*

 
dossier

Archief

Otto Frank steeds gebleven bij foute beslissing van 1947

HANS WARREN − 27/08/98, 00:00

In de discussie over het dagboek van Anne Frank ontbrak tot dusverre begrip voor het standpunt van Anne's vader Otto, die een passage uit de wetenschappelijke editie van het dagboek liet schrappen om de nagedachtenis van Anne's moeder niet te besmeuren, en die vijf pagina's van het dagboek achterhield en aan oud-medewerker van het Anne Frankhuis Cor Suijk in bewaring gaf. Hans Warren, die zelf diverse dagboeken publiceerde, liet zijn gedachten gaan over de moeilijkheden die overwonnen moeten worden bij het publiceren van zeer persoonlijke kwesties. Warren heeft wel begrip voor Otto Frank, maar “bij een dagboek met literaire waarde hoort de moraal buiten beschouwing te blijven”.

Als iemand zei dat een obsceen detail op een tekening van Rembrandt moest worden afgedekt, zouden we hem raar bekijken. Nu het gaat over ingrijpen in het dagboek van Anne Frank - in feite iets van dezelfde orde - leidt dat tot een nationaal debat. Dat komt omdat er in de letterkundige kritiek én daarbuiten nog altijd onvoldoende beseft wordt dat het dagboek een serieus genre, een kunstvorm kan zijn. In de kunstbeschouwing wordt geen rekening gehouden met mensen die zich beledigd voelen door een roman of een schilderij. Bij het beoordelen van een dagboek met literaire waarde hoort de moraal ook buiten beschouwing te blijven.

Wanneer iemand besluit zijn intieme dagboek zelf te publiceren, wordt hij onvermijdelijk geconfronteerd met de kwestie: hoe ver kan ik gaan met de confidenties wat mezelf betreft en wat anderen aangaat. Hij hoort zichzelf niet te sparen en hoeft derden niet te ontzien. Maar wanneer hij een geheim gebleven misdaad heeft gepleegd of gruwelijke dingen weet over zijn dierbaren, is het misschien wijs die te verzwijgen, ook al zou de onthulling het succes van het boek waarschijnlijk bevorderen. Hij moet bij zijn eigen geweten te rade gaan, kan desnoods met naasten overleggen. Uiteindelijk heeft hij echter de vrijheid om te openbaren wat hij wil. Zoals hij vrij is om stilistische verbeteringen aan te brengen, schuilnamen te geven, herhalingen of in zijn ogen onbeduidende aantekeningen te schrappen. Die vrijheid heb ik genomen bij het publiceren van mijn Geheim dagboek. Het valt mij op dat slechts heel weinig van de betrokkenen zich daardoor gegriefd hebben gevoeld. En de mensen die wél boos werden, hadden daarvoor dikwijls oneigenlijke redenen.

Het komt allemaal anders te liggen bij een dagboek dat postuum bezorgd wordt. Het is dan op geen enkele manier te verdedigen dat men een notitie schrapt, zeker niet wanneer dat een door de auteur later bewerkte, en naar zijn idee dus een verbeterde of definitieve versie betreft.

Het is duidelijk dat Anne Frank, hoe jong ze ook was, haar dagboek als een literair werk beschouwde en het vervolmaken wilde. Zij was met het herschrijven bezig, en niemand weet hoe ver ze daarmee gegaan zou zijn. We weten alleen dat ze ervan droomde het dagboek ooit als een boek, Het Achterhuis, te publiceren, en dat haar dit onmogelijk is gemaakt doordat ze werd vermoord.

Hoe zij onder het verlies van haar manuscript geleden moet hebben, zal elk verwoed dagboekschrijver navoelen. Het werd door Miep Gies - die de familie Frank op het onderduikadres hielp - gered en bewaard, en later aan haar vader, de enige overlevende van de familie, ter hand gesteld. Otto Frank heeft onmiddellijk het belang van het boek ingezien, maar ook in de teksten gerommeld en veranderd toen hij ze overtypte. Hij heeft zich veel moeite getroost om Het Achterhuis gedrukt te krijgen, want geen enkele uitgeverij zag er aanvankelijk iets in. Ook op de uitgeverijen is hier en daar in de tekst veranderd en gekuist. Eindelijk, in 1947, was het zover, het boek verscheen. Natuurlijk had dat de volledige tekst moeten zijn. Door hele passages eruit te lichten en zogezegd aanstootgevende opmerkingen over seks te schrappen werd afbreuk gedaan aan Anne's literaire schepping.

Dat Otto Frank in 1947 niet de juiste beslissing nam, doet de tragiek nog beter uitkomen. De spanningen waaronder die besluiten werden genomen, zijn nauwelijks meer in te denken voor latere geslachten. Niemand kon destijds ook vermoeden dat Anne's dagboek wereldliteratuur zou worden, en de schrijfster ervan een symbool. Wanneer haar vader, om edele of minder edele redenen, de bladzijden verwijderd heeft, handelde hij mijns inziens verkeerd. Gezien de situatie is dat echter vergeeflijk. Wat ik evenwel niet begrijp, is dat hij tot zijn dood in 1980 de zaak zo liet, en dat zelfs in de wetenschappelijke editie De dagboeken van Anne Frank van 1986 op pagina 499 in plaats van 47 regels tekst die beruchte voetnoot over het 'uiterst onvriendelijk en deels onjuiste beeld' van het huwelijk van Anne's ouders verscheen.

Maar heeft iemand wel recht van spreken die niet heeft doorgemaakt wat Otto Frank moest doormaken? Hij heeft recht op ons begrip en respect. Maar Anne Frank had van meet af recht gehad op een complete en ongecensureerde editie van haar grootse dagboek, dat voor de cultuurgeschiedenis van ons land even belangrijk is als een werk van Rembrandt.

mailIcon print |