*

 
dossier

Archief

Officier geeft verzet op tegen anoniem verhoor informant

Door: redactie − 09/01/96, 00:00

Van onze correspondent ALMELO - Het openbaar ministerie verzet zich niet langer tegen een anoniem verhoor van de burgerinformant, die de recherche heeft geholpen bij het opsporen van de drugsbende die vorig voorjaar in Geesteren (O) werd aangehouden.

Daarmee heeft het proces tegen de twee Enschedese hoofdverdachten gisteren een verrassende wending gekregen. Het onderscheppen een partij van 17 000 kilo Colombiaanse marihuana bij een transportbedrijf in Geesteren, was vorig jaar de grootste drugsvangst tot dan in Nederland gedaan. De partij vertegenwoordigde een straatwaarde van 70 miljoen.

Wat aanvankelijk een simpele zaak voor de Almelose rechtbank leek te worden, is door de opsporingsmethode en de IRT-enquête een exercitie geworden waarbij het OM op eieren moet lopen. De zaak kreeg in september op de eerste procesdag al een explosieve lading toen mr. J. Boone, advocaat van één der verdachten, beweerde dat minister Sorgdrager in haar vorige functie van advocaat-generaal bij het hof in Arnhem toestemming had gegeven voor het gecontroleerd doorvoeren van 8 000 kilo marihuana. De officier ontzenuwde deze bewering een dag later met de mededeling, dat Sorgdrager niet op de hoogte kon zijn geweest, omdat het drugstransport plaats vond nadat zij naar Den Haag was vertrokken.

Al snel bleek ook, dat de recherche bij het onderzoek gebruik had gemaakt van de diensten van een burgerinformant, dat men in een poging tot gecontroleerde doorlevering een container met 8 000 kilo marihuana (straatwaarde 40 miljoen) was 'kwijt' geraakt en dat de telefoon van de advocaten van de hoofdverdachten was afgeluisterd. Dit duo, mr. R. en mr. H. Speijdel, werd verdacht van medeplichtigheid. De advocaten hebben in verband met de aantasting van hun goede naam inmiddels een schadevergoeding ontvangen.

Pas toen de derde container uit Columbia op 2 maart vorig jaar in Geesteren werd afgeleverd, werden 22 verdachten aangehouden. Volgens de raadslieden van de twee hoofdverdachten moet het OM niet ontvankelijk worden verklaard, omdat een burgerinformant de verdachten zou hebben uitgelokt tot het plegen van het misdrijf. Na het nodige puzzelwerk zijn de broers Speijdel tot de conclusie gekomen, dat deze informant niemand anders kan zijn geweest dan een 34-jarige man uit Enter.

Deze werd destijds aangehouden als derde hoofdverdachte, maar wegens 'cellentekort' snel vrijgelaten. “En dat terwijl deze verdachte was ingedeeld in de categorie A-plus; de groep die nimmer mag worden heengezonden”, sneerde mr. Speijdel gisteren. Het vermoeden dat de 'informant' door de recherche is beloond met de opbrengst van de zoekgeraakte container met 8 000 marihuana (40 miljoen), werd in september door de chef van de Criminele Inlichtingendienst van de politie Twente onder ede ontkend. Volgens hem zou de zijn afgesproken, dat de informant eventuele winst uit de drugshandel afdraagt aan de politie en wordt beloond met het gebruikelijke tipgeld.

Officier van justitie mr. G. M. van der Vegt weigerde tot gisteren medewerking aan het verhoren van de informant, omdat diens leven in gevaar zou komen. Ook een anoniem verhoor, waarbij de informant een vermomming en een stemvervormer zou kunnen gebruiken, wees Van der Vegt af. Gisteren bleek hij wèl akkoord te gaan met een verhoor van de informant door de rechter-commissaris als tijd en plaats onbekend blijven en de raadslieden hun vragen vooraf indienen.

Uit het verhoor kan volgens mr R. F. Speijdel naar voren komen dat er sprake is geweest van 'uitlokking' en dat twee als getuige opgeroepen politiefunctionarissen meineed hebben gepleegd. Speijdel beschuldigde de chef van de Criminele Inlichtingendienst en de chef van de divisie georganiseerde criminaliteit van de politie Twente van het afleggen van 'leugenachtige verklaringen'.

De twee verdachte Enschedeërs menen, dat zij tot 'hoofdverdachten' zijn gebombardeerd, omdat de recherche de zaak tegen de financiers van de transporten niet rond heeft kunnen krijgen. Het zou daarbij gaan om 'topcriminelen uit Amsterdam en het Gooi', tekende Dagblad Tubantia vorig najaar op uit de mond van anonieme rechercheurs. Eén van de verdachten verklaarde tegenover deze krant, dat hen een 'gunstige stafafdoening' in het vooruitzicht zou zijn gesteld als hij als anonieme getuige informatie over de grote bazen achter de drugstransporten wilde verstrekken. Het proces wordt op 5 februari, na het verhoor van de informant, voortgezet.

mailIcon print |