Met de veroordeling van G. K. voor misbruik van voorkennis in de aandelenhandel heeft het effectenrecht er een nieuwe uitspraak bij. Tot nu toe moest het tien jaar jonge effectenrecht het doen met de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Joep van den Nieuwenhuyzen. De oogst vermeldt verder de eerste vonnissen over zwendel in de goederentermijnhandel en dit jaar komt de eerste zaak voor de strafrechter die de valutatermijnhandel betreft. Nieuw voer voor juristen, maar vooral ook een toets voor het Openbaar Ministerie om te zien of er met de wetteksten in de hand met succes iemand voor de rechter kan worden gebracht.
Dat beide bedrijven als juridische huls er nog zijn, is vooral te danken aan het feit dat via hen voor eens en voor altijd moet worden uitgemaakt waar de grens ligt tussen de simpele aan- en verkoop van vreemde valuta en valutatermijnhandel.
Hisko Baars, woonachtig in Zwitserland, is de nieuwe bestuurder/aandeelhouder van beide bedrijven. Hij wenst volgens zijn advocaat A. van Gaalen dat de principe-zaak desnoods tot de Hoge Raad wordt uitgevochten. Al was het maar om duidelijk te krijgen of hij in Nederland ooit zonder vergunning in de speculatieve valutahandel kan opereren. Alleen om die reden heeft hij beide bedrijven overgenomen van De Vos Beheer.
De top van dat bedrijf heeft inmiddels weinig meer met de zaak te maken. Zij hoeven niet voor de rechter te verschijnen in ruil voor hun verklaring dat zij zich zeker een jaar lang niet meer op dit terrein zullen begeven. Echter, mocht de rechter VSN en Moneyline toch in het ongelijk stellen, dan zullen zij alsnog een gang naar het verdachtenbankje moeten maken.
Wat een principiële kwestie moet worden over de reikwijdte van het begrip valutatermijnhandel en wie die handel mogen drijven, is voorlopig verzand in een hoop administratief gerommel.
Leeg
Terug naar 19 maart van het vorig jaar. De Amsterdamse rechtbank en het OM maken zich op voor een eerste behandeling. Maar de verdachtenbank blijft leeg. Een veroordeling bij verstek ziet officier van justitie H. van der Graaff niet zitten, daarvoor is de zaak tegen VSN en Moneyline veel te principieel.
Bij de Amsterdamse rechter Van der Schroef ligt die dag wel een brief van de boekhouder van het bedrijf dat VSN niet kon komen, omdat er inmiddels een nieuwe aandeelhouder is: H. Baars namens de firma Borold met als vestigingsplaats Baar in het Zwitserse kanton Zug. Dat de verdediging er niet was om dat toe te lichten, wordt ook duidelijk. De advocaat liet weten dat aan een voorschotverzoek niet was voldaan en dus zag de verdediging geen brood in de zaak.
Vrijdag 1 november 1996 wordt de zaak dunnetjes overgedaan. Tenminste dat is de bedoeling. Er staat een nieuwe advocaat voor de rechter en aan zijn zijde prijkt een gemachtigde namens Baars. Alleen is onduidelijk of er wel een stuk is waaruit blijkt dat Baars bevoegd was de machtiging af te geven. Deel twee van wat een principe-zaak is, loopt ook op niets uit.
Deel drie moet uitkomst brengen, voorlopige datum 6 februari 1997.
“En misschien dat u dan ook duidelijk kunt maken, waar al het geld is gebleven”, geeft de rechter advocaat Van Gaalen op 1 november nog even mee. Zichtbaar onthutst vergeet de advocaat de rechter te vragen waarom hij dat moet doen. Ligt het niet meer op de weg van het openbaar ministerie om dat te onderzoeken als er een vermoeden van verduistering is? Een delict waarvoor zijn cliënten overigens niet zijn gedagvaard.
Niet dat een antwoord op de vraag van de rechter niet aardig zou zijn om te vernemen. Zeker niet voor drie beleggers die tussen oktober 1994 en februari 1995 zaken deden met VSN en Moneyline. Alle drie zagen ze hun belegging met een waarde van tussen de 15 000 en 35 000 per persoon als sneeuw voor de zon verdwijnen.
VSN deed aan speculatieve contracten in de valuta-sfeer. Niet door zelf de valutatransacties uit te voeren. Maar door miljoenentransacties in dollars en marken op te splitsen in kleinere verhandelbare contracten. En dat onder het motto op valuta-transacties 'verdient u dubbeltjes op honderd gulden, maar bij vele honderden guldens zijn dat ook veel dubbeltjes'. Een van de drie beleggers kreeg één keer een winst uitgekeerd, maar daarna ging het ook bij hem mis.
De Stichting toezicht effectenverkeer (STE) vond in juli 1994 al dat de handelwijze van de valuta-termijnhandelaren niet kon en schakelde de Economische controledienst in. Overigens richtte dat onderzoek zich niet alleen tegen VSN maar ook tegen vier andere valuta-termijnhandelaren. Het vijftal diende zich volgens de STE te voorzien van een vergunning om als een zogeheten 'remissier' op te treden. Van remissiers, zeg maar tussenpersonen die klanten aanbrengen bij effectenhuizen of banken, kan alleen sprake zijn als het gaat om handel in effecten. Zo'n deelnamepapier in een miljoenentransactie vindt de STE een vorm van een effect en dus moet er een vergunning zijn. Nee, zeggen de handelaren, het gaat om valuta en dat is geld en dus geen effect. En van bemiddeling is ook al geen sprake, want de klant vult zelf een orderbon in, verzendt die per fax, en vervolgens wordt door een Zwitsers bedrijf de order geplaatst. En dat Zwitserse bedrijf valt niet onder de Nederlandse wetgeving. En wat VSN en Moneyline deden was dus alleen maar adviseren en het ter beschikking stellen van een fax. Maar dan wel met als tegenprestatie 20 procent over de nettotoename van het saldo per maand.
Duiken
Het is een handel voor wilde jongens, weet een ingewijde. Wilde jongens die weer te onderscheiden zijn in twee groepen. Zij die geen probleem hebben om de wet te overtreden en zij die dichtbij, maar wel aan de goede kant van de wetsgrens leven. De VSN-Moneyline-zaak moet de wildste van de wilden onderscheiden. Want één ding staat voor hem vast, vroeg of laat duiken de valutatermijnhandelaren toch weer ergens op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.