat komt vooral omdat de ISU uit de woonoorden is verdwenen. Zij hielp de Inkatha-hostelbewoners bij hun moordpartijen in de townships.”

Het ANC vierde het vertrek van de ISU diezelfde zondag met een grote bijeenkomst in de Radebe-wijk van Katlehong, een 'no go'-gebied dat grenst aan de Inkatha-hostels in Tokoza. Honderden gezinnen uit dit gebied zijn voor het geweld gevlucht.

De ANC-voorzitter van de regio, Tokyo Sexwale, sprak zijn achterban en het leger toe, en gaf meteen het sein tot de ANC-verkiezingscampagne in de East Rand. “We verwelkomen jullie (het leger) niet omdat we denken dat jullie zo goed zijn. Maar we willen jullie de kans geven die de ISU en politie hebben laten liggen: laten zien dat jullie werkelijk met een schone lei kunnen beginnen.”

De volgende dag lijkt het leger inderdaad verwoede pogingen te doen het vertrouwen van de bewoners te winnen. Een helikopter cirkelt boven de townships, en de bruine legervoertuigen, 'buffels', rijden druk op en neer, terwijl de (veelalzwarte) soldaten te voet belangrijke plekken zoals het ziekenhuis bewaken. De helmen en zware wapens geven Katlehong nog altijd de indruk van een oorlogsgebied.

Onkruid

In het township proberen de bewoners een nieuw, vreedzamer ritme uit. Maar het dagelijks leven is nog verre van normaal. “De situatie is niet echt drastisch verbeterd”, zegt de voorzitter van de ANC Jeugd-liga in Katlehong, Semoka Sedibe. Gesprongen waterleidingen maken een aantal wegen onbegaanbaar. Bergen vuinis liggen nog steeds weg te rotten. De perkjes die enkele maanden geleden na een schoonmaakcampagne waren aangelegd zijn inmiddels alweer overwoekerd met onkruid. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de soldaten meehelpen de voorzieningen weer in orde te krijgen.

Jongeren hangen schijnbaar doelloos rond op straathoeken, of verkopen gestolen waar aan automobilisten. Nog steeds zijn er gebieden, zoals de Schoeman- en de Khumalostraat, die langs de hostels lopen, waar je niet komt tenzij je levensmoe bent. Wel patrouilleert het leger hier intensief om geweld tussen township- en hostelbewoners te voorkomen. Ook zijn er onderhandelingen gaande om de taxi's weer langs deze routes te laten rijden en de gevluchte bewoners weer hun huizen te laten betrekken.

Het voornaamste probleem blijft dat Inkatha zich heeft gekeerd tegen de komst van het leger, en nog altijd geen deel uitmaakt van de vredesstructuren. “Zij zagen de ISU als hun beschermers”, zegt Sedibe.

Er hangt een vreemde sfeer in Katlehong. Voor de Kwadugathole Highschool aan de rand van Katlehong zit een groepje leraren. De scholieren zijn vandaag niet komen opdagen. “Vanwege Valentijnsdag”, vertelt een leraar.

Bij deze school komt wat meer naar boven over de diep liggende problematiek van de township. Het landelijke percentage geslaagde zwarte middelbare scholieren was al enorm laag met 37 procent, maar in Kwadugathole was het een verbijsterende 7 procent. Een leraar vertelt hoe moeilijk het is om de leerlingen discipline bij te brengen, als wet en orde volstrekt abstracte begrippen zijn geworden. “Soms kwamen de scholieren met machinegeweren naar school”, zegt hij.

Veel meer willen de leraren niet zeggen. Ze zijn bang. Een mensenleven betekent niets in Katlehong. De man met het pistool is de baas. “De situatie hier is zo ongelooflijk slecht, dat we je het niet kunnen uitleggen”, zegt een leraar. Maar een wil zijn zwijgzaamheid nog wel toelichten: “We hebben hier studenten van Cosas (een aan het ANC gelieerde scholierenorganisatie) en van Paso (verbonden aan het radicale Pan African Congress). Als die Paso-jongens mij hier met jou zien praten, kan ik enorme moeilijkheden krijgen. Ze denken dan dat ik jou informatie toespeel.”

Die angst en argwaan staan te lezen op de gezichten van bijna alle bewoners. Iedereen raadt je aan om niet door de township te rijden. Er opereren nog altijd veel gangsters, en de anti-blanke gevoelens zijn weer opgelaaid na de dood van Sabelo Phuma, commandant van de gewapende vleugel van het PAC. Ook al overleed hij na een aanrijding, de PAC-jeugd geeft de schuld aan blanken.

De komst van het leger is daarom niet meer dan een vernislaagje over de ellende, de trauma's en de nooit opgeloste moordpartijen. Dat vernis kan zo afbladderen. “De huidige rust is mogelijk een stilte voor de storm”, zegt een vredeswaarnemer. De verkiezingen zijn in aantocht en Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi heeft zijn volgelingen gewaarschuwd dat zij zich moeten bewapenen omdat het ANC volgens hem in de East Rand bezig is met een campagne van etnische zuivering, gericht tegen de Zulus.

“Onzin”, zegt onderwijzer Dumishni, zelf een Zulu. “Maar”, voegt hij daar eerlijk aan toe, “de mensen in de hostels zijn onwetend. Zij zitten daar als ratten in de val. Zij geloven Buthelezi meteen.”

mailIcon print |