*

 
dossier

Archief

Geen imams opleiden, maar werken aan moslim-kader

MR. W.B. RIETVELT − 31/01/97, 00:00

Een imam-opleiding op Nederlandse havo's en VWO's is onwenselijk. Wel kunnen deze scholen leerlingen die imam willen worden, vakken als islam-educatie en Arabisch aanbieden. Dit staat ondermeer in het advies dat dr. N. Landman twee weken geleden aan staatssecretaris Netelenbos heeft uitgebracht. Directeur Rietvelt van de Hogeschool Holland haakt op het advies in. De auteur is algemeen directeur van de Hogeschool Holland in Diemen.

Landman vindt wel dat de ontwikkeling van 'algemeen vormende voortrajecten' binnen het voortgezet onderwijs serieuze aandacht verdient: Arabisch (inmiddels een examenvak in het mavo, havo en VWO) en islam-educatie. Onder dat nieuw te ontwikkelen vak verstaat hij islamitisch godsdienstonderwijs dat erop gericht is om de identiteit van moslimleerlingen te versterken. Voor deze leerlingen wordt daarmee op school een beter sociaal en pedagogisch klimaat geschapen; de kwaliteit van het onderwijs wordt ermee verbeterd en de afstand tussen schoolcultuur en de thuiswereld van allochtone leerlingen verkleind.

Landmans terreinverkenning van het voortgezet onderwijs wijst uit dat er op de openbare scholen een grote discrepantie is tussen de theorie: pluriformiteit en ruimte voor alle levensbeschouwingen, en de praktijk; er wordt hoogstens marginaal ingespeeld op de (religieuze) identiteit van een groeiend aantal moslimleerlingen. wordt hoogstens marginaal ingespeeld. En op veel bijzondere scholen wordt het vak godsdienst traditioneel-christelijk ingevuld; andere godsdiensten, waaronder de islam, worden doorgaans belicht vanuit christelijk perspectief. De aandacht voor islam als godsdienst en cultuur is, ook binnen scholen met aanzienlijke percentages moslimleerlingen, over het algemeen bedroevend.

Breder en verplicht

Landman vult islam-educatie in als islamitisch godsdienstonderwijs. Wij achten een bredere invulling noodzakelijk en bepleiten islam-educatie allereerst te verstaan als onderwijs in de islam als godsdienst en cultuur vanuit een meer objectief perspectief en verplicht voor alle leerlingen. Islamitisch godsdienstonderwijs is daarvan een verbijzondering.

Anders dan in de ons omringende landen wordt in Nederland het al dan niet programmeren van intercultureel onderwijs, levensbeschouwelijke vorming of islam-educatie nu nog overgelaten aan de inzichten van de afzonderlijke scholen. Een vak voor de vrije ruimte - misschien, als er nog ruimte voor is, en anders niet. Dat is volgens ons een volstrekt onaanvaardbare handelwijze, die berust op een denkfout.

Onze samenleving heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een pluriforme samenleving. Communicatie tussen culturen en bevolkingsgroepen is zeker in ons kleine en dichtbevolkte land levensnoodzakelijk. Communicatie ontstaat niet vanzelf, maar moet worden geleerd, en naarmate anderen ons vreemder zijn zullen we harder en meer moeten leren. Als we nalaten dat leren te organiseren, creëren we problemen. Binnen de school van vandaag doen zich klemmende problemen voor: fricties tussen (groepen) leerlingen, intolerabel gedrag en de relatief hoge percentages schooluitval onder allochtone leerlingen als structureel fenomeen.

Onze kinderen leren wel wiskunde en Engels. Maar het versterken van de eigen identiteit van moslimleerlingen, het overbruggen van de kloof tussen de twee werelden waarin allochtone leerlingen moeten zien te overleven, het oefenen van interculturele communicatie, dat doen we tot op heden niet.

Het invoeren van islam-educatie - al dan niet ingebed in intercultureel onderwijs of levensbeschouwelijke vorming/vakken waarin religieuze stromingen serieuze aandacht krijgen - vereist een omslag in het denken van schoolleidingen en de prioriteiten die zij stellen. Om islam-educatie op openbare, christelijke en algemeen bijzondere scholen met veel moslimleerlingen mogelijk te maken, is tijdelijke stimulering middels enkele gesubsidieerde pilotprojecten gewenst. Een dergelijke ontwikkeling levert een wezenlijke bijdrage aan onze multiculturele samenleving en voorziet in een breed gevoelde behoefte, zowel binnen de moslimgemeenschap als binnen maatschappelijke organisaties.

Islam-educatie is van belang als voortraject voor een mogelijke imam-opleiding, maar het maatschappelijke belang ervan gaat veel verder.

Versmalling

De politieke discussie heeft zich in de afgelopen periode toegespitst op de imam-opleiding. In feite is hier sprake van een versmalling van de problematiek. Minstens zo essentieel is de vorming van moslim-kader, van jonge mensen met een opleiding waar grondige kennis van de islam deel van uitmaakt, die inzetbaar zijn binnen alle sectoren van ons maatschappelijk bestel. Landman bepleit in dit kader dat binnen het HBO opleidingstrajecten, bestaande uit een combinatie van vakgericht onderwijs en islamstudie, worden ontwikkeld. Zijn aanbeveling (nr. 14) luidt: 'Hogescholen kunnen met islamvarianten op of binnen hun opleidingen in de sector Gedrag en maatschappij bijdragen aan theologisch geschoold moslimkader dat inzetbaar is in maatschappelijke functies.'

De aanbeveling sluit aan bij de praktijk op de onze hogeschool, waar de combinatie van vakgericht onderwijs en islamstudie in de vierjarige lerarenopleiding-Islam met succes wordt ontwikkeld. Daarnaast wordt momenteel in samenwerking met de Hogeschool de Horst in Driebergen de mogelijkheid onderzocht om te komen tot uitruil van leertrajecten Gedrag en maatschappij en islamstudie. Ook andere sectoren binnen het HBO verdienen daarbij ons inziens aandacht; wij denken aan zorg, welzijn en economie. Langs deze weg wordt structureel werk gemaakt van het opleiden en scholen van moslimkader. Met de instelling van de lerarenopleiding-Islam en de steun die de school daarbij krijgt vanuit het Centrum voor Islam Studies, ontwikkelt zich alhier een expertisecentrum dat op dit terrein goede diensten kan verlenen.

Het moge duidelijk zijn: met de imam alleen zijn we er niet.

mailIcon print |