Wetenschap, Cultuur & Samenleving, uitgave van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs en de VU (pb 74768, 1070 BT Amsterdam), 9/95, - f 6,96. The Observer, 3/9,- 7. CivisMundi (010-4182589), augustus, f 12. Spiegel Historiael 7/8-95, f 12,50.
De ARP'er gaf zijn katholieke broeder - zo herinnert deze zich in een interview met Wetenschap, Cultuur & Samenleving - de volgende les in evangelische propaganda: “De politiek van het CDA kan alleen maar gebaseerd zijn op het evangelie, daar valt niet over te praten; u hoeft er niet in te geloven maar u moet het wel belijden, ook dadelijk voor de radio”.
Het is maar één van de voorbeelden waarmee Couwenberg, inmiddels rustend - althans pensioentrekkend - hoogleraar staats- en bestuursrecht, kracht wil bijzetten aan het advies: “Vertrouw niemand zodra je in de politiek betrokken raakt. Echte politici moet je altijd in de gaten houden.” De naïevelingen tot wie Couwenberg zichzelf rekent, kennelijk niet.
Voor deze argwaan voert, in het Britse zondagsblad The Observer, de debuterende columnist Iain Macwhirter een zorgwekkender argument aan. Dit: politici en hun instellingen staan machteloos tegenover de titanische internationale krachten die het sociaal-economische leven bepalen. Ze pretenderen echter het tegendeel. De meeste krantelezers, meent Macwhirter, kijken daar wel doorheen. Die laten zich dan ook veel liever gezeggen door politieke columnisten dan door ministers en parlementariërs.
Een pleidooi voor eigen parochie? Integendeel, want de columnist legt zijn publiek vervolgens uit waarom het aan hem (en zijn collega's) evenmin houvast heeft: ook hij tast, al opiniërend, maar al te vaak in het duister. Zulk zeldzame vertoon van openhartigheid bevestigt de indruk dat de bijna 204-jarige Observer - sinds deze week ten prooi aan ingrijpende plastische chirurgie - ook tot inhoudelijke vernieuwing heeft besloten. Ook fellere onderzoeksjournalistiek is daar kennelijk een onderdeel van. Het jongste nummer opende althans met een linkse directe uit die hoek op het toch al zwaar gehavende gezicht van de regering-Major: die zou een fortuin aan belastingggeld hebben verkwanseld door diverse openbare nutsbedrijven te verkopen voor een prijs die al spoedig bijna 8 miljard pond (20 miljard gulden) onder de marktwaarde bleek te liggen.
Humanist adviseert CDA: houd ons buiten de deur
Wie bevestiging zoekt voor het sterke vermoeden dat (ook) Nederland ten prooi is aan verval, verloedering en desoriëntatie, wordt royaal bediend door dr. Couwenberg voornoemd, en wel in diens eigen Civis Mundi, tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur. 'Nederland, waar gaat ge heen?' heet het jongste nummer, maar dan half in het Latijn ('Nederland, quo vadis?'). Een nauwkeurig antwoord heeft Couwenberg niet beschikbaar, maar blijkens de uitvoerigste bijdrage, die van hemzelf, vreest hij het ergste.
Alom ontbreekt politiek richtingsbesef, 'a sense of purpose'. Alle grote politieke stromingen lijden aan ideologische bloedarmoede. De overheid ontbreekt het, door de internationalisering van van alles en nog wat, aan sturend vermogen. De grenzen tussen politiek en bureaucratie vervagen. Het landsbestuur komt bijgevolg in handen van ambtenaarlijke regenten. Samen houden ze een soort kartel-democratie overeind. Publieke functies verdelen ze onder hun achterban. Belastinggeld trouwens ook, voor zover het niet door de missionaire nationalist J. Pronk buiten de landsgrenzen in bodemloze putten wordt gedeponeerd. Buiten het Binnenhof 'kraakt en piept het arbeidsbestel aan alle kanten' en ook in de gezondheidszorg, aan de universiteiten en in de omroepwereld grijpt het verval om zich heen.
Somber beziet ook de volgende diagnosticus, oud-minister W. Albeda, het politieke landschap. Een neo-liberale vloed heeft de oude ideologische dijken rondom de PvdA en het CDA goeddeels weggeslagen. Vrijwel alle partijen lonken naar wat Galbraith the contented middle class heeft genoemd, en bekommeren zich veel te weinig om de armen en de zwakken. Couwenberg c. s. wil niet alleen weeklagen, maar ook bijdragen aan 'een toekomstvisie'. De aanzetten daartoe zijn helaas of vaag of anderszins weinig operationeel. Dat geldt ook voor de raadgevingen van de ethicus G. Manenschijn en de filosoof P. B. Cliteur, die - zo te zien met de beste bedoelingen - het CDA adviseert, 'een duidelijke ideologische koers' te varen en hemzelf benevens andere humanisten, atheïsten en agnosten maar buiten boord te houden.
Cliteur is overigens de enige in het gezelschap die vrij uitvoerig afstand neemt van Couwenbergs onheilszwangere diagnose. In vogelvlucht de wereldgeschiedenis overziende constateert hij a) dat het altijd al hommmeles is geweest en b) dat het de mensen ook heden ten dage niet ontbreekt aan waarden en normen. Die worden weliswaar niet altijd nageleefd, maar dat gebeurde vroeger evenmin. Het grote, beschamende verschil met vroeger is dat 'de identiteitsorganisaties hun gevoel voor missie' kwijt zijn en van 'de consument' willen horen wat hun boodschap moet zijn.
Cliteurs beroep op het historisch besef zal weinig indruk maken in een tijd waarin, volgens de geschiedkundige A. Th. van Deursen, “de mensen geen geschiedenisonderwijs meer krijgen”. Wat op de scholen wordt aangeboden, zijn slechts 'brokjes verleden', legt hij in Spiegel Historiael uit, en die verdienen kennelijk de naam van geschiedenis niet. Van Deursen ziet maar twee oplossingen: het zogenaamde geschiedenisonderwijs afschaffen 'of terug naar het geheugenwerk'. “Misschien merkt de samenleving vanzelf wel wat ze mist als we het afschaffen. Maar onder de huidige omstandigheden zie ik niet welk maatschappelijk nut het geschiedenisonderwijs nog heeft.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.