*

 
dossier

Archief

Olympische Spelen komen in zicht voor volleybalsters

Door: redactie − 28/05/96, 00:00

OSAKA (ANP) - Op de deur van kamer 204, tijdelijk bewoond door de volleybalsters Henriëtte Weersing en Marjolein de Jong, stond zondag op zijn Jiskefets: “Hé lullo's, wordt Kroatië nog gebeukt vandaag?”. Het gebeurde, met 3-0.

De volgende dag was de vraag op papier: “Maken we nog sateh van Taipeh?” Figuurlijk lukte dat zeker. Eveneens 3-0. De start van het olympisch kwalificatietoernooi was perfect voor de nationale vrouwenploeg.

De Spelen van Atlanta gloren aan de horizon van de Japanse stad Osaka, na goede zeges op Kroatië (15-10 15-7 15-11) en Taiwan (15-3 15-5 15-11). Op het juiste moment zijn de vrouwelijke aanvalskanonnen van het Nederlandse volleybal haarscherp afgestemd. Henriëtte Weersing en daarna Elles Leferink waren de scherpschutters.

Van de zeven wedstrijden van de Atlanta Challenge, zoals het toernooi officieel heet, dient Nederland er minstens vijf te winnen om bij de eerste drie te eindigen en Atlanta te halen. Met de op papier moeilijkste duels in het begin, Kroatië zondag en Japan dinsdag, rekende bondscoach Bert Goedkoop vooraf op twee keer winst uit de eerste drie partijen. Met een tussenstand van twee uit twee is een eventuele zege op Japan dus een aardig extraatje.

Toen Europees volleyballer van jaar Elles Leferink zondag in haar trappelhokje van de reserves stond, ramde haar mentrix Weersing er op los tegen de Kroaten. De volgende dag, tegen de technisch goede maar te kleine Taiwanesen, mocht Weersing rust nemen en maakte tiener Leferink indruk met haar fantastische balgevoel, bijna Cubaanse sprongkracht en gecatapulteerde sprongservice. Weersing, de enige dertiger van de ploeg, vond het niet onprettig dat ze kon toekijken: “Herstel duurt bij mij toch langer dan voorheen.”

“Harry” is de bijnaam van Weersing, mede omdat ze slaat als een vent. Ze voegde zich drie weken geleden bij de ploeg, na afloop van de play-offs met Modena in Italië. Goedkoop zag meteen haar eminente vorm en kreeg de bevestiging tijdens een korte trainingsstage bij Arie Selinger in Kobe. Weersing: “Zenuwachtig was ik niet, maar ik kreeg wel de kriebels. Zondag mocht het toernooi echt beginnen.”

Goedkoop: “Ook vorig jaar was Harry goed, maar tobde ze met allerlei ongemakken.” Toen, tijdens het EK in Nederland, brak Leferink met meteoor-achtige snelheid door. Nu zijn de libero-aanvallers inwisselbaar, maar is het grofweg zo: Weersing voor de hoge ballen buiten, de echte power. Leferink als ook defensief meer is gevraagd, tegen de wat snellere ploegen. Samen, dat zou ook nog kunnen, maar dat kost veel aanpassing op de andere posities. Het is mede om de aanvallende extra kracht dat Goedkoop de ploeg als beter bestempelt dan ten tijde van het EK.

Kwalificeren voor Atlanta is een, de aansluiting vinden bij de echte wereldtop twee en van volgende orde. Aanpikken bij Cuba dus, Brazilië of China. Daartoe moet onder meer het defensieve werk in het achterveld verbeteren. En zie: bij tijd en wijle is het frappant te zien hoe de lange vrouwen ballen van de grond houden, hoe ze zich soepel en razendsnel in bochten vouwen. Een onderdeel dat veel beter is verzorgd dan bij Kroatië of Bulgarije. “Dat kost ongelooflijk veel training, het is afzien voor de speelsters”, aldus Goedkoop.

Tegen Kroatië, een herhaling van de EK-finale in Arnhem -hoewel de Oosteuropeanen nu een paar speelsters missen door blessures-, was alleen in de derde set even een terugval te zien. Dat gebeurde op het moment dat talloze Japanse schoolmeisjes gek dreigden te worden. Hun helden van Boy Six, een populair bandje dat het voorprogramma van Japan - Roemenië zou verzorgen, maakten de entree in de gloednieuwe zaal, waar verf en lijm nog te ruiken zijn. “Ik was wel even afgeleid”, gaf Erna Brinkman toe.

Nederland speelt modern volleybal, waarbij een vergelijking met de lange mannen van Alberda opportuun is. Vrijwel iedereen valt aan. Bij Goedkoop zijn Ingrid Visser en Jerine Fleurke het centrum dat blokkerend en aanvallend altijd dreigt. Zodat de tegenpartij rekening moet houden met tal van opties. De jonge spelverdeelster Fledderus heeft veel keuze: het centrum dus, de allrounders Boersma of Brinkman aan de zijkanten, of de kracht van Weersing dan wel Leferink. Tegen Kroatië was Weersing goed voor negen punten en vijftien side-outs, Leferink kwam tegen Taiwan tot elf en twaalf, waaronder drie aces uit haar opslag.

Voor Weersing was het “plezierig” spelen. Bij Modena is vrijwel het gehele aanvalsspel op haar afgestemd en dus ook de verdediging van de opponent. Tegen Kroatië hing door het uiteenspelen van de vijandelijke defensie geregeld een eenmansblokje voor haar neus. Dan is het voor de routinier lekker scoren.

Een heel verschil met Kroatië, dat aanvallend vrijwel geheel afhankelijk was van Barbara Jelic. De dochter van de bondscoach moest maar liefst 96 keer aanvallen, tegen Weersing 68 maal. Het was niet verbazingwekkend dat Jelic de volgende dag tegen Bulgarije een vrij uitgebluste indruk maakte. Een bovenbeen was zwaar ingepakt, de sprongservice liet ze achterwege.

mailIcon print |