In Amsterdam vindt tot en met 2 februari het multiculturele project 'De facelift van Europa' plaats. Naast Amsterdam staan vier Europese steden centraal. Vandaag ten slotte de introductie van Brussel. Facelift Europa
De Smedt: “In vergelijking tot Brussel blijft Antwerpen toch een provinciestad. Het klinkt misschien vreemd, maar een voordeel voor mij als Vlaamse om in Brussel te werken met minderheden is het feit dat de Vlaamse gemeenschap daar zelf een minderheid is. In Antwerpen zie je bij wijze van spreken maar één tegenstelling, die van blank-zwart. Maar in Brussel bestaan er ook binnen de blanke gemeenschap zoveel cultuurverschillen, dat het lijkt alsof de etnische tegenstellingen een minder belangrijke rol spelen. Als er problemen zijn, dan zijn het vooral taalproblemen die misverstanden veroorzaken.” Tussen de regels door laat ze daarbij merken dat de taalstrijd ook in het geval van het migrantenbeleid vaak een rol speelt. Zo beconcurreren Vlaamse en Franstalige scholen elkaar nadrukkelijk bij het werven van nieuwe allochtone leerlingen met als grappig positief effect dat beide kampen hun uiterste best doen het buitenlanders ook daadwerkelijk naar de zin te maken.
Brussel dus. De bestuurlijke hoofdstad van Europa heeft bijna een miljoen inwoners, waarvan een kleine 300 000 buitenlanders. De stad kun je grofweg in drie sociale groepen indelen: de rijkste groep woont in de periferie van de grootstad en bestaat uit Europese ambtenaren en een Belgische bovenklasse. Dan volgt de Belgische, hoofdzakelijk Franstalige middenstand en tenslotte is er dan een groep die bestaat uit armere Brusselaren en allochtonen uit Turkije, Marokko en de voormalige Afrikaanse kolonieën. Zij wonen rond de oude kern van de stad en wijken als Schaarbeek en Molenbeek. De Vlaamse gemeenschap is zeer klein. In het centrum wonen vaak jongere kunstenaars en/of studenten, vlak buiten de stad in dorpen al Tervuren de middenstanders.
Vooral met het oog op die laatste groep zijn er in Brussel de laatste twintig jaar programma's ontwikkeld om een zekere integratie met name onder jongeren, te bevorderen.
De Smedt: “Wij werken met zeer kleinschalige projecten op scholen, waarbij vooral dans, muziek en theater een grote rol spelen.” Voor het laatste project 'Kahaani' werden op initiatief van de directeur van de Brusselse Opera Bernard Foccroulle twintig schoolkinderen uitverkoren om aan de muziek- en theaterproductie mee te doen. Tijdens de première in Dilbeek werden de familieleden van de kinderen uitgenodigd om met elkaar kennis te maken. De Smedt: “We hopen dat we via de kinderen een brug kunnen slaan tussen de verschillende culturen. Soms lukt dat, soms ook niet. Een Turkse vader zei als hij geweten had wat het project inhield, hij geen toestemming gegeven zou hebben.”
Een ander project dat naast het werk van Foyer opvalt is dat van De Pianofabriek. In een voormalige pianofabriek in het oostelijk deel van de stad worden tegenwoordig workshops gegeven door musici en allochtone muziekgroepen uitgenodigd om op te treden. Frank Rau van het Vlaams Cultureel Centrum in Nederland: “Als er een voorbeeld is waar de cultuur de integratie tussen verschillende etnische groepen bevorderd heeft, is het wel jazz. Wat dat betreft mag u Brussel als conglomeraat van verschillende wijken ook best met New York vergelijken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.