Van een onzer verslaggevers NIJMEGEN - Minister Sorgdrager (justitie) heeft zich in een brief aan de gemeente Nijmegen uiterst kritisch uitgelaten over de rol van bestuurders en ambtenaren in de zogenaamde 'vuile grond-affaire'.
B en W van Nijmegen hadden zich juist in een brief aan de minister beklaagd over de houding van het Arnhems openbaar ministerie, dat na een groot onderzoek heeft vastgesteld, dat tientallen Nijmeegse ambtenaren en bestuurders zich aan milieudelicten hebben schuldig gemaakt. Vuile grond in Nijmegen werd niet aangemeld en schoongemaakt, maar illegaal gedumpt op gemeentelijke depots.
Het Nijmeegse college vindt dat justitie in Arnhem in het onderzoek 'ondeskundig en onzorgvuldig' gehandeld heeft. Maar in haar brief stelt de minister zich vierkant achter de officier van justitie op. Het OM heeft volgens Sorgdrager de zaak terecht zorgvuldig uitgezocht. Zij wijst het college op de voorbeeldfunctie die overheden hebben. Ook de klacht van B en W, dat het OM de gemeente in het openbaar ten onrechte geschaad heeft, deelt de minister niet. “Het openbaar ministerie heeft nog grote terughoudendheid betracht. Bovendien mocht de burgemeester de openbare verklaring over de zaak van tevoren lezen, en kon hij er toen mee leven. Het ontgaat mij, waarom u thans de handelwijze van het OM als onaanvaardbaar kwalificeert”, aldus Sorgdrager.
In de tweede helft van februari komt het kabinet met een standpunt over de vervolgbaarheid van lagere overheden. De strafbaarheid van overheden is ter discussie komen te staan door het zogenoemde Pikmeer-arrest van de Hoge Raad in april vorig jaar. Dat stelt dat lagere overheden niet vervolgd kunnen worden voor overtredingen of misdrijven die tijdens het uitvoeren van overheidstaken begaan zijn.
Op grond van dat arrest moest het openbaar ministerie (OM) in Arnhem in november vorig jaar besluiten een strafzaak tegen de gemeente Nijmegen te seponeren. Sorgdrager stelt dat de grenzen, waarbinnen een lagere overheid niet strafbaar is, nog nader moeten worden bepaald.
Hoewel ze niet vooruit wil lopen op de discussie in het kabinet en de Kamer vindt zij wel, dat er uitzonderingen op het Pikmeer-arrest mogelijk moeten zijn. “Vervolgbaarheid acht ik, in geval van het schenden van de bestuurs- of strafwetgeving, afhankelijk van de omstandigheden zeer wel denkbaar”, aldus de minister.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.