Van onze redactie economie AMSTERDAM - Nederlandse bedrijven hebben vorig jaar een record aantal buitenlandse ondernemingen gekocht: 319. De totale waarde van die transacties bedroeg 11,3 miljard gulden. Wereldwijd vonden 5 952 grensoverschrijdende overnames plaats. In 1702 gevallen ging het om bedrijven die door een Aziatisch land werden verkocht.
Dit blijkt uit een onderzoek van accountantskantoor KPMG Corporate Finance, dat jaarlijks het aantal grensoverschrijdende overnames bijhoudt en zich daarbij onder meer baseert op berichtgeving in de grotere kranten. De gehanteerde onderzoeksmethode betekent dat hele kleine overnames niet in de cijfers zijn meegenomen.
Het Duitse chemieconcern Hoechst heeft wereldwijd de grootste overname van 1995 op zijn naam staan. Het bedrijf kocht voor 7,1 miljard dollar het Amerikaanse farma-concern Marion Merell Dow. Shell tekende voor de grootste Nederlandse overname: het olieconcern ging voor drie miljard dollar een joint venture aan met een nationale Chinese oliemaatschappij. Onder de grootste Nederlandse overnames vielen verder de aankoop van het Amerikaanse Commerce Clearing House door uitgever Wolters Kluwer en de aanschaf van de omgevallen Britse bank Barings door ING.
Hoewel dergelijke grote overnames veel publiciteit kregen, is het aantal 'megadeals' - overnames, waarbij meer dan een miljard dollar over tafel gaat - bescheiden. KPMG noteerde er vorig jaar wereldwijd slechts 48, op een totaal aantal transacties van 5 952. Dat is 0,8 procent. In 1994 turfde KPMG 40 megadeals op een totaal van 5 312. Opvallend noemt KPMG het groeiende aantal overnames door middelgrote bedrijven. “Vroeger kochten alleen de hele grote bedrijven andere op om te expanderen. Tegenwoordig doen middelgrote en kleinere bedrijven dat ook. Acquisitie is een geaccepteerd middel om te groeien”, zegt directeur G. Landheer van KPMG Corporate Finance.
Van de Nederlandse bedrijven was Unilever met 28 aankopen het meest actief. Het voedingsconcern wordt gevolgd door Philips (25), Akzo Nobel (15) en Shell (10). Mede door de koopdrift van Unilever sprong de voedings- en genotmiddelenbranche er bij de overnames uit met een totaal aantal van 48.
De Nederlandse interesse richtte zich voornamelijk op Westeuropese en Amerikaanse bedrijven.
Geen uitverkoop
Volgens Landheer is er geen sprake van dat de Nederland zijn industrie in de uitverkoop doet. “Nog niet zo lang geleden waren er berichten in die trant. Maar de cijfers bewijzen dat niet. Op elke twee aan het buitenland verkochte bedrijven staan drie buitenlandse aankopen door Nederlandse ondernemingen.”
De meeste transacties kwamen voor rekening van Amerikaanse bedrijven (1 553). Groot-Brittannië (664 aankopen), Duitsland (450) en Japan (445) volgden. Nederland is zevende op de aankoop-lijst. Die hoge positie dankt Nederland volgens Landheer aan de stabiele economie en het relatief grote aantal multinationale ondernemingen: die flatteren het beeld ook enigszins. Als Shell of Philips een Frans bedrijf aan een Braziliaanse firma verkoopt, wordt de transactie op het conto van het Nederlandse bedrijf geschreven.
De grote belangstelling voor Azië klinkt ook door in de gegevens van KPMG. Iets meer dan 1700 bedrijven werden door Aziatische landen verkocht, tegen 1491 in 1994. Van die 1702 ondernemingen werden er 59 door Nederlandse bedrijven aangeschaft. Negentien daarvan kwamen uit China. Volgens Landheer zijn het vooral de grote ondernemingen die naar Azië trekken. “Relatief vaak is sprake van joint ventures. Een westers bedrijf koopt dan een Aziatisch bedrijf, maar het wordt daarbij wel geacht om moderne technieken in te brengen. Kleinere bedrijven hebben in technisch opzicht vaak minder te bieden.”
De belangstelling voor Afrikaanse bedrijven is zeer gering. In Nigeria bijvoorbeeld werd geen enkel bedrijf verkocht aan een buitenlandse firma. Alleen Zuid-Afrika springt eruit met 66 aan het buitenland verkochte bedrijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.