MASSAWA - Sinds de overwinning op het Ethiopische leger, deze maand precies vijf jaar geleden, is het Eritrea gelukt om op eigen benen te staan. Maar dertig jaar oorlog en tien jaar droogte hebben een zware tol geëist en de wederopbouw vordert maar langzaam. Ook omdat de Eritreërs de ontwikkeling van hun land in eigen hand willen houden. Buitenlandse steun en investeringen zijn welkom, maar Eritrea bepaalt de voorwaarden.
Vijf jaar na de bevrijding is de oorlogsravage in de havenstad Massawa nog zichtbaar. De koepel van het oude winterpaleis van Haile Selassie vertoont nog steeds grote gaten. Opvallender zijn echter de vele gebouwen die wèl zijn hersteld. Dankzij fraaie huizen uit de tijd van de Turkse of Egyptische overheersing noemden de Eritreërs deze plaats vroeger de Parel van de Rode Zee, waar ze ondanks de hoge temperaturen graag een weekend doorbrachten. Die tijd lijkt terug te keren.
Sinds drie maanden beschikt de politie van de havenstad over een kantoor. Al eerder kreeg zij nieuwe patrouillewagens en motoren. Khassai Goitom heeft in het kantoor een slaapkamer op de eerste verdieping en een spaarzaam gemeubileerde werkkamer op de begane grond. Goitom, adjunct-hoofdcommissaris, is tevreden over de criminaliteitscijfers in de stad met zijn 30 000 inwoners. “De afgelopen jaren zijn er maar een paar moorden gepleegd. Voor een havenstad is dat weinig. Soms zijn er problemen met straatmeiden”, zegt hij doelend op Ethiopische en Eritrese prostituees. “Gestolen wordt er weinig.”
“Ondanks een schreeuwend tekort aan boten komt de visserij in Eritrea weer op gang,” vertelt M. Yossief, beleidsmedewerker van het ministerie van Visserij in Massawa. “Twee jaar geleden bracht een kilo vis in de haven tussen de 25 en 50 cent op. Nu varieert dat van 1,50 tot twee gulden. Van de 500 kilo per week, die een kleine houten boot binnenhaalt, en de twaalf ton, die met een trawler gevangen wordt, houdt de overheid 20 procent in als belasting. De vis-export naar Jemen en Saoedi-Arabië groeit overigens sneller dan de binnenlandse vraag.”
Sinds vijf maanden is de vissershaven een gebouw van twee verdiepingen rijk, waar overheidsdiensten zetelen en een vismaatschappij uit Saoedi-Arabië ijsblokken produceert. Aan de kade ligt een tiental kleine houten vissersboten.
Hoewel de Rode Zee visrijk is, zijn de Eritreërs zuinig op hun visgronden. Yossief wijst naar vijftien, voor het merendeel Egyptische, trawlers die aan de ketting liggen. Een buitenlandse trawler hoort permissie te vragen om in Eritrese wateren zijn sleepnetten uit te gooien. Het ministerie stuurt een gids mee. De vijftien hadden in verboden gebieden gevist. Het is een gevoelig punt bij de Eritreërs. Na dertig jaar vechten voor zelfbeschikking willen ze als onafhankelijk land worden gerespecteerd, ook in hun territoriale wateren.
In de Italiaans-Westerse aandoende hoofdstad Asmara worden op veel plaatsen nieuwe kantoren en flatwoningen gebouwd. Een Zuid-Koreaanse projectontwikkelaar bouwt een geheel nieuwe wijk met 'middenklasse woningen'. Ze zullen alleen betaalbaar zijn voor buitenlanders en goed gesitueerde Eritreërs, en die zijn er weinig. De laatste jaren is het aantal werklozen toegenomen door massaontslagen in het overheidsapparaat. Na de bevrijding waren veel oud-guerrillastrijders doorgestroomd naar de overheidsdiensten in Asmara, waar veel vacatures waren ontstaan door het vertrek van Ethiopische ambtenaren. Deels schoven zij aan bij Eritrese ambtenaren, die nog door het Ethiopisch bewind waren benoemd.
