'Medisch Centrum West' is verdwenen, maar ik lijd niet onder een gebrek aan ziekenhuis-soap. Bijna elke dag komt 'Casualties' (van harte aanbevolen) en eens in de week kan ik genieten van 'Chicago Hope'. Er zal wel meer zijn, maar naar de zenders die na drie komen kijk ik niet, daar ben ik te fijn voor gebouwd.
Het is heerlijk. 'Duizend cc trampolicine,' wordt er geroepen, 'breng de ittekoterium, vlug!' En, natuurlijk, 'De scalpel, de scalpel!'
Maar toch is het niet meer wat het eens was. Maar al te vaak komt er, vooral in 'Chicago Hope', gesnij in beeld, technisch geknutsel aan het menselijk lichaam. Bloedgaten zie je, gevilde ledematen, blootliggende spieren en blauwrode bebloede harten die pompen als een omfloerste trom. Dat komt omdat die series zijn besmet met de werkelijkheid.
Jullie zullen het wel gemerkt hebben: alles moet tegenwoordig echt zijn, zo uit het leven gegrepen. Het bloed, het zweet en de tranen, de last, de lust en zelfs de dood. En het is vreemd maar waar: wat echt is, is niet alleen maar al te vaak genant, het is ook meestal bijzonder vervelend.
Neem nu eens vier zaken waar iedereen in televisieland op ligt te loeren: ongelukken, operaties, processen en vrijen. Als er op de weg waar ik loop te wandelen een ongeluk gebeurt, ga ik meteen een straatje om, doch dit terzijde. Er zijn mensen zat die verzot zijn op bloed, de vampiers dwalen onder ons, dat weet ik heus wel. Maar ik heb ongelukken genoeg meegemaakt om te weten dat meestal zelfs de fijnbesnaardste toeschouwer er niet voor weg hoeft te lopen, omdat er nauwelijks iets gebeurt. Vorige week nog knalde er een auto op een motor. De berijder smakte tegen de grond, maar scharrelde onmiddellijk weer overeind. Ik riep nog, zo opoe-achtig als het maar kan: 'O, jongen, jongen toch, o jongen, hoe is het met je jongen?' De jongen sloeg er geen enkele acht op. Hij wendde zich onmiddellijk tot de automobilist, roepende: 'Zeg man, waar ben jij nu mee bezig, man!' Maar denken jullie dat er ruzie van kwam? Niks hoor. Ze bekeken langdurig elkaars voertuigen, zwegen dat het een lieve lust was en gooiden het toen klaarblijkelijk op een akkoordje. Dat was alles.
Het enige ongeluk dat me is bijgebleven had die uitwerking door een filmisch effect. Een bouwvakker deed een stap achteruit, werd door een auto geschept en viel neer. De ambulance kwam en wat er met die man gebeurd is weet ik niet, maar zijn petje bleef, eenzaam en verloren, op straat liggen. En dat ontroerde me diep. Maar een beetje regisseur schudt zulke beelden uit zijn mouw, terwijl de werkelijkheid er heel, heel zuinig mee is.
En de operaties? Als het jezelf overkomt ben je er niet bij: voordat het gemartel begint, lig je al in een diep, donker gat en daar valt niets aan te filmen. Maar behoor je tot de naaste familie, dan moet je wachten. Je drentelt eens wat heen en weer, je probeert eens wat te lezen, je kijkt eens quasi-diepzinnig voor je uit, je steekt eens een sigaret op, al heb je het roken allang afgeschaft, je loopt eens naar de automaat om koffie te halen die je ogenblikkelijk zuur opbreekt want het is bocht. Is dat, zonder knappe montage, leuk om te zien, is dat spannend voor een kijkers? Buitengewoon vervelend als je het mij vraagt: uren dient er gewacht te worden tot de uitslag komt en er eindelijk eens iemand in sappig snikken uitbarst. Over de operatie zelf hebben we het al gehad: heb je er één gezien dan heb je ze allemaal gezien.
Een proces dan? Dat is van hetzelfde laken een pak. Een enkele keer zegt een van de beklaagden of getuigen iets grappigs of ontroerends, maar daar moet je dan wel verrekte lang op wachten. De draad die dat alles verbindt, de zin van het gebeuren ontbreekt. Dan kunnen kunstenaars het een stuk beter. Die scheppen orde in de chaos, dat is hun metier. Zelfs oorlogen zijn saai als ze 'in the raw' worden opgediend.
En het vrijen? Breek me de bek niet open. Doe je het zelf, op een achtermiddag of een avond, dan is het allemaal vanzelfsprekend. Ja toch zeker? Je zucht eens wat en je zegt eens wat en je draait eens wat en je aait eens wat. Maar je zou je toch niet moeten voorstellen dat je als uitgetreden geest naast het bed stond en dat allemaal moest aanzien: wat een belachelijke, houterige, onesthetische vertoning. Zelfs als het wordt nagespeeld door de beste acteurs heb je dat nog. Dat enge, dat tenenkrommende. Vind ik tenminste.
En nu zal het niet lang duren of we krijgen ook de vrijerij in het echt. Nu ja, vrijerij... Wat er voor doorgaat. Dan wordt er een camera in een peeskamertje gezet en kunnen we zien hoe een prostituee het karwei klaart. Dat is dan wel heel vreemd: de vrouw speelt komedie en toch is het echt want ze doet het elke dag voor haar brood. Een soort dubbele travestie.
Nu wil ik het niet eens hebben over de mensen die in talkshows hun hele hebben en houen over tafel gooien. Dat gaat ook door voor de werkelijkheid, maar wat versta je onder werkelijkheid? Is het de realiteit dat iemand aan een wildvreemde alles vertelt wat hij zelfs aan zijn geliefde, zijn vader en moeder en zijn huisdokter niet kwijt wil, ten aanschouwe van honderdduizenden onbekende gapers? Dat is een parodie of liever een perversie van de werkelijkheid. Om maar niet te spreken van de krankzinnigen en dementerenden die voor de televisie gesleept worden: het zijn onschuldige slachtoffers die het publiek honderden jaren terugwerpen, naar een tijd toen gekken kijken heel gewoon was.
Maar wat ik nu eigenlijk wil zeggen is, dat het echte leven zich niet leent voor de televisie. Het bestaat, door de bank genomen, uit een zee van wachten met hier en daar een klein eilandje waar je je dan even kunt verpozen. 'Bootje komt zo...' Wie kan spanning en amusement vinden in zoveel kaalheid?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.