*

 
dossier

Archief

CDA-vrouwen: vrijwilligerswerk, banen en zorgtaken evenwichtig verdelen

RUUD VAN HEESE − 19/05/95, 00:00

DEN HAAG - Werknemers zouden naar Duits voorbeeld ruimere mogelijkheden moeten krijgen om onbetaald buitengewoon verlof op te nemen voor het opvoeden van kinderen of het verzorgen van zieke gezinsleden. In die periode zou de opbouw van pensioenrechten en rechten op sociale-zekerheidsuitkeringen gewoon door moeten gaan. Op die manier zijn werknemers beter in staat om betaald werk te combineren met zorgtaken.

Deze mogelijkheid wordt geopperd in de discussienota 'Samenleving in balans', die een werkgroep van christen-democraten heeft opgesteld in opdracht van het CDA-Vrouwenberaad. Met de notitie, die morgen op een bijeenkomst van het CDAV wordt gepresenteerd, willen de CDA-vrouwen de discussie in hun partij losmaken over mogelijkheden om te komen tot een evenwichtige verdeling over mannen en vrouwen van betaald werk (waarmee iedereen zoveel mogelijk in het eigen levensonderhoud kan voorzien), onbetaalde zorgtaken en vrijwilligerswerk.

Het CDAV doet geen voorstellen die van vandaag op morgen moeten worden verwezenlijkt. Nadrukkelijk gaat het om aanzetten voor een discussie over de wat verdere toekomst. De CDA-vrouwen leggen zich nog niet vast op concrete keuzen: dat is aan de achterban.

De CDA-vrouwen beschouwen de drie verschillende vormen van maatschappelijke participatie als gelijkwaardig. Ze passen alle in het besef dat mensen niet alleen verantwoordelijk zijn voor zichzelf, maar ook voor anderen. Individualisering, individuele ontplooiing is prima, maar wel steeds ook ten dienste van anderen.

De opstellers van het discussiestuk gaan uit van de economische zelfstandigheid van mannen èn vrouwen. Maar bij het verrichten van betaalde arbeid houdt het verhaal niet op. Onbetaald werk (zorg voor anderen, zoals kinderen) en vrijwilligerswerk horen erbij, maar worden maatschappelijk helaas nog te weinig gewaardeerd, stelt de werkgroep vast. De overheid en de organisaties van werkgevers en werknemers moeten er daarom naar streven dat voor die twee vormen van participatie meer ruimte komt.

De cijfers wijzen uit dat de zorgtaken voor het overgrote deel nog neerkomen op de schouders van de vrouw. Zeker in een gezin met opgroeiende kinderen blijft het beeld bestaan van de mannelijke hoofdkostwinner, en de vrouw die een kleine deeltijdbaan combineert met de zorg voor huishouden en kinderen.

Volgens het CDA-Kamerlid Doelman, een van de leden van de werkgroep, is het ook zaak dat mannen zelf aan de bel trekken, om dit beeld bij te stellen. “Ze moeten bij de werkgever meer hun mond opendoen, dat ze in deeltijd willen werken. Als daar maar genoeg vraag naar is, dan moeten de werkgevers daar wel aan voldoen.”

Belastingaftrek

In het discussiestuk doen de CDA-vrouwen de suggestie om een belastingaftrek in te voeren voor tweeverdieners en alleenstaanden met kinderen. Zo'n belastingaftrek zou bij voorkeur voor lagere en hogere inkomens in guldens even hoog moeten zijn, door die de vorm te geven van een zogenoemde tax credit: geen vermindering van het bedrag waarover belasting moet worden betaald (waardoor het voordeel groter is naarmate het inkomen hoger is), maar een voor iedereen gelijke vermindering van het bedrag dat moet worden betaald. Daarbij gaan de opstellers van de notitie ervan uit dat voor toekomstige generaties de bestaande belastingvrije sommen verdwijnen en iedereen vanaf de eerst verdiende gulden belasting gaat betalen.

De invoering van zo'n belastingaftrek zou niet ten koste mogen gaan van de huishoudens met de traditionele kostwinners. Nu mag iemand die niet werkt de vaste belastingaftrek nog overdragen aan de verdienende partner, die daardoor een flink belastingvoordeel kan opstrijken. Dat nu afschaffen zou onrechtvaardig zijn, vinden de CDA-vrouwen, omdat het oudere generaties zou treffen, die geen gelegenheid hebben gehad zich in te stellen op het uitgangspunt dat vandaag de dag geldt voor mannen en vrouwen, die in 1990 18 jaar zijn geworden: iedereen wordt geacht zelf in het levensonderhoud te kunnen voorzien. In de verdere toekomst zou dat belastingvoordeel voor kostwinners echter wel kunnen verdwijnen, zo maakt de voorzitter van de werkgroep, mevrouw Grool, duidelijk. “Waarom zou ik dan meer belasting moeten betalen voor de ruimere belastingaftrek van een man, die samenwoont met een vrouw die alleen maar wil tennissen?” Maar Doelman vult aan: “Maar dan moet de situatie op de arbeidsmarkt wel zó zijn verbeterd, dat vrouwen in de gelegenheid zijn om zelf het bedrag bij elkaar te werken dat hun partner aan extra belastingaftrek kwijtraakt. Nu is daar nog geen sprake van. Er is gewoon nog gebrek aan werk.”

Aanvulling

De sociale zekerheid beschouwen de CDA-vrouwen als een aanvulling. Een gedachte als een basisinkomen voor iedereen (een bescheiden inkomen, waar tegenover geen arbeidsprestatie hoeft te staan) wordt afgewezen. De CDA-vrouwen kiezen voor een participatiemodel, waarin sociale zekerheid beschikbaar is voor alle burgers (mannen èn vrouwen) maar slechts van toepassing op hen die het echt nodig hebben.

Een uitkering wordt in principe voor een zo kort mogelijke periode gegeven. De nadruk ligt niet op het bieden van inkomensbescherming, maar op de weg (terug) naar de arbeidsmarkt. Wie met werk een eigen inkomen kan verdienen, wordt geacht dat dan ook te doen. Burgers en de plaatselijke overheid worden nauw betrokken bij de uitvoering van de sociale zekerheid.

mailIcon print |