*

 
dossier

Archief

De schoonheid van de illusie

PETER SIERKSMA − 05/02/98, 00:00

Vorig jaar leek het allemaal wel Fuck en Fake op het 26e Internationale Filmfestival in Rotterdam. Niets was echt meer en alle onschuld leek voorgoed verdwenen.

Je werd er niet vrolijker van, van films als 'Crash' van David Cronenberg (dé film van het festival) en (hoe goed ze ook gemaakt werden) nep-documentaires als 'Dertig minuten' van Arjan Ederveen en 'Crossing' van Barbara Visser. Alle illusies (sinds Méliès toch de drijfveer van de cinema) waren verdwenen, afgebroken en vervangen door de gruwelijkste werkelijkheid die je maar kon verzinnen: die van de leugen onder het mom 'de wereld wil bedrogen worden' zoals Hans Kroon vorig jaar Orson Welles citeerde. Wat was nog echt? Bestaat er dan niets meer dan kille afstand, koele berekening en het besef dat als niets er meer toe doet en alles toch spel of 'fake' is, het ook niet meer uitmaakt wat of wie je filmt?

Met een beetje fantasie zou je kunnen zeggen dat er dit jaar niets veranderd is. Sterker, dat je nog steviger in je vel moet zitten om de film zaal niet kotsend te verlaten. Neem het bijprogramma 'The cruel machine', waarin alle verbeelding het af moet leggen tegen het in beeld brengen van de hardste combinaties van fuck, fake en violence, die je maar raden kan.

Nee, wie al die 'wreedheden en lusten die tot de dood leiden', zoals de samensteller van het programma Gertjan Zuilhof ergens schrijft, onder ogen moet zien, is niet best af en verbaast zich sinds de dood van de Markies de Sade toch altijd weer keer op keer. Kan het erger? Ja, het kan altijd weer erger. Zie Michael Haneke, zie 'Das Schloss', zie de mens.

Maar schrik niet, dit is een optimistisch stukje. De camera staat hoog vandaag, het uitzicht is weids, het vuil op onze kleren en het vuil van de grond wordt niet geregistreerd vandaag. De oude man klaagt niet 'Ik ben al zo oud', maar roept 'Het schiet al lekker op.' Want tegenover de cinema van de koele registratie, tegenover de kille film die enkel verbijsteren of schokken wil, lijkt er ook een nieuwe stijl het licht te zoeken. Het is de kleine speelfilm die de pretentie voorbij is en zoekt naar de verloren gegane warmte en wijsheid van voor de zondvloed. Ik denk aan de premièrefilm 'Felice, Felice' van Peter Delpeut en 'Love and death on Long Island' van de Engelse regisseur Richard Kwietniowski.

Hoewel de films onderling zeer verschillend zijn - de eerste film is een ernstig kamerspel, de tweede een humoristisch melodrama; de eerste gaat over een verloren gegane liefde tussen een Italiaanse fotograaf en een Japanse vrouw, de tweede over een niet beantwoorde liefde van een Engelse schrijver, gespeeld door John Hurt, voor een Amerikaanse soap-acteur (Jason Priestley); de eerste knipoogt naar de fotografie, de tweede, met verwijzingen naar Tati, Visconti en Kubrick, naar de filmgeschiedenis - maar hoewel de films zeer verschillend zijn, raken ze elkaar in de liefde waarmee de hoofdfiguren gevolgd worden.

Wat zowel Delpeut als Kwietniowski laten zien, is de oprechtheid waarmee beide hoofdrolspelers hun onbereikbare liefde achterna reizen. En hoewel zowel Felice als Giles alleen en met lege handen huiswaarts keren, blijft de grote wanhoop achterwege. Hurt glundert zelfs een beetje als hij terug, op weg naar Londen, in een auto de Hudson oversteekt en Amerika verlaat. Ondanks de niet te overbruggen kloof tussen de cultuur van de Oude en de Nieuwe wereld en die tussen leeftijd en sexuele voorkeur gaat deze onmogelijke combinatie van Humbert Humbert, Gustav von Aschenbach en Monsieur Hulot gelouterd naar huis. De Engelse kamergeleerde die de wereld slechts via zijn boekenkast en studeerkamer waarnam, is tot leven gekomen en al levert dat ook hier en daar een barstje op, hij geniet ervan. Met Felice, Felice is het niet veel anders. Ook hij heeft oog in oog gestaan met een vreemde wereld die hij niet kon vatten, maar weet aan het slot van zijn avontuur dat er geen toestel voor nodig is om te kunnen 'beleven'. Niet voor niets vertelt hij zijn geliefde dat hij zijn fotocamera heeft weggedaan.

In zekere zin lopen beide films dus slecht af. De fotograaf vindt zijn Japanse geliefde wel terug maar weet dat zij, getrouwd en wel, nooit meer bereikbaar zal zijn. En voor de schrijver blijft alles illusie. Maar wat zo aardig is, in beide gevallen wint het begrip het van de cynische blik van de buitenstaander en hoef je eens niet wanhopig de zaal uit.

Sadder and wiser? Fitter and happier? Leve de film van de warme jasjes, de tranen, humor en de tederheid.

mailIcon print |