ROTTERDAM - Ze hebben het 'allermooiste' beroep van de wereld en nooit, nooit willen ze iets anders doen. Ze kunnen ook niks anders dan parlevinken. Daar zijn de 28 werknemers van Hatenboer-Neptunus, een bedrijf dat schepen in de Rotterdamse haven voorziet van vers drinkwater, het volmondig over eens. En daarom laten ze deze ochtend hun zeven tankscheepjes voor de kant liggen. Want ze zijn zich 'wezenloos' geschrokken van het bericht dat er wellicht banen verdwijnen bij hun bedrijf.
“Maar na een paar uurtjes niks doen ging het bij de meesten van ons al weer kriebelen”, zegt een van hen. “Want een parlevinker wil varen, dat is z'n lust en z'n leven.” Even na tien uur kunnen tot opluchting van alle werknemers de scheepsmotoren al weer worden gestart. Want de directie heeft laten weten dat niemand zal worden ontslagen en dat de huidige CAO nog twee jaar van kracht blijft.
Maar dat er helemaal niets hoeft te gebeuren bij Hatenboer-Neptunus, is een al te rooskleurige voorstelling van zaken, zegt directeur Pieter Broekhuizen even later. “We zullen toch op de een of andere manier de kosten bij het bedrijf moeten terugdringen. Ik heb de afspraak gemaakt met de vervoersbond FNV dat we daar de komende tijd over praten.”
De directeur vindt de actie van zijn werknemers wat voorbarig, al kan hij zich goed voorstellen dat de mensen nerveus worden bij het idee dat ze wellicht hun baan kwijtraken. “Vrijwel al mijn mensen zitten hier van jongsaf aan. Verloop kennen we praktisch niet. Als je eenmaal parlevinker bent, wil je nooit meer iets anders. Het is ook een geweldig beroep, je hebt een vrij leven en je komt aan boord van alle mogelijke schepen uit de hele wereld.”
Hatenboer-Neptunus voorziet, in samenwerking met het gemeentelijk havenbedrijf en de Rotterdamse drinkwaterleiding, al tientallen jaren schepen van vers drinkwater. Het bedrijf levert alleen aan zeeschepen, de binnenvaart wordt bediend door scheepjes van het drinkwaterleidingbedrijf. HatenboerNeptunus, in 1934 ontstaan uit een fusie tussen de twee gelijknamige bedrijven, maakt moeilijke tijden door. Vroeger had het bedrijf wel twaalf tankschepen, nu telt de 'vloot' nog maar zeven schepen.
De teruglopende klandizie heeft te maken met allerlei ontwikkelingen. De meeste zeeschepen zijn tegenwoordig voorzien van apparatuur om zelf drinkwater uit zeewater te maken.
Wat ook meespeelt, is dat er veel minder mensen aan boord zijn. Zaten er vroeger veertig bemanningsleden op een mammoettanker, nu zijn dat er nog maar vijftien.
Mogelijkheden om de afzet van drinkwater te vergroten, zijn er volgens Broekhuizen ook nauwelijks. “Adverteren in deze branche heeft weinig zin. En we mogen ook niets anders leveren dan drinkwater.” Toch heeft hij hoop dat het dieptepunt vrijwel is bereikt en dat het bedrijf kan voortbestaan met het huidige aantal werknemers en schepen. “Ook de Rotterdamse haven heeft er volgens mij belang bij dat deze drinkwatervoorziening per tankschip blijft bestaan. Het is toch een service die in de grootste haven van de wereld niet mag ontbreken.”
Brandslangen
Maar is het niet goedkoper om zeeschepen vanaf de wal, met lange brandslangen, te voorzien van drinkwater? In de haven van Londen worden schepen ook op die manier bevoorraad. Volgens Broekhuizen kan dit niet in Rotterdam. “Ons havengebied is zo uitgestrekt dat het onmogelijk is om overal waterslangen neer te leggen. Nee, Rotterdam moet zijn parlevinkers houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.