*

 
dossier

Archief

Schelden

LEO PRICK − 15/01/97, 00:00

“Schelden doet geen zeer”, reageerden we vroeger als we werden uitgescholden. Daarmee ontkenden we hooghartig het effect ervan, want, hoe je het ook wendt of keert, schelden doet wel degelijk pijn. Sterker nog: het is de enige reden waarom het is uitgevonden.

Schelden is de laatste jaren steeds meer deel gaan uitmaken van onze nationale folklore. We zijn het zo gewoon gaan vinden dat er nauwelijks meer op wordt gereageerd. We vinden het pas enige aandacht waard als er sprake is van een concrete belediging, bijvoorbeeld in de vorm van discriminatie. Niemand maakt dit ooit zo pijnlijk duidelijk als scheidsrechter Hugo Luyten. Die constateerde tijdens een voetbalwedstrijd een overtreding van de Volendam-speler Marcel Valk. Deze sportman bleek zich niet geheel te kunnen verenigen met de zienswijze van de arbiter en gaf daaraan uitdrukking met 'blinde kankerlul'. Luyten hoorde het, maar hield zich doof. Voor Valk een reden om effectiever geschut in stelling te brengen. Zijn keuze viel op de variant 'blinde kankerhomofiel'. Recht in de roos: terwijl 'blinde kankerlul' niet eens geel waard was, scoorde de variant met 'homofiel' direct rood.

De kans dat schelden effect zal sorteren is dus groter naarmate het meer aanwijsbare beledigende elementen bevat. De zwaarste beledigingen anno nu betreffen discriminatie op grond van seksuele geaardheid of afkomst. Daar zijn we buitengewoon gevoelig voor en dit verklaart Luytens reflex bij het horen van homofiel. Hoewel dit voorval suggereert dat schelden alleen pijn doet wanneer het gepaard gaat met belediging, weten we allemaal dat in veel gevallen willekeurig schelden pijn kan doen enkel en alleen als gevolg van de grofheid ervan. Als een oudere lerares mij vertelt dat een leerling 'vuil kutwijf' tegen haar gezegd heeft, verbaast het mij niet dat ze daar behoorlijk van in de war is. De directeur die vindt dat ze daar niet moeilijk over moet doen omdat ze daar niks mee bedoelen, niet beter weten, thuis ook niet anders horen, die directeur doet mee aan het collectieve ontkennen van de pijn die schelden kan veroorzaken. Net als scheidsrechter Luyten praktiseert hij de lafhartige houding van maar net doen of we niets horen. “Daar moet je boven staan”, is ook zo'n dooddoener.

Er bestaat zoiets als een Arbo-wet. Die wet regelt de arbeidsomstandigheden. Als je bijvoorbeeld last hebt van je rug, kun je een beroep doen op die wet en wordt er gezorgd voor een aangepaste stoel. Als een leraar kampt met stofallergie, komt er een schoolbord met viltstiften in plaats van krijt. In de regel echter zijn het andere dan dergelijke materiële arbeidsomstandigheden waar leraren ziek van worden. Zo vind ik de arbeidsomstandigheid waarbij getolereerd wordt dat een lerares wordt uitgemaakt voor kutwijf, onwerkbaar. Net als bij die stoel en dat schoolbord geldt ook hier dat van deze lerares pas kan worden verlangd weer aan het werk te gaan als het probleem is verholpen.

mailIcon print |