Toen de regering in 1995 besloot de oud-strijders niet langer alleen een soort zakgeld te geven, maar een heus salaris, kon zij niet om een ingreep heen. Werknemers met alleen basisschool moesten eruit. Elke overheidsdienst maakte een overzicht van noodzakelijke functies. Alleen die mochten worden opgevuld. Daardoor vlogen er niet alleen veel schoonmakers en boodschappenjongens uit, maar ook bijvoorbeeld veel vice-ministers. De grootste klappen vielen op de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw. In totaal verloren 6 500 ambtenaren en 3 500 oud-guerrillastrijders hun werk. Dat was eenderde van het ambtenarenapparaat. “Vooral het ontslag van duizend oud-strijders was pijnlijk”, vertelt een hoge ambtenaar die nog op Volksgezondheid werkt. “We belegden bijeenkomsten om het uit te leggen en vroegen steeds of zij commentaar hadden. Maar niemand stak zijn hand op.”
Ook in de genationaliseerde bedrijven vielen talloze ontslagen. Voormalige guerrillastrijders, die op straat werden gezet, kregen geld van de regering om iets voor zichzelf te beginnen, al was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ambtenaren werden zonder schadeloosstelling de laan uitgestuurd.
De mensen in Eritrea bekritiseren dit soort draconische maatregelen niet openlijk. “Willen we onze economie moderniseren en gezond maken, dan moeten wij ingrijpende veranderingen doorvoeren”, zegt dezelfde ambtenaar berustend. Een Westerse hulpverlener is kritischer: “Het verbaast mij dat de grootste klappen bij die twee ministeries zijn gevallen. Hoe kunnen zoveel medewerkers van de landbouwvoorlichtingsdienst eruit vliegen in een land waar verhoging van de voedselproductie prioriteit nummer één is? En wat de Volksgezondheid betreft, tijdens de oorlog was de gezondheidszorg goed en uitgebreid. Daarmee won het verzet veel waardering onder de bevolking. Nu is dat kennelijk minder belangrijk.”
Twee jaar geleden, na de officiële onafhankelijkheidsverklaring van het land, is een commissie begonnen met het ontwerpen van een nieuwe grondwet, waarin een nieuwe staatsvorm voor Eritrea zal worden vastgelegd. Keizer Haile Selassie, die Eritrea in 1952 bij Ethiopië inlijfde, regeerde op feodale en autocratische wijze. Tijdens het militaire bewind van de marxistische Mengistu Haile Mariam was het niet veel anders.
Om het volk bij de nieuwe grondwet te betrekken, heeft de werkgroep zo'n duizend lokale bijeenkomsten over de nieuwe grondwet belegd. “Aanvankelijk ontmoetten wij veel aarzeling bij mensen in de dorpen en verafgelegen gebieden. Wat weten wij van een grondwet, zeiden zij. Maar dan wierpen wij tegen: veel Afrikaanse landen hebben vanaf hun onafhankelijkheid in een crisis verkeerd, onder meer omdat hun grondwet het werk was van experts in Parijs of Londen en vaak veel leek op die van hun oude koloniale meester. Tegen die houding proberen wij in te gaan”, vertelt een commissielid. De werkgroep liet journalisten een eenvoudig boekje schrijven over de belangrijkste thema's uit de ontwerp-grondwet en vertaalde dat in de drie belangrijkste talen die in het land gesproken worden.
De belangrijkste thema's zijn secularisme, nationalisme en democratie. Het land krijgt in de ontwerp-grondwet verder een door de Nationale Assemblee gekozen president die maximaal twee periodes van vijf jaar aanblijft en die hoofd is van de regering. Voor 1997 staan dan verkiezingen op stapel. Nu is er in Eritrea slechts één partij, het Volksfront voor Democratie en Rechtvaardigheid, PFDJ. Dat is de oude EPLF-verzetsbeweging die de onafhankelijkheid bevocht, in een nieuw jasje. Pas als er verkiezingen komen, worden meer partijen toegestaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.