*

 
dossier

Archief

Studenten zoeken steun in Den Haag: Servië veranderen is belangrijker dan onze studies

MARIEKE VAN MAAREN − 07/02/97, 00:00

Vier Servische studenten zijn, met vertegenwoordigers van het onafhankelijke radiostation B-92, in Nederland op uitnodiging van onder meer het IKV, Pax Christi en Press Now. Gisteren spraken ze met premier Kok en ambtenaren van Buitenlandse zaken.

“De sfeer tijdens die gesprekken was ontspannen. Men wil ons wel steunen, maar er is niets concreets beloofd. Wij willen geld voor onder meer de vertaling van een sociologisch onderzoek naar de studentendemonstraties, computers en werkruimtes. Wanneer we nu telefoneren of faxen moet dat altijd thuis”, vertelt één van de delegatieleden.

Aleksandar Janovic (23) is tweedejaars student scheikunde en lid van een onafhankelijke studentenorganisatie in Belgrado. Hij studeert sinds 1992, maar wisselde drie maal van studie. “Ik wilde eerst naar de toneelacademie, maar ik werd voor militaire dienst opgeroepen. Om hier onderuit te komen ben ik werktuigbouwkunde gaan studeren, want daarmee kreeg je vrijstelling. Later ben ik scheikunde gaan doen, omdat dat leuk is.”

“Ik was ook al bij de demonstraties in 1991 (tegen Milosevic en voor een vrije pers), hoewel ik daar weinig van snapte. Maar ik was student en wilde het gewoon niet missen. Later ontdekte ik dat de eisen toen irreëel waren.” De andere studenten delen deze mening. Daarom stellen ze hun eisen nu anders. Er wordt niet geroepen dat Milosevic weg moet, maar ze hopen eerst op inwilliging van hun drie eisen. Daarna zien ze wel verder.

Ze hebben zich vanaf het begin van de demonstraties in Servië, afzijdig gehouden van de politieke oppositie. Ze komen weliswaar op voor democratie, maar in het bijzonder voor studentenbelangen als verbetering van het onderwijs. Bovenal willen er ze voor alle studenten zijn, dus niet parijgebonden.

Aleksandar richtte twee jaar geleden zelf een organisatie op. “Ik zag vanwege het ouderwetse en slechte onderwijs geen reden om te studeren. Ik wilde iets doen voor het land. Verder wilden we het beter doen dan in '91, kleinschaliger. Of ik nationalist ben? Ik voel me Serviër of Joegoslaaf, het maakt mij niet uit, maar ik moet toch iets zijn. Onder de studenten is, denk ik, minder dan tien procent nationalist, maar die schreeuwen het hardst en krijgen alle aandacht.”

Uros Bobic (20) is eerstejaars student theater- en radiowetenschappen. Net als Aleksandar is hij mede-oprichter van een onafhankelijke studentenorganisatie. Alleen begon Uros pas toen de verkiezingsuitslag niet werd erkend. “We organiseerden ons op de faculteit en gingen de straat op.” Hij was in 1991 ook al bij demonstraties betrokken. “De oorlog trof vooral mensen uit de middenklasse, zoals mijn ouders. Veel scholieren en studenten komen uit die klasse en voerden daarom actie.” In die tijd begon Uros ook als vrijwilliger bij radio B-92. “Ik wilde zelf iets aan de situatie in Servië doen. B-92 was toen de enige normale zender, de anderen waren passief en ouderwets.” Later kon hij betaald werk als producer bij het station krijgen en hij werkt er nog. “Ik maak er dagen van 16 uur. Wat ik daar doe is veel belangrijker dan mijn studie. Die is toch ouderwets, we hebben, bijvoorbeeld, een boek over massacommunicatie uit 1962.”

De vader van Uros werkt als architect in Nederland. “Hij kreeg een aanbod en ging. Hij kon niet meer tegen de atmosfeer in Belgrado, toen de oorlog begon.” Daarom is Uros twee keer per jaar in ons land. “Ik heb na zo'n bezoek vaak in Nederland willen blijven om iets nieuws te beginnen.” Toch ging hij steeds terug.

“In Servië iets veranderen is weliswaar moeilijker, maar je krijgt wel het gevoel iets voor je eigen toekomst te doen. Onze demonstraties zijn voor mij de laatste poging ons land te veranderen. Als het niet lukt, zal ik mijn consequenties trekken en weggaan. Veel mensen zullen dat doen.”

Uros' ouders staan achter hem. “Ze vinden het niet erg dat ik nu een jaar van mijn studie verlies. Beter één jaar kwijt, dan de komende vijftig.”

De ouders van Aleksandar denken daar anders over. Ze wonen op het platteland en krijgen al hun informatie over de demonstraties via de gemanipuleerde staatsmedia. “Dan vraagt mijn moeder angstig of ik soms van plan ben een Servische burgeroorlog te ontketenen.”

Door de acties heeft hij weer een studiejaar verloren, maar dat vindt Aleksandar van geen enkel belang. “Het land veranderen is veel belangrijker. En de docenten, die ons meestal steunen, zullen na het einde van de demonstraties inhaalklassen organiseren. Dan kunnen we toch nog onze tentamens halen.”

Behalve dat ze een studiejaar missen, bestaat het gevaar dat studenten worden opgepakt en gemarteld. Maar echt bang zijn Uros en Aleksandar niet. Uros: “Als ik de situatie zie, word ik zo boos, dat ik niet aan de gevaren denk.” Aleksandar voelt zich alleen een beetje gespannen wanneer hij in het donker over straat loopt. “De overheid kent al vier jaar mijn naam en dan ga ik denken wat er allemaal zou kunnen gebeuren.”

De studenten zijn wel zo georganiseerd dat de kans op intimidatie door de overheid zo klein mogelijk is. De studenten-organisaties coördineren vanuit een raad van 64 personen, van elke universiteit twee. Echte leiders zijn er niet, de delegatieleden zijn geselecteerd op communicatieve vaardigheden. In 1991 waren er wel leiders, maar die hebben zich, volgens de studenten, door de regering laten omkopen. In dergelijke corruptie hebben de studenten nu geen zin. Die is er al genoeg in het land. Ze verwijzen naar de officiële jeugdbeweging voor studenten.

“De studenten die daar lid van zijn, zien wij als zielig. De enige reden dat ze erbij zitten is om later een betere baan te krijgen. Wij willen daarvan af en eindelijk eens op onze persoonlijke prestaties worden beoordeeld, niet op één of ander lidmaatschap”, vertelt Uros. Hoewel het communisme in 1989 viel, zijn de bijbehorende bureaucratie en corruptie gebleven.

Maar het wordt anders, concluderen ze optimistisch. Uros: “We zouden een reisorganisatie moeten beginnen en toeristen lokken met 'Bekijk de revolutie nu', want nu verandert het pas echt in Servië.”

mailIcon print |