*

 
dossier

Archief

'Schaduwcoach' Pfrommer haalt gelijk in slag van Groningen

JOHAN WOLDENDORP − 20/01/97, 00:00

GRONINGEN - Het werd 7-1 voor Leen Pfrommer. De onder zijn leiding staande schaduwsprintploeg boekte op de Nederlandse titelstrijd zeven ritzeges tegen één voor de kernploeg van Peter Müller, en dan ook nog omdat kampioen Jan Bos op zijn tweede 500 meter een slag liet lopen.

“7-1?” vroeg Pfrommer. “Oh, als je het zo bekijkt, is het 11-1 geworden. Want bij de junioren won Judith Straathof vier ritten. Dat is er ook één van mij.” Het was nooit de bedoeling geweest de NK sprint te laten ontaarden in een competentiestrijd tussen twee bondscoaches. Al 31 jaar staat Pfrommer in allerlei trainerscreaties op het ijs, hij is van harte bereid zich blijmoedig in elk lot te schikken, maar je moet niet proberen de vlam van de ambitie te doven. Die indruk had hij gekregen toen de KNSB een buitenlander - de Amerikaan en oud-Olympisch kampioen op de duizend meter, Peter Müller - als sprintcoach had aangetrokken. Naar buitenuit zegt hij er vrede mee te kunnen hebben. Müller is op voorspraak van onder andere Gerard van Velde benoemd en Pfrommer vindt dat de stem van de schaatsers doorslaggevend moet zijn. Het streelde zijn ijdelheid niet dat de bond hem met de kernploeg opleidingen sprint afscheepte.

Pfrommer stond zelf aan de wieg van het gedrocht. De oud-overste was vorig seizoen trainer van de sprintsters, maar kreeg met de twee belangrijkste (Aaftink en Zwolle) ruzie. Zijn collega bij de mannen, Floor van Leeuwen, zou deze winter coach van een gemengde sprintkernploeg worden. Daarvoor waren vier rijders aangewezen: Van Velde, Leeuwangh, Aaftink en Zwolle. Toen Christine Aaftink plotseling stopte, werd ze vervangen door Andrea Nuyt. Later kwam ook Marieke Wijsman nog bij de groep. Van Leeuwen had toen al lang afgehaakt. Hij vond de stress te veel en wist zich bovendien niet gesteund door 's lands beste sprinter. Van Velde voelde zich namelijk geremd in zijn ontwikkeling, dacht na over een eigen ploeg, maar wilde wel kernploegschaatser blijven als er een echte, gespecialiseerde coach zou komen. Een buitenlander dus, want in een land waar het flitsende werk niet serieus wordt genomen, ligt de know how ook niet voor het oprapen. De KNSB koos voor Müller. Pfrommer mocht de B-rijders naar grote hoogte proberen te stuwen.

De 'oorlogsveteraan' bedacht in de loopgraven een listig strijdplan en voerde het moreel van zijn troepen zo hoog op dat die voor hem door het vuur gingen. Jan Bos, die vorig jaar nog een vies gezicht trok wanneer je in zijn nabijheid het woord sprint liet vallen, verraste Van Velde zaterdag twee keer en bleek een dag later beter bestand tegen de druk dan menig insider vermoedde. De misslag op de 500 meter, waardoor Van Velde tenminste nog één afstand won, was het gevolg van de spanning; dat wilde hij wel toegeven. “Ik was ineens favoriet. Daar had ik het moeilijk mee. Ik probeerde me op advies van Pfrommer volledig op mijn wedstrijd te concentreren.” Zo mogelijk nog vernietigender haalde Pfrommer bij de vrouwen uit. Marianne Timmer (22), een groot talent, zeker nu ze een stuk evenwichtiger is geworden, won alle vier afstanden. Ruim voor allroundster Annamarie Thomas, die deze maanden een therapeutische rondgang langs allerlei ijsbanen maakt, en nog veel ruimer voor Zwolle. De slag van Groningen was voor Pfrommer.

