*

 
dossier

Archief

Effect Russisch geweld tegen Tsjetsjenen onzeker

Door: redactie − 16/01/96, 00:00

Van onze correspondent MOSKOU - De gijzelingsactie in het Zuidrussische Dagestan is gisteren bloedig geëscaleerd. Ten koste van talrijke levens bestormden Russische troepen het grensplaatsje Pjervomajskoje dat in handen was van Tsjetsjeense rebellen. Het is echter onduidelijk in hoeverre het Russische leger het dorp heeft veroverd.

Er was gisteravond niets bekend over het lot van de gijzelaars die nog worden vastgehouden in het Dagestaans dorpje Pervomaiskoje. Volgens de Russische autoriteiten zijn tien gijzelaars bevrijd. Hoeveel mensen vastzaten toen de Russen de aanval inzetten, is ook onbekend. De gijzelaars zouden zijn samengedreven in de dorpsschool en de moskee, terwijl de Tsjetsjenen zich in groepjes hadden verspreid. Een zegsman van de Federale Veiligheidsdienst verklaarde dat de Tsjetsjenen “qua vuurkracht even sterk zijn als een bataljon”.

Eerder op de dag voerden de Russische troepen zware artilleriebeschietingen uit. Om de voortgang van de riskante bevrijdingsactie mogelijk te maken vuurden helikopters in de avonduren lichtkogels af. Journalisten en tv-ploegen, op enkele kilometers afstand, merkten weinig van de Tsjetsjeense vuurkracht, die overstemd werd door twee Russische straaljagers die boven het dorp rondvlogen met intimiderend kabaal, het raketvuur van helikopters en artilleriebeschietingen. Dat er aan het eind van de dag toch nog gebouwen overeind leken te staan in het dorp, kan een aanwijzing zijn dat de Russen hebben gestreefd naar veel lawaai en weinig inslagen om het risico voor de gijzelaars te beperken. Het echte werk zou gedaan moeten worden door scherpschutters, waarvan er volgens president Boris Jeltsin 38 zijn ingezet.

Betrouwbare waarnemingen van de strijd zijn echter niet voorhanden. Journalisten en tv-ploegen worden op enkele kilometers afstand gehouden van het dorpje, waar het Tsjetsjeense overvalcommando woensdag vast kwam te zitten met ongeveer 160 gijzelaars.

Na een dagenlange omsingeling door een grote Russische overmacht, werd de aanval gistermorgen geopend, nadat de Tsjetsjenen opnieuw een ultimatum had genegeerd. De leider van de operatie, generaal Barsoekov, een vertrouweling van president Jeltsin, had de Tsjetsjenen tien minuten de tijd gegeven om met een witte vlag het dorp uit te komen. Volgens de Russen waren de Tsjetsjenen begonnen gijzelaars dood te schieten en was ingrijpen dringend noodzakelijk om meer doden te voorkomen. De Tsjetsjenen zouden zes gegijzelde politiemannen hebben gedood en ook zes Dagestaanse dorpsoudsten die naar de Tsjetsjenen waren gekomen om te onderhandelen. Dat de Tsjetsjenen dorpsoudsten hebben gedood is echter onwaarschijnlijk. In Kaukasische samenlevingen worden deze mannen hoog gewaardeerd en de Tsjetsjenen hebben er geen enkel belang bij nog meer vijandschap op te wekken bij hun 'broedervolkeren'.

Salman Radoejev, de leider van het Tsjetsjeense commando, dat nog 150 tot 200 man sterk zou zijn, zei gisteren via een radioverbinding met het hoofdkwartier van de Tsjetsjeense president Doedajev, dat zij geen gijzelaars hebben gedood.

President Jeltsin zei gisteren dat de actie van gisteren veel beter was voorbereid dan de poging van een half jaar geleden om een vergelijkbare gijzeling in een Zuidrussisch ziekenhuis een half jaar geleden te beeindigen. Destijds kwamen meer dan honderd gijzelaars om het leven, terwijl het overvalcommando vervolgens wist te ontkomen naar Tsjetsjenië. Volgens Jeltsin zullen er deze keer minder slachtoffers vallen. Hij zei dat er geen kinderen meer in het dorp werden vastgehouden.

Jeltsin liet geen enkele ruimte over om nog tot vredesonderhandelingen te komen met de Tsjetsjeense leider Doedajev, die dreigt met nog veel meer gijzelingen als de Russische troepen zich niet terugtrekken uit Tsjetsjenië. Jeltsin noemde Doedajev gisteren opnieuw “een gangster die een bende gangsters aanvoert”.

- Ons commentaar op pagina 9

mailIcon print |