Van onze kerkredactie COLOMBO - Pater Tissa Balasuriya, een 72-jarige r.-k. priester van Sri Lanka, heeft verzet aangetekend tegen de excommunicatie die over hem is uitgesproken wegens ketterij. Hij eist dat de kerk de banvloek terugneemt, noemt deze van nul en geen waarde, omdat hij nooit een ketterij heeft begaan.
Daar denkt men in Rome anders over. Volgens kardinaal Ratzinger, de Duitse prelaat die in het Vaticaan over de rechte leer waakt, heeft deze theoloog en linkse maatschappijcriticus het katholieke dogma verdraaid, speciaal dat van de Onbevlekte ontvangenis van Maria. Volgens dit dogma uit 1854 zou Maria vanaf haar conceptie vrij zijn geweest van de erfzonde en de gevolgen van de zondeval.
Een van die gevolgen is dat “de man zal heersen over de vrouw” en het is tegen de ideologisering van dit soort teksten dat bevrijdingstheoloog Balasuriya al jaren in het geweer komt. Als bevrijdingstheoloog, maar ook met scherpe economische analyses van het beleid van de Wereldbank en het IMF voor de derde wereld heeft hij niet alleen in zijn land maar steeds verder daarbuiten vijanden gemaakt.
Balasuriya keert zich gekwetst tegen zijn veroordeling, die hem echter niet heeft overvallen. Het zat er al tijden aan te komen. Er is van verscheidene kanten geprobeerd Rome van dit besluit af te houden. Zo heeft de Oecumenische beweging van derde-wereldtheologen (Eatwot) vanuit Manila een dringend appel gedaan op de paus om te stoppen met het opjagen van deze bejaarde en verdienstelijke priester, een van de stichters van Eatwot. Men wees er het Vaticaan bovendien op dat onder de grote godsdiensten “het niet meer tot de gangbare praktijk behoort om excommunicatie te hanteren als een middel om de waarheid van het evangelie te beschermen”. Volgens Balasuriya heeft hij niets gedaan dat zo'n veroordeling verdient.
In het dispuut tussen de Srilankaan en Rome is heel wat post op en neer gegaan. Het begon ermee dat zijn boek Mary and the Human Liberation (uit 1990) in Rome verdacht was bevonden. Zijn bevrijdingstheologie zet kritische vraagtekens niet alleen bij de onbevlekte ontvangenis en de erfzonde, maar in één lijn daarmee ook bij de doop. Op de kritiek die hij uit Rome kreeg reageerde Balasuriya met een memorandum van 55 pagina's, waarin hij zijn visie uitlegt en verdedigt. Na verloop van tijd kreeg hij het hele zaakje uit Rome terug met één woord commentaar: 'Onvoldoende', zo vertelde hij gisteren.
Geloofsbelijdenis
Het Vaticaan heeft hem toen de tekst van een geloofsbelijdenis voorgelegd. Zoals in de dagen van Johannes Hus vijfhonderd jaar geleden: als hij die tenminste maar zou tekenen dan zou wellicht een veroordeling wegens ketterij kunnen uitblijven.
Tot Balasuriya's verbijstering had men in de bewuste geloofsbelijdenis een artikel binnengesmokkeld dat een vrouw in de r.-k. kerk nooit priester kon worden. Voor Balasuriya was dat veel gevraagd: een belangrijk deel van zijn werk als theoloog is juist gericht op de bevrijding van en de strijd tegen alles wat in kerk en samenleving onrecht en ongelijkheid bestendigt en verdedigt.
Balasuriya heeft in plaats daarvan een versie van de tekst genomen zoals die was opgesteld ten tijde van paus Paulus VI ( 1978); die heeft hij getekend en naar Rome gestuurd. Daarin wordt van het thema vrouwelijke priesters niet gerept. Ook stond er in het stuk van Paulus VI een passage die de mogelijkheid openliet dat niet-christenen misschien toch nog wel het heil konden verwerven - iets waar Balasuriya in zijn land met slechts een bescheiden christelijke minderheid van overtuigd is. In de hem voorgelegde tekst was die passage juist weer geschrapt.
De gang van zaken wordt door het Vaticaan beschreven als een “intensieve dialoog” van zes jaar. Balasuriya vindt het tegendeel: er is nooit sprake geweest van een eerlijk verhoor of proces. De geestelijke gaat in beroep bij de hoogste kerkelijke rechtbank; tegelijk begint er een internationale handtekeningencampagne.
Balasuriya is in zijn land aan de basis zeer gezien voor zijn opkomen voor de armen en voor gerechtigheid en zijn vele contacten met niet-christenen. Een veroordeling wordt slecht geacht voor de reputatie van de r.-k. kerk in het land.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.