ZOETERMEER (ANP) - Het Nederlandse kunstrijden is op de goede weg. Dat gevoel leefde zaterdag bij de nationale titelstrijd in Zoetermeer. “Maar we zijn er nog lang niet”, zei bondscoach Peter Moorman.
“We zijn over de hele linie bezig de kwaliteit te verbeteren. Als we op deze voet verder gaan, kunnen we wellicht binnen een aantal jaren de grote internationale achterstand wegwerken. Voor het eerst werken alle gelederen goed samen, dat is een belangrijke voorwaarde voor goede prestaties.”
Het kunstrijden is door de Nederlandse schaatsbond KNSB jarenlang verwaarloosd. Pas sinds anderhalf jaar investeert de bond redelijk in deze tak van de schaatssport. “De KNSB heeft ontdekt dat het kunstrijden internationaal heel belangrijk is en dat er veel geld in te verdienen is”, zei Gerd-Jan Schreppers, voorzitter van het sectiebestuur kunstrijden.
“Bij de EK doen 34 nationaliteiten mee, bij het langebaanschaatsen misschien de helft. De KNSB wil daarom ook bij het kunstrijden een rol gaan spelen. De bond is er een beetje laat achtergekomen. Maar beter laat dan nooit.”
De bond heeft 450 000 gulden uitgetrokken om de trainingsfaciliteiten te verbeteren (ter vergelijking: voor langebaan is dat 1,6 miljoen). Met dit geld hebben de kunstrijders vooral meer mogelijkheden in de zomermaanden.
Volgens Schreppers kan Nederland pas echt een rol gaan spelen als er een schaatsschool komt. “Meer dan vijftien, zestien uur trainen kunnen de kinderen niet omdat ze dan in de knel komen met school. We zijn nu aan het inventariseren onder de ouders of zij iets voelen voor een schaatsschool. Dat zou een ideale combinatie zijn van sport en opleiding.”
Ook Monique van der Velden profiteert van de investeringen van de KNSB. De drievoudig Nederlands kampioene heeft op kosten van de bond in het buitenland kunnen trainen. Haar progressie heeft ze bij de nationale titelstrijd echter niet kunnen tonen. Na de korte kür haakte ze geblesseerd af. “Ik was nog niet voldoende hersteld van een knieoperatie”, vertelde de 22-jarige Badhoevedorpse. “Ik stond nog maar een paar dagen op het ijs. Maar ik wilde mijn titel verdedigen. Helaas lukte het niet.”
Om zich te kwalificeren voor de EK over twee weken in Sofia, moest Van der Velden, vorig jaar 22ste bij de Europese titelstrijd, goed presteren in Zoetermeer. “Het is jammer dat ik niet naar Sofia kan, maar ik denk niet dat ik klaar ben voor een dergelijk toernooi. Ik ga het nu rustig opbouwen en wil me volledig gaan richten op de WK.”
Van der Velden krijgt twee kansen om zich voor de wereldtitelstrijd te plaatsen. Ze kan het proberen bij een internationale wedstrijd in Stuttgart, of een korte en vrije kür rijden op haar thuisbaan in Amsterdam. Na de WK zal Van der Velden beslissen of ze verder gaat met kunstrijden. “Misschien ga ik volgend jaar wel bij een show rijden. Het is ook altijd een droom van mij geweest om te gaan paarrijden. Als ik een partner kan vinden, wil ik misschien wel proberen me te plaatsen voor de Olympische Spelen in 1998 in Nagano.”
Georgina de Wit, de opvolgster van Van der Velden, staat nog aan het begin van haar carrière op de ijsbaan. De 16-jarige rijdster uit Roosendaal veroverde na een spannende strijd met Helma Duyn en Haya Leenards de nationale titel. Als beloning mag De Wit Nederland vertegenwoordigen bij de EK in Sofia. “Eigenlijk zou Georgina in november naar de WK junioren gaan”, zei Moorman. “Maar daarvoor heeft ze zich niet geplaatst. Ook in Zoetermeer heeft ze niet aan alle eisen voldaan, maar we willen haar ervaring laten opdoen. Ze is de rijdster voor de toekomst.”
Ook Marcus Deen mag weer naar de Europese titelstrijd. Hij veroverde, met slechts één tegenstander, voor de vijfde maal de Nederlandse titel. Het kampioenschap zei hem niets. “Ik vind er geen barst aan”, sprak de inwoner van Zoetermeer. “Ik had me al geplaatst voor de EK en moest hier vooral vormbehoud tonen. Ik baal ervan dat mijn kür niet lukte. Door ziekte heb ik wat achterstand opgelopen. Ik hoop dat ik die kan inhalen voor de EK. Ik wil internationaal faam maken en waardering krijgen.”
Alcuin en Jeltje Schulten, die het enige paar vormden bij de NK, hopen bij de EK hun prestatie van vorig jaar te verbeteren. Broer en zus eindigden toen als zestiende en laatste. Eigenlijk hadden ze niet verwacht dat de bond het tweetal opnieuw zou uitzenden. “Door onze studies hebben we dit jaar veel minder getraind”, zei Jeltje. “We hadden gezien onze matige prestaties niet gerekend op de EK, maar we gaan er nu keihard tegenaan om er iets van te maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.