*

 
dossier

Archief

Partir, c'est mourir un peu

SYLVAIN EPHIMENCO − 18/01/97, 00:00

Sinds 1988 koester ik een diepe afkeer jegens biljarten, biljartspelers en in het bijzonder ketsende biljartballen. In dat jaar werd ik gevraagd om aan het VPRO-radioprogramma 'Welingelichte Kringen' deel te nemen. Toen ik op een vrijdagmiddag in de Amsterdamse sociëteit Arti et Amicitiae belandde, vroeg ik me verwonderd af of de makers van het programma op hun hoofd waren gevallen.

De beroemde journalisten die de 'kring' vormden, Joop van Tijn, Henk Hofland, Piet Grijs en Harry van Wijnen, zaten als sardientjes in een hoekje van de zaal opeengepakt. Ik kon met moeite aan hun tafeltje aanschuiven en moest vervolgens mijn adem inhouden om mijn buurman niet te hinderen. In het midden van de sociëteit, met een zee van ruimte er omheen, stond een imposant biljart. In één oogopslag kon je zien hoe de verhoudingen bij Arti lagen. De biljartspelers hadden het rijk voor zich alleen, waren daar de baas en na veel brede keubewegingen werd van hun kant af en toe een afkeurende blik gegund richting die malloten in hun hoekje vol microfoons.

Die grote namen van de Nederlandse journalistiek werden bij Arti in feite alleen maar gedoogd. Dat werd des te duidelijker toen Piet Grijs voor zijn gesproken column als eerste het woord nam. Onmiddellijk werd de publicist vanaf de biljarttafel met enkele 'Ho, ho! Moet dat nou zo?' tot de orde geroepen. De vaste biljartklanten van Arti vonden Grijs te luidruchtig en zijn bijdrage vol gevloek kennelijk een tikkeltje te grof. Het was verbijsterend om te zien hoe de teruggefloten Piet Grijs plots en bijna op bevel een toontje lager ging zingen en de rest van zijn column op kousenvoeten in de microfoon fluisterde, terwijl de nek van zijn drie kompanen tussen hun schouders verdween. Zelden heb ik onder het dictaat van ketsende biljartballen Het Vrije Woord zo gênant zien afdruipen.

Bijna negen jaar later lees ik dat de vier musketiers van 'Welingelichte Kringen' in een woest conflict met de VPRO-directie zijn geraakt. Verleden week werd het prestigieuze programma voor het eerst in 22 jaar niet uitgezonden. Kern van de ruzie: 'Welingelichte Kringen' moet Arti wegens bezuinigingen verlaten, maar de heren weigeren in een gewone studio zonder het begeleidende geluid van ketsende ballen voort te brabbelen. Arti zal misschien zijn kwartet kwijtraken, maar vast staat dat de Amsterdamse SM-scene, met nadruk op de M, vier aanwinsten rijker is. Of hebben wij hier wellicht te maken met het syndroom van Stockholm, dat staat voor de identificatie van gijzelaars met hun gijzelnemer?

Misschien is er toch een andere reden die de ridicule stampvoeterij van de media-peetvaders kan helpen begrijpen: de whisky en de borrelhapjes die na afloop van iedere uitzending bij Arti rijkelijk worden aangevoerd.

Hoe dan ook, de geloofwaardigheid van de 'kring' hangt nu aan een zijden draad. Want hoe serieus moet ik voortaan de bijdragen van deze opinieleiders nemen die ons jaar in, jaar uit vertellen hoe dwaas en onverstandig de wereld is? Die vier verwende jochies op leeftijd hebben nu duidelijk laten zien hoe ernstig ze de beoefening van hun vak opvatten. Ze zijn zelfs bereid om definitief te zwijgen, teneinde enkele miserabele privileges of vervelende gewoontes te behouden. En wat betreft het respect voor de luisteraar zal ik kort zijn: ik geen ketsende bitterballen, jij geen uitzending! Kun je dit de arrogantie van de ouderdom noemen? 'Partir, c'est mourir un peu', zullen de vermoeide helden van 'Welingelichte Kringen' ongetwijfeld hebben gedacht.

Het doet me denken aan die tragische taferelen tijdens de grote evacuatie van 1995, toen enkele bejaarden hun rijtjeshuis met parket en bloemetjesgordijn weigerden te verlaten. Tip voor de VPRO-directie: haal de brandweer er bij.

mailIcon print |