*

 
dossier

Archief

Zweren

Cornelis Verhoeven − 05/03/99, 00:00

Je kunt blijkbaar een redelijke kennis van het Nederlands hebben zonder zelfs maar de meest belangrijke woorden in al hun finesses te begrijpen. Ze hebben dan ook een veel gecompliceerder geschiedenis dan onze particuliere gedachtegangen. Zo heb ik persoonlijk grote moeite met het zwaarwegende woord 'zweren'. Ik begrijp of accepteer allicht dat er een 'zweren 1' is met 'zwoer' en 'gezworen' als verleden tijden, dat 'een eed afleggen' betekent, en een 'zweren 2' met 'zwoor' of 'zweerde' en 'gezworen' dat staat voor 'etterig ontsteken'. Zelden zullen zo grote verschillen zo dicht bij elkaar liggen. En ik weet niet, met hoeveel mensen ik deze kennis nog mag delen, want ik lees steeds vaker in de krant en hoor op de radio, dat mensen voor de rechtbank 'zweerden' de waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. Wie dus zou verwachten dat een representatieve meerderheid van de taalgebruikers juist bij extra zware woorden een grote nauwkeurigheid aan de dag zou leggen en een puist van een eed zouden blijven onderscheiden, lijkt zich te vergissen.

Misschien doen die grammaticale details er niet zoveel toe, zelfs als het er op aan komt, want het gaat juist dan om de zaak en niet om de woorden en hun vorm. Ik weet niet eens, of dit slechte excuus wel geldig is en of onkunde in bijzaken geen blijk van onverschilligheid voor hoofdzaken is. In elk geval is 'zweren' in de betekenis van 'een eed afleggen' een verbale aangelegenheid. Maar het is ook een van die woorden waaraan het gewicht van een daad wordt toegekend. Ook 'beloven' is zo'n woord. Wie iets belooft, neemt het op zich uit de verbale orde over te stappen in de praktische orde en daar te realiseren wat hij met woorden in het vooruitzicht stelt. En omdat het om een zwaar woord gaat, zal hij allicht ook moeten beseffen dat het beloven in woorden vele malen gemakkelijker is dan het volbrengen in daden, al is het maar omdat we voor het uitspreken van een paar woorden niet afhankelijk zijn van allerlei weerbarstige omstandigheden. Woorden zijn min of meer bedacht om daar vlot overheen te vliegen. In een wereld van woorden lijken wij de werkelijkheid in onze macht te hebben.

Als wij zweren en plechtig beloven de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, blijven we dan niet binnen de orde van de woorden? Want we beloven niet iets te doen, maar iets te zeggen. Wat wij zeggen, zal de waarheid zijn. Wat deze plechtige woorden 'waarheid' en 'zweren' voor mij vooral zo moeilijk maakt en wat mij zelf ervan zou weerhouden zo'n eed af te leggen in die formulering, is dat zij veronderstelt dat degene die zweert, zonder meer wordt verondersteld de hele waarheid te kennen. En nu ben ik zo vrij mij af te vragen, of het wel ooit voorkomt dat iemand de hele waarheid kent, ook als het gaat om iets waar hij zelf bij betrokken is geweest. Mij zelf betrap ik er telkens weer op juist op dit terrein onzeker te zijn en mij lelijk te vergissen. En ik kan wel zweren mijn best te doen en niet opzettelijk te liegen of iets te verbergen, maar ik kan moeilijk zweren dat ik mij niet zal vergissen. Ik zou dus, vrees ik, in grote problemen komen en buitengewoon zwijgzaam worden, wanneer ik ooit door een machtige instantie gedwongen zou worden onder ede iets te beloven waarvan ik niet weet of ik het wel kan uitvoeren. Tenzij natuurlijk, bedenk ik tenslotte, die instantie almachtig is en mij zo waarlijk kan helpen. Zou deze vrome toevoeging aan de plechtige formulering uit vergelijkbare overwegingen voortkomen?

mailIcon print |