Taaluitingen worden vaak ten onrechte bekritiseerd. Het mag dan niet verkeerd zijn om attent te zijn op een correct en adequaat taalgebruik, wanneer hierdoor geheel onschuldige constructies de wind van voren krijgen is er iets mis. Zo zijn er veel mensen die onmiddellijk in de stress schieten wanneer in een restaurant of wachtkamer iemand van het personeel zegt: U mag daar (even) plaatsnemen. Men vat deze aanwijzing op als het verlenen van toestemming, men voelt zich neerbuigend toegesproken, kortom: ergernis is het gevolg. En de taaluiting krijgt de schuld. Is dat wel terecht?
Het Nederlands kent een rijke schakering aan zogenoemde modale hulpwerkwoorden. Deze werkwoorden (lijken, blijken, schijnen, mogen, moeten, willen, kunnen, zullen) staan niet op zichzelf, maar voegen slechts een modaliteit toe aan een ander werkwoord. De zin het moet weer eens regenen betekent niet dat het regent, maar dat het noodzakelijk is dat het regent. Modaliteiten zeggen iets over noodzakelijkheid, mogelijkheid, waarschijnlijkheid en wenselijkheid. Het hulpwerkwoord mogen (het mag weer eens regenen) geeft wenselijkheid aan.
Van een aantal van deze hulpwerkwoorden zijn zelfstandige werkwoorden afgeleid met een verwante betekenis. De zin je moet eens hier komen kijken duidt niet echt op een verplichting, maar u moet maandag hier verschijnen heeft daar al veel meer de schijn van.
Het is duidelijk dat de vraag of de aangesprokene inderdaad verplicht is om op te draven, meer afhankelijk is van de feitelijke situatie dan van de taaluiting. Van de modale betekenis 'wenselijkheid' van mogen is de zelfstandige betekenis 'toestemming' afgeleid. Dat deze twee betekenissen dicht bij elkaar liggen, valt te zien aan de negatieve variant. Als iemand tegen je zegt Je mag dat niet bedoelt hij 'Ik (of iemand anders) wens dat je dat niet doet'.
De gewraakte uiting u mag hier even plaatsnemen komt vaak voor in 'protocolsituaties': min of meer geformaliseerde gebeurtenissen waarbij het van belang is dat iedere deelnemer de juiste rol vervult (restaurant, wachtkamer, loket). Aanwijzingen die betrekking hebben op die rol gaan vergezeld van het hulpwerkwoord mogen. De betekenis is dan: 'In de gegeven protocolsituatie is het wenselijk voor de rol die u vervult dat u hier even plaatsneemt.'
Maar is het toch niet beter om de uitdrukking met mogen te vermijden, vooral in gevoelige situaties (arts- patiëntinteractie) waarin de aangesprokene zich om andere redenen al in een ondergeschikte positie voelt? Ik geloof dat dit zinloos is, om twee redenen. Ten eerste is er geen duidelijk alternatief. Uitingen als wilt u hier plaatsnemen? of u moet hier even plaatsnemen zijn absoluut geen goede weergave van de protocolsituatie en leiden dus alleen maar tot meer verwarring.
Ten tweede zijn er allerlei subtiele indicaties in de taaluiting die de taalgebruiker op de modale betekenis van mogen moeten wijzen. Zo krijgt het werkwoord in de zin u mag hier even plaatsnemen geen zinsaccent. Probeert u mag maar eens met nadruk uit te spreken en u merkt dat in dat geval duidelijk wèl de toestemmingsbetekenis geactiveerd wordt. Bovendien gaat de taaluiting vergezeld van modale indicatoren als hier even, wel, weer eens. Hierdoor wordt de toestemmingsbetekenis van mogen naar de achtergrond gedrongen.
Het feit dat veel mensen dit taalgebruik toch als neerbuigend ervaren lijkt me dus niet juist. Het gevoel kan terecht zijn, er kan zelfs sprake zijn van een neerbuigende behandeling. Maar de taal is een te gemakkelijke zondebok.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.