Müller deed er nogal luchtig over, zeker met betrekking tot Van Velde. Op zoiets onbeduidends als een Nederlands kampioenschap zat hij niet te wachten. De WK's en de wereldbeker, daar gaat het om. Hij zou zijn werk slecht doen, wanneer Van Velde nu al in vorm zou zijn. Over twee weken, op de WK in Hamar, staat hij er, ergens tussen de plaatsen één en acht. Het is trainersbluf, grootspraak in bange afwachting van de uitkomst van de race tegen de klok. Hij weet ook dat de nederlaag van Van Velde niet is terug te voeren op een zekere opbouwfase in de training en de jetleg na een vermoeiende trip naar Calgary en Milwaukee. De Gelderlander verbeterde deze maand het Nederlandse record op de 1000 meter en won in december in Zuid-Korea een wereldbekerwedstrijd op die afstand. Hij maakte onmiskenbaar progressie, maar zit momenteel in een dip. Ondanks een gewijzigde trainingsmethodiek mankeert er nog veel aan het schaatsen van de potentiële wereld- en olympisch kampioen op de kilometer: hij loopt slordig de bochten, heeft een te trage opening en houdt aan het eind te veel over. Met betrekking tot Hamar is hij bepaald niet het toonbeeld van optimisme.

Het zijn allemaal elementen die Pfrommer aanvoert om zijn gelijk te bewijzen. Hij voelt zich aangesproken als je tegen hem zegt dat bij Müller toch veel meer kennis over het sprinten aanwezig is. “Kennis niet, ervaring wel,” corrigeert Pfrommer. Waarna een hele verhandeling volgt uit de mond van de man die tot voor kort iedere (jonge) schaatser het sprinten uit het hoofd praatte. “Ik vind mij niet minder dan Müller. Ik vind mij niet minder dan welke buitenlandse coach ook.”

Müller wil niets kwijt over de competentiestrijd tussen twee heren, Pfrommer zou haar die kwalificatie niet mee willen geven. Maar verder beschouwen ze elkaar als paria's. De één wil de ander niet assisteren - bijvoorbeeld door de rondetijden aan te geven, dat deed in Groningen bondsarts Hans Smit - terwijl het uitwisselen van trainingsgegevens een vorm van bedrijfsspionage is. “Deze situatie is noodgedwongen ontstaan,” zegt Pfrommer. “De KNSB heeft mij in de tweede positie gemanoeuvreerd. Ik kreeg daardoor iets van: ik zal ze eens wat laten zien. Ik wil altijd winnen, zelfs bij een spelletje kaarten.” Op het WK heeft Pfrommer twee ijzers in het vuur (de beide kampioenen) en Müller drie (Van Velde, Zwolle en Wijsman). Beiden mogen in het Vikingskipet hun pupillen begeleiden. Pfrommer heeft bij de KNSB bedongen dat tussentijds geen sprinters uit zijn opleidingsgroep (“een belediging, zo'n naam; waarom praat je niet gewoon over een A- en een B-groep?”) overstappen naar het elitekorps van Müller. Bos en Timmer zeggen Pfrommer niet te willen missen. Die laat Bos, allesbehalve het prototype van een sprinter, recht vooruit schaatsen en niet met een wijde slag, zoals Müller die propageert. Aan de vooravond van het olympisch seizoen wordt vervolgens van de KNSB een Salomons oordeel verwacht. De samenstelling van de kernploeg sprint verandert hoe dan ook: qua omvang, maar ook inhoudelijk. De twee landskampioenen zijn het opleidingsniveau dan ontgroeid. Dat Pfrommer mee promoveert, ligt minder in de lijn van de logica. Er liggen boeiende tijden in het verschiet.

- Pagina 10: Thomas naarstig op zoek naar lichtpuntjes

mailIcon print |