*

 
dossier

Archief

Bolkestein wil premier worden

HANS GOSLINGA − 01/02/97, 00:00

Waarschijnlijk krijgen we de komende anderhalf jaar tot aan de verkiezingen een andere Bolkestein te zien. Minder opponerend, minder uitdagend, minder tegenstellingen zoekend, minder scherp van toon, meer pogend te begrijpen en te verenigen, milder, meer statesmenlike.

Het kan haast niet anders of deze metamorfose, in zijn recente optredens al enigszins zichtbaar, houdt verband met een beslissing die hij tijdens zijn kerstvakantie op Bonaire heeft genomen. Tenzij de tekenen bedriegen, heeft hij daar tussen de cactussen besloten om in 1998 naar het premierschap te dingen en de eerste liberale minister-president te worden sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1918.

Om dat doel te bereiken moet hij de huidige premier en PvdA-leider Kok verslaan. De kansen daarop zijn niet irreëel. De VVD heeft onder Bolkestein nog geen verkiezing verloren, de PvdA heeft onder Kok nog geen verkiezing gewonnen. Nu zegt dat nog niet zo veel. De PvdA rekent deze keer op een gunstig Kok-effect, niet zonder reden. Kok heeft zich ontpopt als een uitstekend premier, die een kabinet leidt dat tot nu toe een succesvol beleid voert. Hij gaat dus, zoals het er nu naar uitziet, met sterke papieren de verkiezingsstrijd in. Dat er een forse kloof gaapt tussen het vertrouwen van de kiezers in zijn persoon en zijn partij is een betrekkelijk probleem. Het CDA ondervond dat ook onder het eerste kabinet-Lubbers. Daar trad het Lubbbers-effect, goed voor negen zetels winst, pas op in de laatste 24 uur voor de verkiezingen.

Dat neemt niet weg dat de peilingen al enige jaren laten zien dat het plafond van de VVD hoger ligt dan de 36 Kamerzetels die de partij in 1981 veroverde. Zeker als de aantrekkingskracht van het CDA, tot dusver de grootste electorale concurrent, zwak blijft, kan de partij de grootste van het land worden. Daar komt bij dat sinds paars de VVD onder kiezers die zich vroeger progressief noemden niet langer taboe is. Ten slotte kan een bloedstollend tweegevecht om de macht tussen Bolkestein en Kok nog extra kiezers trekken.

De omstandigheden voor de VVD om de grootste te worden en voor Bolkestein om na 80 jaar te treden in de voetsporen van Cort van der Linden, de laatste liberale premier, zijn dus gunstig.

Aan de Haagse bittertafels is nog niet serieus gespeculeerd over een premierschap van Bolkestein. Tamelijk breed heerst de opvatting dat hij er geen trek in heeft en het liever aan een ander overlaat, het in zijn hart zelfs wel prettig zou vinden als Kok straks premier kan blijven. Zelf heeft hij wel eens met enig afgrijzen aangegeven onder de indruk te zijn van de vele plichtplegingen die de functie meebrengt. Maar dat legt weinig gewicht in de schaal vergeleken bij zijn ambitie. Zijn politieke loopbaan, die inmiddels 20 jaar beslaat, overziende is die ambitie sterk. Bovendien maken zijn stappen de indruk zeer bewust en weloverwogen te zijn genomen. Voor zijn voornemen, midden jaren '70, om als het ware vanuit het niets de Nederlandse politiek binnen te stormen, gold dat niet minder dan voor zijn besluit in 1994 om, tegen zware druk van Kok en Van Mierlo in, Kamerlid te blijven.

Hoewel hij dat met een beroep op de dualistische traditie in zijn partij verdedigde, had hij voor de verkiezingen wel aangegeven dat hij, als de mogelijkheid van het premierschap zich aandiende, een nieuwe afweging zou maken. Daaruit kan worden afgeleid dat Bolkestein, als het om ministersposten gaat, met minder dan het premierschap geen genoegen meer neemt. Aangenomen moet dan ook worden dat hij, net als Kok, alleen nog voor de hoofdprijs gaat.

In Koks omgeving valt te beluisteren dat deze, mocht hij in 1998 de strijd met Bolkestein verliezen, zonder aarzelen 'een enkele reis Buitenveldert' zal boeken. Zo'n opmerking kan in deze tijd gemakkelijk worden uitgelegd als snode poging het electoraal aantrekkelijke tweegevecht aan te wakkeren, maar in het geval van Kok is het beslist ook waar. De ervaring helpt een handje mee. Den Uyl is na zijn premierschap nog een keer teruggekeerd als vice-premier, onder Van Agt (CDA) en dat leidde slechts tot kommer en kwel.

Uit de verklaringen van Bolkestein in 1994 kon ook worden opgemaakt dat zijn dualistische zuiverheid betrekkelijk is. Met zijn verwijzing naar het dualisme van de eerste VVD-leider, Oud, stelde hij de zaak daarom wellicht iets te mooi voor. Natuurlijk kan hij, mocht hij premier worden, volhouden dat van dat moment af de fractieleider in de Tweede Kamer de politieke leider van de VVD is. In de periode-Wiegel is al gebleken dat de werkelijkheid een andere is. Toen Wiegel in 1977 vice-premier werd onder Van Agt, riep fractieleider Rietkerk meteen dat hij politiek leider was. Niemand nam dat erg serieus. Terecht, want toen de liberalen voor de keus stonden de opgestapte CDA-minister van financiën Andriessen te volgen, gaf de mening van Wiegel, die wilde dat de VVD doorregeerde, de doorslag.

Een partij die toestaat dat haar leider in het kabinet plaatsneemt, beperkt haar armslag en daarmee de invloed van het parlement. PvdA en D66 kunnen daarvan meepraten. Bolkestein profiteerde daarentegen voluit van de vrijheid die hij zichzelf en zijn fractie door zijn keuze had verschaft. In het begin leek het er af en toe zelfs op dat hij oppositieleider was. Naarmate paars succesvoller is en de verkiezingen dichterbij komen, is het voor Bolkestein minder aantrekkelijk zo'n kritische afstand te trekken. Dat doet hij dan ook al een tijdje niet meer. Bij de laatste algemene beschouwingen in het najaar hield hij zich zelfs opvallend gedeisd. Nu de verkiezingen in zicht komen, lijkt voor hem de fase aangebroken zich als kandidaat-premier te profileren.

Bij de politieke verhoudingen in dit land behoort de premier bovenal een samenbindende figuur te zijn. Hij moet de boel bij elkaar houden, in enge zin door toe te zien dat de coalitiepartijen gelijkelijk aan hun trekken komen, in ruime zin door premier voor alle Nederlanders te zijn. Kok is daar op natuurlijke wijze in geslaagd. Het kost enige moeite Bolkestein in die rol voor te stellen. Is het niet tegen de aard van het beestje te depolitiseren en te verzoenen? Heeft hij zich nog niet zo lang geleden krachtig verzet tegen de Nederlandse cultuur van plooien en strijken, van wikken en schikken?

Niettemin lijkt het erop op dat hij aan zijn metamorfose is begonnen. De eerste tekenen waren na de kerstvakantie waar te nemen. Sinds 1966 heeft niemand in de VVD zo vriendelijk over D66 gesproken als Bolkestein afgelopen zondag in het tv-programma Buitenhof. Straks met paars verder zonder D66? Geen sprake van, de partij past in het mozaïek. Ze horen erbij! Dat is niet de taal van Bolkestein zoals we hem tot nu toe kenden, het is wel de taal van een politicus die premier wil worden.

mailIcon print |